ALS ALCALA WINT KOMT DE PRESIDENT

Raul Alcala heeft zich aangediend als een mogelijke Tour de France-winnaar. Hij is de grote concurrent van de favorieten LeMond en Delgado geworden, de gevaarlijkste achtervolger van de klassemenstleiders Bauer en Pensec. Zaterdag won Alcala verrassend de tijdrit van 61 kilometer. Een Mexicaans talent komt tot ontplooiing.

Het is zaterdagavond kwart voor zes als Raul Alcala Hotel l'Europe in Epinal komt binnenstappen. Een groepje verslaggevers wacht hem op in de hal. Hij heeft al een hele verplichte ceremonie van een ritwinnaar achter de rug. Microfoons, camera's, vragen, vragen, nog eens vragen. De dopingcaravan in en er weer uit. Vragen, nog eens vragen. 'Hi guys', roept hij tegen het persvolkje in het hotel en loopt direct door naar de lift. Weer vragen. 'Nee, ik ga douchen. Straks op de persconferentie.' Vijf voor zeven komt Alcala in gezelschap van Jonathan Boyer, pr-man van de PDM-ploeg, hal 3 van het Parc des Expos binnen. Voor het eerst in de Tour de France is dit jaar de etappewinnaar verplicht in de perszaal voor de schrijvende journalisten te verschijnen. Aan de finish is het daardoor minder druk geworden met duwende, slaande en met politie en suppoosten vechtende journalisten die om een woordje van de winnaar verlegen zitten. Alcala neemt er in de perszaal zijn gemak van. De Mexicaan spreekt Spaans en Engels. Naast hem Boyer, een Amerikaanse ex-beroepswielrenner, die uitstekend Spaans en Frans en een klein beetje Nederlands beheerst. Als het kwart voor acht is, staat Alcala op. Bijna een uur is Alcala, geassisteerd door Boyer, ontspannen en lachend ingegaan op vragen en insinuaties van allerlei aard. Tour-directeur Jean-Marie Leblanc heeft de sessie met belangstelling gevolgd. 'Perfect', beaamt Leblanc. 'Wat een pr. Wat een geduld, wat een beheersing van die Boyer.' Vorig jaar won Alcala als eerste Mexicaan een Tour-etappe. Hoewel over de toen 25-jarige Mexicaan sinds hij in 1987 zijn eerste Tour de France reed al het een en ander bekend was, deden over hem allerlei door de toenmalige pr-mensen van PDM opgeklopte indianenverhalen de ronde. Een manier om het 'produkt' aan te prijzen. 'Op zijn dertiende liep Raul Alcala van huis weg. Een vreemde drang naar avontuur dreef hem naar de jungle. Hij zwierf door de bossen. Leefde een tijdje bij een als gevaarlijk bekend staande indianenstam. Sliep in holen. Leefde van bosvruchten en noten. Het was een hard leven om het naakte bestaan', schreef een journalist dankbaar met gevoel voor sensatie.

Wanneer er geen heroiek, geen jongensboekverhalen meer bestaan, moeten ze worden verzonnen. En wie anders dan een sportman uit een ver, exotisch oord, waar nog weinig civilisatie is doorgedrongen, leent zich daarvoor. Natuurlijk is het voor de buitenwereld een vreemde gewaarwording als een renner uit Mexico, waar nog geen vijfhonderd jongens in georganiseerd verband hardfietsen, een Tour-etappe wint en zelfs zoals zaterdag in een zware tijdrit gevestigde namen als LeMond, Breukink, Bugno, Indurain enzovoort verslaat. Dat Alcala zich een plaats kan verwerven tussen gereputeerde renners uit de oude wereld en mogelijk binnen afzienbare tijd de Tour de France wint, geeft aan dat de mondialisering van de professionele wielersport in volle gang is. Dat in een weekeinde een Mexicaan en Oostduitser winnen, is altijd een droom van de oude Tour-baas Jacques Goddet geweest. Nu het zover is, zit Goddet op Wimbledon. De ene droom is de andere niet.

Gisteren arriveerden de eerste Mexicaanse wielersupporters in Frankrijk, drie vrouwen uit de geboortestad van Alcala, Monterrey. Een dezer dagen maakt Alcala's moeder haar eerste transatlantische vliegreis om haar beroemde zoon in de Tour de France met een bezoek te vereren. Vijf Mexicaanse verslaggevers volgen Alcala in de Franse ronde op de voet. 'Maar hij is de beste', riep Alcala zaterdag tijdens de persseance en hij wees op Alberto Villarreal, die zijn derde Tour meemaakt als verslaggever van El Norte, een dagblad in Monterrey.

