Volksunie maakt een vuistje tegen Martens

BRUSSEL, 7 juli Het rommelt weer een beetje binnen de Belgische coalitie. De beroering ontstond deze week toen de minister van begroting, Hugo Schiltz, aankondigde dat er volgende week dinsdag niet begonnen zou kunnen worden met het kabinetsberaad over de begroting voor volgend jaar als hij niet eerst de 'noodzakelijke verduidelijking' had gekregen over de verwezenlijking van de derde fase van de staatshervorming.

Schiltz, die vice-premier is in het kabinet-Martens-VIII en daarmee de politieke vertegenwoordiger van de Volksunie, de Vlaams-nationalistische coalitiepartner, verbond op die manier twee zaken die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben: zijn functie als vakminister en die als politiek leider. Schiltz ontkende dat er sprake is van een koppeling, maar zijn uitspraak dat er allerlei financiele kwesties niet kunnen worden geregeld als niet duidelijk is hoe het met de derde fase verder moet, wees toch ontegenzeggelijk in die richting.

Het leek dus veel op een ultimatum, een soort ministeriele staking die Schiltz voor volgende week in het vooruitzicht stelde. De Gazet van Antwerpen had het zelfs over een 'bom' die Schiltz onder de regeringstafel had gelegd. De coalitiepartners van Schiltz beviel dat allerminst: 'We plegen niet te regeren via ultimatums', liet een collega van Schiltz weten, en premier Wilfried Martens, aan wie Schiltz eerder deze week een brief had geschreven over de derde fase, reageerde met een afgemeten verklaring dat de kwestie van de derde fase, zoals afgesproken, aanstaande maandag aan de orde komt. Dat dat nog niet eerder was gebeurd was immers vooral te wijten aan een buitenlandse verplichting van de heer Schiltz zelf tijdens een eerdere kabinetsvergadering.

Dat Hugo Schiltz wat zenuwachtig begint te worden over de derde fase is begrijpelijk: toen de Volksunie in 1988 besloot om aan de coalitie van christen-democraten en socialisten mee te doen, deed zij dat immers op de uitdrukkelijke voorwaarde dat de Belgische staatshervorming in deze kabinetsperiode zou worden uitgevoerd, inclusief de derde fase. Die fase, de meest gevoelige, voorziet in hervorming van de Senaat, afschaffing van het dubbele mandaat het feit dat een volksvertegenwoordiger in een nationaal en een gewestelijk orgaan kan worden verkozen en in grotere bevoegdheden voor de gewesten, met name op het gebied van het ondertekenen van verdragen met het buitenland.

Vorig jaar al moet bij Schiltz twijfel zijn gaan rijzen over de bereidheid van zijn regeringspartners om de derde fase uit te voeren. De socialistische vice-premier Willy Claes meende toen dat die derde fase 'niet zo dringend' is en dat 'het wijs is er de nodige tijd voor te nemen'.

De kansen voor het voltooien van de staatshervorming lijken met de dag af te nemen. De fractievoorzitter van de CVP in de Kamer liet al weten dat de realisering van de derde fase waarschijnlijk pas in de volgende kabinetsperiode aan de orde zou komen. Begin deze week bleek in de parlementaire commissie die zich bezighoudt met de derde fase dat de senatoren in elk geval mordicus tegen de opheffing van de Senaat zijn, wat een mogelijke consequentie is van de derde fase. Als kleinere partij tilt de Volksunie daaraan niet zo zwaar, in tegenstelling tot de christen-democraten en de Vlaamse socialisten. Op dat punt heeft Schiltz wel de Waalse socialisten aan zijn kant.

Als de Volksunie ervan overtuigd raakt dat de coalitiepartners niet meer geinteresseerd zijn in de derde fase, dan heeft het voor haar nauwelijks meer zin om deel uit te maken van de regering. De kiezers van de partij hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober '88 en de verkiezingen voor het Europarlement vorig jaar toch al duidelijk gemaakt dat de rol van de Vlaams-nationalisten in het kabinet hun niet erg bevalt.

Met zijn uitspraken van deze week heeft Schiltz ongetwijfeld de gevoelens van het Vlaamse electoraat op het oog gehad. De Volksunie moet een, zij het kleine, vuist maken als zij haar geloofwaardigheid niet volkomen te grabbel wil gooien. Politieke waarnemers in Brussel menen echter dat Schiltz zijn hand overspeelt: de staatshervorming zoals die tot nu toe is doorgevoerd heeft immers toch wel geleid tot een duidelijker profilering van de twee gemeenschappen in Belgie. In Antwerpen is deze week juist een Vlaams administratief centrum geopend, en in andere Vlaamse steden zullen soortgelijke centra worden gebouwd.

Een gelijktijdige afslanking van de federale organen is daarentegen nog lang niet in zicht. In totaal zijn er meer dan zestig Belgen die zich minister mogen noemen, op allerlei niveaus en in allerlei smaken. Annemarie Neyts, de vroegere voorzitter van de liberale PVV en huidig lid van het parlement van het Brusselse gewest, verzuchtte dezer dagen, terugblikkend op een jaar Brusselse autonomie, dat de nieuwe regering van het gewest drie maanden tijd nodig had om een beleidsverklaring op te stellen, dat de minister-president van Brussel evenveel verdient als premier Martens, en dat er zelfs een minister-staatssecretaris is voor het ophalen van huisvuil en een andere voor de brandbestrijding. Geen wonder dat begrotingsminister Schiltz het dezer dagen moeilijk heeft: hij wil niet alleen zijn derde fase veilig binnenloodsen, maar moet in het uitdijend heelal van de Belgische mandatarissen ook nog 70 miljard frank (3,8 miljard gulden) aan bezuinigingen zien te vinden.