Gelijke kappen

HARMEL-PLUS HAD er boven de slotverklaring van de NAVO-top vorige week in Londen kunnen staan. In 1967 stelde de gewezen Belgische minister van buitenlandse zaken een strategie op voor de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie, rustend op twee pijlers. De een omsloot de verdediging, de ander was gericht op het bevorderen van vreedzame contacten met wat toen nog het Oostblok heette opdat de internationale politieke spanning, voortvloeiend uit de in het Westen gevoelde Sovjet-dreiging, zoveel mogelijk onder controle kon worden gehouden.

In Londen is geconstateerd dat er na de ineenstorting van het Sovjet-imperium in Oost-Europa van een regelrechte dreiging niet meer kan worden gesproken. Vandaar dat, zonder Harmels uitgangspunten geweld aan te doen, het accent kon worden verschoven van de militaire inspanning naar de verdere intensivering van de contacten met de Oosteuropese landen die inmiddels en dat schetst de revolutionaire verandering in de Europese verhoudingen ook feitelijk als soevereine staten deelnemen aan de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa. De CVSE zal zich dienen te ontwikkelen tot een doeltreffend instrument waarmee de ontwikkeling in de goede richting door de deelnemers moet worden gewaarborgd 'wederzijds' is hier als begrip onbruikbaar geworden.

ALS HET WARE door de CVSE heen heeft de NAVO de vredeshand toegestoken aan Michail Gorbatsjov. De Sovjet-president is als eerste uitgenodigd de NAVO toe te spreken. In het algemeen zijn de Oosteuropese leiders aangemoedigd reguliere banden met de NAVO aan te gaan; een aansporing die vooral oogt als een niet zo subtiel diplomatiek antwoord op suggesties de twee bondgenootschappen, de NAVO en het Warschaupact, te laten opgaan in een nieuwe alles en iedereen omvattende veiligheidsstructuur. Maar de invitatie aan Gorbatsjov zelf moet elke insinuatie bij voorbaat ongeloofwaardig maken als zou de Alliantie er op uit zijn de Sovjet-Unie buiten Europa te isoleren. Alles bijeen kan van een duidelijke en evenwichtige opstelling worden gesproken die berust op een afgemeten en door de omstandigheden gerechtvaardigde portie zelfverzekerdheid.

HOE MEN MET de kernwapens zal uitkomen is redelijk onduidelijk. Tot voor kort als onder alle denkbare omstandigheden onmisbaar geschetste nucleaire bewapening zal niet worden gemoderniseerd. Toch zal er een rol voor nucleaire wapens blijven, ook op de verdragsmatig nog toegestane korte afstand. Met het merkwaardige gat in de atomaire afschrikking dat met het INF-akkoord is ontstaan zal derhalve verder worden geleefd, ook al rijst uit dit gat per definitie een vraagteken op bij het tot Europa gelimiteerde deel van de nucleaire strategie. Wel suggereert de Londense verklaring dat de operationele taak verandert, zeker indien de Sovjet-Unie haar troepen geheel of grotendeels uit Oost-Europa terugtrekt. Maar wat er over die taak verder wordt gezegd is te vaag om veel overtuigingskracht te hebben. Een eerdere opmerking van president Bush dat Europa niet moet worden vrijgegeven voor conventionele oorlogvoering klinkt in ieder geval sympathiek.

HET OPZIENBARENDST is wellicht de bereidheid van Westelijke kant zich tegenover de gesprekspartners uit het Oosten vast te leggen op de omvang van Duitse strijdkrachten zodra een eerste akkoord over troepenvermindering in Midden-Europa gereed is. Daarmee en met flinke financiele stromen die van West naar Oost moeten vloeien wordt kennelijk de Sovjet-Unie voldoende aangespoord om haar bezwaren tegen een voortgezet Duits lidmaatschap van de NAVO te overwinnen.

Hoewel Bonn een voorstander is van deze offerte en haar verzet tegen Duitse 'Singularitat' goeddeels lijkt te hebben overwonnen, is er reden voor enige aarzeling. Het aanbod kan immers worden gezien als een, zij het voorzichtig, precedent voor Sovjet-bemoeienis met de zaken van het verenigde Duitsland. Waarbij het feit dat de Duitse regering zich uit de bondgenootschappelijke bescherming heeft durven losmaken niet onmiddellijk als geruststellend behoeft te worden ervaren. Anderzijds, de geografische realiteit laat zich niet wegdenken, maar het zou bevredigender zijn wanneer limieten voor Duitse strijdkrachten in de tijd zouden samenvallen met een overeengekomen en verzekerde plafonnering van de militaire organisaties in de andere Europese landen. De kappen dienen uiteindelijk overal gelijk te zijn, wil het optimum aan veiligheid voor alle betrokkenen binnen bereik worden gebracht.