Villarreal is ingehuurd door de Mexicaanse televisiemaatschappij Televisa om commentaar te geven bij de dagelijks overgestraalde beelden van het Amerikaanse ABC. Hij volgt Alcala al zeven jaar en was er getuige van dat de renner vorig jaar na de Tour door zijn etappezege in Francorchamps en zijn achtste plaats in het eindklassement massaal in Monterrey werd gehuldigd. 'Door Alcala is wielrennen erg bekend geworden in Mexico', zegt Villarreal. 'Zelfs president Salinas de Gortari is in de prestaties van Raul geinteresseerd. Vorig jaar is Alcala op het paleis ontvangen om samen met de president te ontbijten. Als Alcala de Tour wint, komt de president naar Parijs.' Raul Alcala Gallegos mag dan niet onder indianen hebben geleefd, het is wel degelijk waar dat hij als elfjarige van huis wegliep en geruime tijd door het land zwierf. Hij nam losse baantjes aan, bijvoorbeeld als krantenverkoper. Na acht maanden keerde hij terug bij zijn familie, bij zijn acht broers en zusters. Zijn vader runde een klein garagebedrijf. In die periode reed hij zijn eerste wielerwedstrijd en hij won meteen. Alcala raakte gepassioneerd door het fietsen en leerde de koers pas goed in de Verenigde Staten begrijpen. Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles werd hij al elfde. Een prestatie die hem een contract opleverde bij de Amerikaanse ploeg 7-Eleven. Zijn eerste profwedstrijd was in 1986 de Tour de France, waarin hij als 114e eindigde. Een jaar later werd hij al negende, waarmee hij winnaar werd van het jongerenklassement. In 1988 werd hij twintigste en vorig jaar in dienst van zijn tweede werkgever PDM achtste.

Ploegleider Gisbers had Alcala al jaren gevolgd en was onder de indruk geraakt van diens gemakkelijke manier van fietsen. 'Ik wist meteen dat ik hem in mijn ploeg wilde hebben. Toen ik hem kreeg was het een ongeslepen diamant. Hij bleek in de jaren '87 en '88 niets met zijn talenten te hebben gedaan. Hij reed zoals het kwam. Hij deed aan de Tour mee, ging naar huis en borg zijn fiets op. Einde 1988 ben ik naar Mexico geweest, naar zijn bruiloft. We hebben daarna gepraat en ik heb hem gezegd dat hij een groot wielrenner kon worden. Maar hij moest het wel zelf willen en hij moest luisteren.' Een groot voordeel van Alcala is dat hij zich gemakkelijk aanpast, dat hij leergierig is en bereidwillig, weet Gisbers. 'Ik heb het altijd leuk gevonden jonge renners op te leiden. Dat deed ik bij de amateurploeg van Van Erp ook altijd. Zo'n jongen van de straat oppikken, bij wijze van spreken, en hem dan beeldhouwen. Zoiets doe ik nu met Alcala. Dat is leuker dan met Theunisse of Rooks werken. Die waren al te oud om ze nog te veranderen.' Gisbers moest urenlang met de Mexicaan praten over hoe je moet rijden als klassementsrenners en over tijdrijden. De afgelopen winter gaf hij Alcala toen deze terugkeerde naar Monterrey speciale trainingsschema's mee. Met vooral oefeningen gericht op de klimspieren. Alcala moest zich daar zes weken aan houden, niet langer dan tweeeneenhalf uur per dag. Hij trok de bergen in bij Monterrey, de heetste stad van Mexico, die op 3500 meter hoogte ligt.

Alcala's slechtste eigenschap is overmoed, constateerde Gisbers. 'Ik moet hem voortdurend afremmen. Dat is moeilijk bij een renner bij wie alles als vanzelf gaat.'

Hij leerde hem zijn geduld te bewaren, vooral bij tijdritten, en zijn houding op de fiets te veranderen. 'Je moet bij tijdritten in balans en rustig op je fiets zitten. Het gaat om de regelmaat, een tijdrit rijden vraagt om een soort computer-instelling in je hoofd. Alcala was een wildebras. Maar hij is een dankbare leerling, hij vreet informatie.' Sinds Alcala in mei in de Trump Tour zowel de proloog als de lange tijdrit won, heeft de Mexicaan alleen in de Tour-proloog niet de winnende tijd gereden. Alcala laat in het midden aan wie hij zijn progressie te danken heeft. 'Het is een mentale kwestie. Ik word ouder en krijg meer ervaring. Mijn positie op de fiets is verbeterd. Ik verspeel nu zo min mogelijk energie. Ik ben nu een en al rust op de fiets. Alles is op elkaar afgestemd.' Het is de vraag of Alcala als een potentiele Tour-winnaar (Gisbers: 'Pas volgend jaar is hij zover') zijn contract bij PDM verlengt. Een aanbod van weer twee jaar heeft hij even naast zich neergelegd. 'Ik heb geen zin bij een andere ploeg opnieuw te beginnen. Vorig jaar was er veel afgunst in de ploeg. Het is nu rustiger en vriendelijker. Ik moet kunnen lachen. Met Theunisse kon ik niet opschieten. Die zei nooit wat. Daar kan ik niet tegen. Mexicanen houden van emotionele mensen.'

    • Guus van Holland