Rosenmoller wil nooit wennen aan functioneren parlement; 'Tweede Kamer mist directe controle van een achterban'

In de haven kon Paul Rosenmoller lekker schelden als het hem iets niet zinde, maar in de Tweede Kamer is dat niet de gewoonte. Na zijn eerste 'seizoen' als Kamerlid voor Groen Links mist de ex-vakbondsman, die op het katheder wel eens de indruk wekt een zaal havenarbeiders meent toe te spreken, het directe contact met een achterban.

DEN HAAG, 7 juli 'Ik loop hier nou een jaar rond, maar ik kan het nog steeds niet met mijn ogen dicht vinden.'

Het Kamerlid P. Rosenmoller stapt vrijdagmiddag wat onzeker door de gangen van het doodstille gebouw van de Tweede Kamer. Op zoek naar de fractiekamer om daar te vertellen over zijn eerste parlementaire ervaringen. 'Ik hoor van collega's die na tien of vijftien jaar afscheid nemen: het eerste jaar is een ramp. Dat herken ik wel. Niet dat ik het een ramp vind, maar toch. Ik ben ook maar een snotneus uit de haven, die in de Kamer net komt kijken. Dit is volstrekt ander werk. Ik vind dat ik mijn positie hier weer moet opbouwen. Ik heb een beetje schijt aan het verwachtingspatroon dat om mij heen was ontstaan. 'Toen Groen Links mij vorig jaar in Rotterdam kwam vragen of ik een plaatsje op de lijst wilde, was mijn eerste vraag: waarom komen jullie naar mij toe? Ik heb toen het beeld geschetst dat ik van mijzelf heb: ik heb haven-vakbondswerk gedaan, ik kan onderhandelen, ik denk dat ik weet wat er in de praktijk te koop is, maar jullie moeten niet denken dat ik wat afweet van alle dingen die in de Kamer spelen. En ik ben ook geen politiek dier.

'Maar wat merk ik? Al heel snel als iemand een paar keer met zijn bek op de tv is geweest, ontstaat het beeld dat hij wel wat voor zal stellen. Dat is op zich niet erg, maar wel als dat beeld ook bestaat bij de mensen die je hebben gevraagd om deze klus te klaren. Ik vind het verschrikkelijk om uit te spreken, maar er ontstond te snel een overspannen verwachtingspatroon. 'Ik denk dat mijn fractiegenoten nu zien dat ik door mijn eerste fase van gewenning heen ben. Ik heb in de fractie een gelijkwaardige positie. Mijn rol is alleen wel eens een andere omdat ik nog geen last heb van de cultuur in dit gebouw. Ik kan nog wel eens gewoon met mijn boerenverstand tegen zaken aankijken. 'Ik vind dat te veel mensen in de Kamer, maar ook in de journalistiek, een houding hebben van: zo gaat dat nou eenmaal. Ik wil blijven zeggen dat het politieke bedrijf niet functioneert zoals het zou moeten functioneren. Ik heb mezelf niet ten doel gesteld aan de regels en gewoonten te wennen.

'Het debat donderdag over de zondagsreclame vond ik vreselijk. Je lult de hele dag over niks. Het is helemaal niet meer resultaat-gericht, want die reclame komt er toch niet vanwege het machtswoord van het CDA. Het scoort hoog op mijn lijstje van curiosa uit het afgelopen jaar. 'Die schoolreisjessfeer op zo'n laatste avond voor de vakantie bevalt me helemaal niet. Toen we moesten stemmen over de verlaging van de maximumsnelheid hingen de VVD'ers als een stelletje brallerige corpsballen in hun bankjes alsof ze achter het stuur zaten: vroemm, vroemm. Ik vond het een genante vertoning. Ik zou willen dat ze dat een keer uitzonden op de televisie. 'Wat ik hier in de Kamer mis, is de directe controle van een achterban. Er gebeuren hier dingen... Als er een echte achterban was, dan zouden sommige Kamerleden niet thuis durven te komen. Zo'n Frans Leijnse van de PvdA, die zou geen verhaal hebben over zijn opstelling tijdens het debat over het voorjaarsoverleg. Ik had een motie ingediend over het voorstel van de FNV om een deel van de loonruimte te reserveren voor werkgelegenheid, om de Kamer een uitspraak te vragen over dat idee. Voor die motie heb ik letterlijk de woorden van Kok (PvdA-partijleider, red.) gebruikt: een moedige benadering die door het kabinet ondersteuning en invulling verdient.

CDA-minister De Vries vond dat te kernachtig en wat doet de PvdA? Die stemt tegen. Als ik dan aan Leijnse vraag, waarom hij dat doet loopt hij weg. Het is ordinaire machtspolitiek, gewoon ordinaire machtspolitiek. 'Van de PvdA snap ik het gedeeltelijk ook wel. Ik denk dat het een natuurlijke reactie is dat je doorslaat als je gaat regeren na jarenlang in de oppositie te hebben gezeten. Dat mechanisme ken ik wel uit de vakbeweging, maar het kent zijn grenzen. Een beetje meer smoel tonen zou wel goed zijn. 'Het dualisme, de eigen verantwoordelijkheid van de Kamer, ik mis het. Bij het debat over de regeringsverklaring stonden CDA en PvdA bol van het dualisme. Nee, ze zouden de zaak niet gaan afblokken. Ik zie dat het toch gebeurt. 'Het CDA stelt zich al helemaal passief op. Wolters wist niet eens hoe hij zijn vijf minuten tijdens het debat over het voorjaarsoverleg vol moest praten. Dan denk ik: zet eens even een raam open, kijk eens even wat er buiten gebeurt. De Tweede Kamer is een hoog opgetrokken burcht. Een wereld die draait om de eigen procedures. 'Ook Groen Links moet meer verbindingen leggen met het buiten-Haagse.

Als je de Kameragenda volgt, word je helemaal opgeslokt. Ik zeg natuurlijk niet dat we de Kameragenda dan maar niet moeten volgen, maar we moeten als Groen Links nog meer duidelijk maken dat wij de partij zijn die issues aankaarten zoals het migrantenbeleid of het vraagstuk ecologie-economie, ook al zijn we daar zelf nog niet uit. 'Ik geloof niet in algemene slogans zoals het 'de wijk in' van de PvdA. Zo hoorde ik dat de gemeente Leiden een adviesgroep sociale vernieuwing in het leven heeft geroepen en daarvoor Kamerleden heeft gevraagd. Van de PvdA zijn er mensen in die adviesgroep gaan zitten. Maar de PvdA wilde toch juist sociale vernieuwing aan de mensen uit de gemeenten zelf overlaten? Ze zullen het wel doen onder het motto 'de wijk in'. 'Nee, Ik voel me hier in de Kamer als lid van Groen Links niet machteloos. Ik wist tevoren dat ik maar beperkte macht zou hebben. In die zin was het een markante overstap, want in de haven had ik wel een zekere macht. Ik zou er niet aan moeten denken dat er links van de PvdA geen oppositioneel geluid meer zou zijn. Dat zou echt verschralend zijn. 'Of ik het karakter heb om daarin een rol te spelen? Het meest in strijd met mijn karakter is de cultuur in de Kamer. Ik ben veel meer iemand voor het directe contact. In de haven maak je iemand gewoon een keer voor rotte vis uit. Ik snap wel dat dat hier niet kan, maar af en toe heb ik er wel zin in.'

'Ik voel me niet machteloos.' (Foto NRC Handelsblad/ Chris de Jongh)