Rietblazers doen ergernis vergeten

Een prachtig afgewogen concert van de Franse basklarinettist Louis Sclavis en een zeldzaam energiek optreden van saxofonist David Murray, en alle ergernis over de organisatie van het International Jazz Festival Amsterdam was verdwenen. Afgevoerde groepen, onbruikbare dienstregelingen, akelig lege zalen, dove technici, azijnige wijnsoorten en onappetijtelijke broodjes; Sclavis en Murray degradeerden dit alles tot wat het altijd zou moeten zijn: ongemakken die je op de koop toeneemt.

De beste uitgangspositie van de twee rietblazers in de Beurs van Berlage had gisteravond ongetwijfeld David Murray die twee lange sets mocht spelen in de prachtige glazen cocon van de Wangzaal. Wellicht gespitst op een revanche voor zijn nogal teleurstellende trio-tournee van vorig jaar, spreidde de sindsdien sterk afgeslankte saxofonist de benen, haakte zijn saxofoon aan, zette met zorg een rietje in en ging van start met een felheid die hij sinds zijn komeetachtige entree in de jaren zeventig zelden meer heeft vertoond. Was deze manifestatie van kracht op zich al een verrassing, echt bijzonder werd zijn optreden doordat hij zelfs bij het grootste volume en het hoogste tempo zeer bewust bleef construeren. Een open oog voor de grote lijn gevoegd bij liefdevolle aandacht voor het detail, dat tekent de grote kunstenaar, een Berlage-zaal waardig. Dat David Murray zo'n grote kunstenaar is, bleek onder meer uit de prachtige ballad Nowhere ever after en een nieuwe bewerking van zijn lijflied Flowers for Albert, ditmaal gespeeld als een samba. Dat Murray zulke grote hoogten bereikte, was behalve aan zijn eigen inzet ook te danken aan het prachtig opererende trio van pianist John Hicks met als rots in de branding de vorstelijk timende bassist Ray Drummond.

De Franse basklarinettist Louis Sclavis had het in de grotendeels lege en sterk galmende Beurszaal veel moeilijker, maar ook hij gaf een memorabel concert met een kwartet dat veel meer aandacht verdient. Dat Sclavis de lastige basklarinet tot in de finesses beheerst was al eens gebleken op een Nos Jazzfestival en een concert voor de Vara Radio; dat hij een band anderhalf uur lang langs zeer gevarieerde banen kan leiden bleek gisteren. Akoestisch of elektrisch, rockbeat of jazzbeat, het maakt bij Sclavis niet uit, in alle gevallen haalt hij het onderste uit de kan, geleid door een fijne neus voor onverwachte vorm- en kleurcombinaties. Architectonisch zeker net zo getalenteerd als Murray, helaas echter opgescheept met een zaal die meer voor aandelen dan voor maatdelen is gebouwd.

In de voor lawaai van allerlei aard ontworpen tent op de Dam brachten de band van gitarist Mike Stern en saxofonist Bob Berg het er heel aardig van af. Voor ingewijden in de muziek van Jimi Hendrix en John Coltrane bood deze band maar weinig nieuws, maar het publiek van de halfgevulde tent was jeugdig genoeg om de van dik hout gezaagde klanken als geheel nieuw te ervaren. Het gejuich was niet van de lucht.

Dat geluk was niet gegund aan de in Berlage optredende groep van de Franse saxofonist Barney Wilen. Deze vooral door filmtracks als Ascenseur pour l'echafaud en Les Liaisons Dangereuses legendarisch geworden musicus zag spiedend door zijn zonnebril steeds meer mensen vertrekken. Een half uur voor tijd besloot hij zijn optreden daarom met een smartversie van Goodbye van Gordon Jenkins. De laatste tien bezoekers van de Aga-zaal weenden met hem mee.

Saxofonist David Murray speelt vanavond opnieuw in de Beurs van Berlage, dit keer met zijn sextet Last of de Hipmen. Ook het trio van John Hicks is nog in de Beurs, op 9/7 met Lee Konitz en op 10/7 met Archie Shepp.

Tweede dag International Jazz Festival Amsterdam met o.a. Barney Wilen Quartet, Mike Stern/Bob Berg Band, Louis Sclavis Quartet en David Murray Quartet. Gehoord: 6/7 tent op de Dam en Beurs van Berlage, Amsterdam.