WAAROM BRITAIN DE BATTLE WON

De 'Battle of Britain', de strijd om de beheersing van het luchtruim boven Engeland in de zomer en herfst van 1940, vormt, daarover bestaat geen twijfel, een van de belangrijkste en meest enerverende episodes uit de Tweede Wereldoorlog. Dat men zich aan de overzijde van de Noordzee opmaakt voor een grootse herdenking van deze luchtslag, mag dan ook nauwelijks verbazing wekken.

Hough en Richards hebben de vijftigjarige herdenking van deze legendarische 'Battle of Britain' aangegrepen om, speciaal voor de 'general reader', de feiten nog eens op een rijtje te zetten. Het eindresultaat vormt een gedegen, maar vooral ook bijzonder boeiend en goed geschreven overzichtswerk, waarin zij de langdurige strijd tussen het Fighter Command van de RAF en de Luftwaffe chronologisch behandelen. In hun betoog hebben zij ook plaats ingeruimd voor de persoonlijke belevenissen van hen die nauw bij de strijd betrokken zijn geweest; in de eerste plaats natuurlijk van de vliegers, maar zij laten ook grondpersoneel aan het woord komen. Hierdoor heeft het boek ook een grote documentaire waarde gekregen.

De beide auteurs beklemtonen de betekenis van de verdere ontwikkeling en verbetering van Fighter Command in de periode die verstreek tussen de Duitse overrompeling van Polen in september 1939 en de bezetting van Denemarken en Noorwegen in april 1940. In die maanden van de 'Phoney War' werd het aantal squadrons sterk uitgebreid en uitgerust met modern jachtvliegtuigmaterieel, namelijk de later zo bekend geworden Hurricanes en Spitfires. Nog belangrijker achten Hough en Richards de verbetering en uitbreiding van de keten van radarinstallaties langs de Britse oostkust. Ten slotte noemen zij de uitrusting van alle Britse operationele vliegtuigen met een instrument waarmee vijandelijke van eigen toestellen konden worden onderscheiden.

De opmars van de Duitse troepen in mei 1940 bleek, zo werd al spoedig duidelijk, ook door Fighter Command niet te stuiten. Hough en Richards beklemtonen het grote belang van Churchills beslissing van 19 mei 1940 geen nieuwe squadrons meer in te schakelen voor de hopeloze strijd in Frankrijk. Het beschikbare personeel en materieel was hard nodig voor de confrontatie met de Duitsers boven Brits grondgebied, die niet meer lang kon uitblijven. Bij de beschrijving van de eigenlijke 'Battle of Britain' onderscheiden Hough en Richards verschillende fasen. Kenmerkend voor de eerste, die zij laten beginnen op 10 juli 1940 en eindigen in de tweede week van augustus, waren de Duitse aanvallen op Britse schepen en doelen aan de kust. De tweede fase, die op 13 augustus begon, staat in Duitse bronnen te boek als de 'Adlerangriff'. De Luftwaffe beoogde in dit stadium van de strijd alle tegenstand van de RAF te elimineren en de weg vrij te maken voor de beoogde invasie in Engeland, de operatie 'Seelowe', die volgens de op dat moment geldende plannen op 15 september moest beginnen.

Tijdens deze fase, die duurde tot 6 september, voerden de Duitsers aanhoudend aanvallen uit op radarstations en vliegvelden. Fighter Command kreeg daarbij zware klappen te incasseren. Het aantal jagers dat in het heetst van de strijd verloren ging, was dermate groot dat de verliezen door de op volle toeren draaiende vliegtuigfabrieken niet meer konden worden gecompenseerd. Daardoor nam de sterkte van het jachtvliegtuigenbestand af en dreigde een catastrofale afloop van de strijd, te meer ook omdat er en dat baarde in feite nog veel meer zorgen een ernstig tekort aan ervaren vliegers begon te ontstaan.

Het bombardement dat Britse bommenwerpers in de nacht van 25 augustus uitvoerden op Berlijn, vormde een belangrijke factor in het verdere verloop van de 'Battle of Britain'. Hitler nam de Britse actie hoog op en achtte vergelding noodzakelijk. Londen leek hem hiertoe het meest geeigende doelwit. De vraag alleen was, of het in dit stadium van de strijd tegen de RAF verstandig was de aandacht te concentreren op de Britse hoofdstad. Binnen de leiding van de Luftwaffe bleek hierover geen eensgezindheid te bestaan. Op 3 september kwamen de bevelhebber van de Luftwaffe, Hermann Goering, met Hitlers bevel tot een bombardement van Londen op zak, de commandant van Luftflotte 2, Albert Kesselring, en de commandant van Luftflotte 3, Hugo von Sperrle, in Den Haag bijeen om te kwestie te bespreken. Sperrle bleek weinig te voelen voor een wijziging van de tot dan toe gevolgde tactiek, in die zin dat het hoofdaanvalsdoel zou worden verlegd van de vliegvelden naar Londen. Fighter Command was daarvoor nog te sterk. Kesselring daarentegen meende dat er maar een manier was om de Britten op de knieen te krijgen. Er diende een doel te worden gekozen dat de Britse jagers met alle macht zouden verdedigen, namelijk Londen. Sperrle moest het onderspit delven.

