PRUUS

'Wat was schadelijker voor de weerbaarheid van de Nederlandse bevolking: een fanatiek NSB-burgemeester zonder enig gezag dan wel een nog door koningin Wilhelmina benoemde burgemeester die zich te slap opstelde?' De vraag stelt zich drs. Marcel Kienhuis in zijn bijdrage 'Duitse gezag en NSB bruskeerden bestuur' aan het Jaarboek Overijssel 1990, getiteld De Pruus komt! Overijssel in de Tweede Wereldoorlog. Zelfs nu is deze vraag nauwelijks te beantwoorden, laat staan in of vlak na de oorlog. Burgemeesters in Nederland waren slecht voorbereid op een Duitse inval. In mei 1938 had het ministerie van Binnenlandse Zaken de burgemeesters een handleiding gestuurd (de 'Aanwijzingen'), waarin ze werden opgeroepen in het belang van de bevolking op hun post te blijven. Menig burgemeester was ook overtuigd dat aanblijven veel kwaad kon voorkomen. Wiebe van der Sluis was vanaf 1926 burgemeester van het Twentse dorp Goor en een van de weinige burgemeesters van SDAP-huize - in Overijssel zelfs de enige. Als lid van die partij werd hij geacht de gedragslijn van de SDAP te volgen, en binnen de SDAP werd verzet gepredikt. In november 1945 besliste de Ereraad van de partij dat hij de grens 'van datgene, waartoe een politiek verantwoordelijk man ook in de allermoeilijkste omstandigheden mag gaan' had overschreden. Van der Sluis had in het najaar van 1942 van de bezetter de opdracht gekregen alle revolutionaire ingezetenen te arresteren, dit in verband met de gepleegde sabotage aan de spoorwegen. Twintig personen kwamen daarvoor in aanmerking, drie ervan - waarvan hij wist dat ze onschuldig waren (de Duitsers hadden beloofd dat onschuldigen weer zouden worden vrijgelaten) - liet Van der Sluis arresteren. De drie werden na enkele weken inderdaad vrijgelaten, maar voor de SDAP was dat geen reden Van der Sluis geen ernstige verwijten te maken.

Een andere burgemeester die ondanks zijn verzet na de oorlog niet bepaald gewaardeerd werd, is Arnoldus van Walsum, die sinds 1938 eerste vader van Zwolle was. Op 12 mei 1940 weigerde hij een Duitse officier inlichtingen te verstrekken over een vliegveld. Toen hij in juni weigerde de Sicherheitspolizei toegang te geven tot het bevolkingsregister, werd Van Walsum korte tijd in arrest gehouden. Op de dag van zijn vrijlating werd hij ontslagen. Na de bevrijding werd Van Walsum niet in zijn ambt hersteld. Op 14 mei 1940 namelijk, na het bekend worden van het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland, had hij een toespraak gehouden voor de draadomroep van Zwolle, met als strekking: Wilhelmina is onze koningin niet meer. Deze toespraak was velen bijgebleven, onder anderen de commissaris der koningin in Overijssel, mr. Alexander Eppo baron van Voorst tot Voorst. Deze verzette zich na de oorlog tegen de terugkeer van Van Walsum.

Van Voorst tot Voorst ('Herr Baron') was zelf een van de vele hooggeplaatste Nederlanders die van mening waren dat men loyaal met de bezetter diende samen te werken. Hem werd opgedragen er voor zorg te dragen dat de functie van loco-burgemeester van de gemeente Stad-Hardenberg niet meer door de joodse wethouder R. E. de Bruin vervuld werd, welke opdracht hij aan de burgemeester van die plaats doorgaf met het verzoek er uitvoering aan te geven. Later verzette hij zich tegen maatregelen van de bezetter en bood huisvesting aan onderduikers. Toen hij na de oorlog in zijn ambt werd hersteld, was hij evenwel niet bereid Van Walsum zijn 'zonde' te vergeven.

De Pruus komt! - 'de Pruus' was voor de oorlog de favoriete benaming voor Duitsers - geeft een aardig beeld van Overijssel in de Tweede Wereldoorlog. Vooral de bijdrage van Kienhuis over de bestuurlijke verhoudingen in de provincie en de bijdrage van dr. Coen Hilbrink ('Illegaliteit in Overijssel was een lappendeken', gebaseerd op zijn vorig jaar verschenen dissertatie Illegaliteit in Twente en Salland) tillen het boek uit boven het gemiddelde gedenkboek.