Strijd om BAT Amsterdam wordt steeds grimmiger

AMSTERDAM, 7 juli Acht maanden geleden begon Frans van Vliet aan zijn laatste opdracht voor het Britse concern BAT Industries: sluiting van een deel van de Amsterdamse sigarettenfabriek BAT Nederland.

Maar sluiting van een sigarettenfabriek, zo bleek Van Vliet, is nog moeilijker dan winst maken met het meest omstreden consumptie-artikel uit de recente geschiedenis.

Sinds de aankondiging van de reorganisatie ligt Van Vliet overhoop met de vakbonden, de ondernemingsraad, de Nederlandse overlegcultuur ('Je kunt hier nooit eens met een vuist op tafel slaan') en het Nederlandse arbeidsrecht. Van Vliet (klagend): 'Ik heb nu niet bepaald een benijdenswaardige baan'.

De strijd tussen directie en personeel wordt steeds grimmiger.

Gisteren liep het overleg met de ondernemingsraad opnieuw vast en dreigde de raad naar de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof te stappen. Vorige week tijdens de TT in Assen verspreidde het CNV pamfletten waarin BAT als asociaal wordt afgeschilderd. Eerder plakte het personeel een foto van Van Vliet op een dartbord en doorboorde zijn gelaat met pijltjes. Van Vliet koos een ander wapen en nodigde deze krant uit voor een gesprek.

Van Vliet is zelf een van de opstellers van een reorganisatieplan voor de Europese sigarettenfabrieken van BAT's tabaksdivisie Batco, waarin ook de overheveling van de produktie-afdeling van Amsterdam naar concern-zuster BATBEN in Brussel is voorzien. De reorganisatie zal 123 van de 226 arbeidsplaatsen kosten.

Vanuit Londen de sigarettenmarkt overziend kwamen de makers van het plan al snel tot de conclusie dat verschillende BAT-fabrieken te klein zijn om de toekomstige sanering van de sigarettenmarkt te overleven. Het EG-initiatief 'Europa tegen kanker', de voorgestelde accijnsverhogingen, beperkte reclamemogelijkheden en anti-rookwetgeving smoorden iedere gedachte aan expansie. Daar kwam nog bij dat de technologische vooruitgang het mogelijk heeft gemaakt om met minder machines, minder mensen en minder bedrijfsruimte hetzelfde volume te produceren. Niets lag meer voor de hand dan concentratie van de produktie.

De fabriek in Amsterdam bedient de Nederlandse markt met locale merken als Gladstone, Mantano en Belinda; produkten die steeds meer terrein verliezen aan de 'internationals' Marlboro, Camel en BAT's eigen Benson en Hedges. Aan de Deccaweg wordt bovendien alleen maar gerold en verpakt, de voorbewerking van tabak gebeurt in Brussel. Overheveling van de produktie naar Brussel, waar toch al voor de Nederlandse markt wordt geproduceerd, zou het concern 9,7 miljoen gulden besparen, becijferde Van Vliet.

Cruciaal was ook dat BAT Amsterdam niet kan tippen aan de winstmarges van de concurrentie in Nederland, die met veel grotere volumes werkt. (BAT produceerde vorig jaar 1,8 miljard sigaretten, Philip Morris in Bergen op Zoom 30 miljard.) In 1989 behaalde BAT Amsterdam een winstmarge van 4,9 procent, concurrent Turmac 13,9 procent en Philip Morris scoorde in 1988 21 procent, aldus Van Vliet. Het BAT-personeel klonk de mededeling over de sluiting bekend in de oren: in 1971 en 1979 had het moederbedrijf al geprobeerd het 'lastige Amsterdam' kwijt te raken. Acties van het personeel verhinderden dat toen. Gesteund door de lessen van de geschiedenis kwam het personeel opnieuw in verzet. 'We zijn het erover eens dat je goedkoper uit bent als je twee fabrieken samenvoegd, 'zegt J. Brugman, secretaris van de ondernemingsraad. Maar het gaat volgens hem niet aan om 123 mensen op straat te zetten die samen tekenen voor 6 miljoen gulden winst in 1990. Zeker niet als de gehele tabaksdivisie van BAT vorig jaar een winst van maar liefst 3,1 miljard gulden registreerde.

Het zijn niet alleen de winsten die de werknemers sterken in hun verzet. Het interne onderzoek naar de Europese BAT-fabrieken wordt geheim gehouden en vakbondsdelegaties uit Amsterdam komen in Londen niet verder dan de afdeling public-relations.

De 'lastige' mondige Amsterdammers zijn bang dat het werknemersverzet van tien jaar geleden nu tegen ze werkt. Brugman: 'Het is niet ondenkbaar dat zoiets meespeelt bij de keuze om fabrieken te sluiten'.

Het personeel is ervan overtuigd dat Van Vliet in opdracht van Londen de zaken slechter voorspiegelt dan ze zijn. Falikante onzin, vindt directeur Van Vliet die rancune-theorie. 'In het bedrijfsleven kun je het je niet permiteren zo te denken.' Ook Van Vliet laat de gebeurtenissen van 10 jaar doorklinken in zijn strategie. Toen is BAT op de vingers getikt door de rechter voor onzorgvuldig overleg met het personeel. Van Vliet doet er nu alles aan om ook maar de schijn van onzorgvuldigheid te vermijden. Dat is de reden waarom hij ermee instemde een derde partij, adviesbureau Arthur D. Little, in te schakelen om zijn eigen rapport en het onderzoeksrapport, dat registeraccountant Dubois op verzoek van de ondernemingsraad schreef, te vergelijken. Volgens Dubois zou BAT met de sanering drie miljoen gulden minder besparen dan Van Vliet had berekend. Over de opdrachtformulering aan Arthur D. Little konden ondernemingsraad en directie het niet eens worden.

Met het streven naar zorgvuldigheid lijkt Van Vliet het zichzelf steeds moeilijker te maken. Terwijl hij in nota's de sombere toekomst voor de Amsterdamse vestiging breed uitmeet, trekt de sigarettenmarkt in Nederland aan; mede omdat meer shag-rokers overstappen op 'gewone' sigaretten. De fabriek in Amsterdam kan de vraag in dit kwartaal niet bijhouden. Het personeel weigert overuren te maken, zodat de extra-produktie noodgedwongen in Brussel moet worden afgehandeld

De ondernemingsraad is van mening dat Van Vliet er alles aan doet om de gang naar de rechtbank te vermijden. 'Hij is gewoon bang met zijn rapport door de mand te vallen', zo heet het daar. Van Vliet zegt dat juist het tegendeel het geval is: 'Uiteindelijk zullen we bij de rechter eindigen'.