Al vanaf 7 september gold Londen als het hoofddoel voor de Duitse luchtmacht. Daarmee begon de derde fase in de 'Battle of Britain'. De massale aanvallen op de hoofdstad moesten zoveel chaos en verwarring stichten dat de beoogde Duitse invasie op 21 september zou kunnen plaatsvinden.

Deze wijziging in de Duitse tactiek sorteerde niet het gewenste effect. Integendeel zelfs. Doordat de intensiteit van de aanvallen op de vliegvelden verminderde, nam de druk op de grondorganisatie van het Fighter Command enigszins af. Het grondpersoneel had onder bijzonder moeilijke omstandigheden de squadrons vliegklaar moeten houden. Na weken van onafgebroken koortsachtige inspanning kon het werktempo tot een meer aanvaardbaar niveau worden teruggeschroefd. Voorts bleek het verlies aan toestellen door de nieuwe Duitse tactiek terug te lopen.

Op 15 september begon de beslissing van de strijd zich in feite af te tekenen. Die dag, die de geschiedenis zou ingaan als de 'Battle of Britain Day', behaalden de squadrons van Fighter Command een belangrijke overwinning op de Luftwaffe, die in zeer grote formaties boven Londen was verschenen. De Britten vernietigden maar liefst zestig Duitse toestellen terwijl zij zelf slechts zesentwintig vliegtuigen verloren. Voor Hitler vormde de 'Battle of Britain Day' aanleiding om de Duitse invasie voor onbepaalde tijd uit te stellen. Al op 18 september begonnen de Duitsers hun invasievloot, die was samengetrokken in een aantal Franse en Belgische havensteden aan het Kanaal, te verspreiden om verdere schade door Britse bombardementen te voorkomen.

De laatste fase van de strijd begon, volgens Hough en Richards, op 1 oktober en nam nog ongeveer een maand in beslag. In deze periode voerde de Luftwaffe eigenlijk alleen nog in de avond en de nacht zware bombardementen uit op Londen. Overdag beperkten de Duitse activiteiten zich feitelijk tot het uitdelen van speldenprikken door jachtbommenwerpers, die op zeer grote hoogte opereerden en daardoor voor de RAF moeilijk te bestrijden waren. De Duitsers slaagden er echter niet meer in het tij te keren. Op 12 oktober besloot Hitler dat de invasieplannen pas in het volgende voorjaar opnieuw zouden worden bekeken. De Luftwaffe was er, ondanks alle inspanningen, niet in geslaagd het luchtoverwicht boven Groot-Brittannie te verwerven. CHURCHILLGOERINGDe schrijvers wijzen in hun slotanalyse nog eens op het weinig consistente beleid van de wispelturige Goering en vooral op het averechtse effect van het Duitse besluit alle aandacht op Londen te concentreren. De belangrijkste factor was naar hun oordeel evenwel dat de Duitse luchtmacht, al improviserend, een confrontatie met de Britten was aangegaan waarvoor zij in feite niet was uitgerust of voorbereid. De Luftwaffe had weliswaar een zelfstandige status binnen de Wehrmacht, maar haar taak behelsde toch in eerste instantie het verlenen van tactische luchtsteun aan het Duitse leger. De grote strategische bombardementen op Engeland moesten worden uitgevoerd met lichte een- of tweemotorige bommenwerpers, die slechts een beperkte bommenlast konden meevoeren en die bovendien erg kwetsbaar bleken. Zij moesten worden geescorteerd door jachtvliegtuigen als de gevreesde Messerschmitt Me 109, die echter, eenmaal aangekomen boven Engeland, nauwelijks nog brandstof bezat om een gevecht aan te gaan. Een andere Duitse jager, de tweemotorige Messerschmitt Me 110, had weliswaar een grotere actieradius, maar hij bleek veel minder wendbaar dan de Hurricane of de Spitfire.

    • W. W. Norton 1989
    • Denis Richards413 Blz