STREEKGESCHIEDENIS

De lokale en regionale geschiedschrijving maakt de laatste jaren een ongekende bloei door. Met grote regelmaat verschijnen er boeken en artikelen als De vruchtbaarheidsdaling in Nederlands-Limburg 1850-1960, en Het kookonderwijs in Rotterdam tussen 1891 en 1930. In de landelijke pers komen dergelijke publikaties er vaak bekaaid af, en enigszins begrijpelijk is dat wel: de onderwerpen missen een brede, algemeen belangwekkende context. Toch is die verwaarlozing ook jammer, vooral als het gaat om werken die zijn gebaseerd op grondig feitenonderzoek, uitgevoerd door amateur- of vakhistorici die met hart en ziel bij hun onderwerp zijn betrokken en daar liefdevol over schrijven. Een greep uit het recente (najaar 1989, 1990) aanbod.

Coen Eggen schreef een mooi boekje over Vakwerkbouw in Limburg, de decoratieve manier van bouwen waarbij men gebruik maakt van houtskeletten, vlechtwerk en leem. Aandacht onder meer voor de geschiedenis van de bouwstijl, de techniek, en allerlei klassiek gereedschap als beslagbijl en avegaar. (Uitgeverij M en P, f32,50)Onder redactie van M. A. W. Gerding publiceerde een aantal jonge, pas afgestudeerde historici de Geschiedenis van Emmen en Zuidoost-Drenthe. Een werk van bijna vijfhonderd pagina's over de turfgraverij in het gebied, de crisistijd en armoede, en hoe alles uiteindelijk toch weer goed kwam en het eenvoudige esdorp Emmen veranderde in een industriestad van 50.000 inwoners. Een gedetailleerde tekst vol cijfers, vermakelijke dorpsroddels (over de gevaarlijke dokter Stukje uit Erica bijvoorbeeld), en wonderbaarlijke feiten als: 'Stond in 1811 in heel Drenthe gemiddeld 48% van de merries ter dekking, in Emmen was dat 70%.'

(uitg. Boom, f49,50)Bij dezelfde uitgever verscheen ook Huizen van stand; geschiedenis van de Drentse havezaten en andere herenhuizen en hun bewoners, onder redactie van J. Bos. De flaptekst opent, een beetje verongelijkt, met de woorden: 'Ook de provincie Drenthe, door velen als boerenbolwerk bestempeld, heeft haar elite gekend.'

Niet verwonderlijk dat er geen boer aan te pas komt in dit prachtige boek over zo'n kleine honderd herenhuizen en hun bewoners. Veel illustraties en plattegronden. (Boom, f89,50)Anton van Oirschot en Jacques Akerboom verzamelden meer dan vijfhonderd Merkwaardigheden in Brabant: scheefhangende kerktorens, rare inscripties, en beeldjes als de duif met palmtak die in 1938 tegen de gevel van het stadhuis in Den Bosch werd vastgezet. Aanvankelijk stond eronder: 'Ter dankbare herinnering aan het grootsche vredeswerk van Neville Chamberlain'.

Maar die tekst is in mei 1940 toch maar weggehaald. (De Kempen Pers, f36,50)Willem Ruys (1809-1889) was een succesvolle Rotterdamse reder uit het pre-stoomtijdperk. Hij stond aan het hoofd van een vloot barken en fregatten die vooral op de route naar Oost-Indie werd ingezet. Bram Oosterwijk schreef een interessante biografie van Ruys; een eigenzinnige, wat koppige zakenman, zo blijkt, die met straffe hand regeerde over bedrijf en gezin. (Reder in Rotterdam, Willem Ruys. Stichting Historische Publicaties Roterodamum, f48,00)In het voorjaar van 1988 maakte aannemer Rolloos korte metten met de laatste 117 Rotterdamse urinoirs. Aanleiding voor Peter Troost om een fotoboek samen te stellen met de titel Toen Rotterdam nog krullen had. Bij de krul in de Lange Frankenstraat speelde zich in 1939 een even uniek als dramatisch ongeluk af: samen met een oude man die net op bezoek was, werd de krul het slachtoffer van een uit de bocht gevlogen tractor. (Europese Bibliotheek, f34,50)H. Crucq is projektleider bij de Directie Bruggen van Rijkswaterstaat. In die functie was hij nauw betrokken bij de bouw en de verplaatsing (in 1989) van de tweede Van Brie-nenoordbrug. Zijn De triomftocht van de Brienenoord is met veel enthousiasme en kennis van technische zaken geschreven. Over de geheimen van windportalen en fundatiestoelen. Fraai fotomateriaal. (Van Wijnen, f35,00)Nog meer Hollands glorie is te vinden in Met het oog op zee, een geschiedenis van de Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappijen. Siep Zeeman verzorgde de vlotte, eenvoudige tekst. Het boek bevat tal van foto's, gemaakt door 'zee-fotograaf' Cees van der Meulen: veel natuurgeweld, stampende bootjes, en mannen - met namen als Piet Bot of Bas de Blok - die vastberaden onder rand van hun zuidwester uitkijken. (Ploegsma, f46,50)Voor amateurs en professionals die zelf aan de slag willen, verschijnen bij De Walburg Pers in Zutphen de Cahiers voor lokale en regionale geschiedenis. Het zijn informatieve en gedegen deeltjes, vol aanwijzingen omtrent opzet en uitvoering van dit soort historisch onderzoek. Daarnaast bieden de samenstellers een overzicht van geschikte bronnen en hun vindplaatsen. De laatste twee afleveringen zijn gewijd aan Stadsgeschiedenis, en Historische geografie: landschap en nederzetting (f15,00 per deel). Ook hier uitvoerige 'handwijzers', die de beginnende onderzoeker bijstaan op zijn weg langs diverse archieven en instellingen.