Parlement suddert op waakvlam

Kamervoorzitter Deetman toonde zich afgelopen donderdagavond, de laatste dag van de Tweede Kamer voor het zomerreces, een tevreden mens. Het eerste parlementaire jaar onder zijn bewind, tevens het eerste seizoen van het nieuwe kabinet, had de Kamer 266 wetsvoorstellen behandeld en 74 nota's afgewerkt, zo kon hij de naar vakantie hunkerende Kamerleden melden. Ze mochten weg, ze hadden het verdiend.

Met z'n honderdenvijftigen werden ze op 6 september van het vorig jaar door ruim negen miljoen stemgerechtigden gekozen. Twee maanden later maakten vijftien van hen de overstap naar het kabinet. Voor de een (Lubbers) was dit wellicht wat minder verrassend dan de ander (Alders), maar in alle gevallen betrof het een te verdedigen stap omdat er nu eenmaal sprake is van een parlementair kabinet.

Zorgwekkend is pas de leegloop van de Tweede Kamer die na het aantreden van het nieuwe kabinet op gang is gekomen. Tien Kamerleden zijn inmiddels vertrokken of staan op het punt het Binnenhof te verlaten. De elfde, Groen Links vertegenwoordigster Van Es, heeft al laten weten in elk geval niet haar tijd te zullen uitdienen.

Het gemiddelde ligt op een vertrekkend Kamerlid per maand. De recepties van afscheid nemende Kamerleden zijn dan nauwelijks meer bij te houden. Het is goed voor het restaurantbedrijf der Tweede Kamer, maar minder goed voor de parlementaire democratie. Allemaal kiezen ze voor die 'uitdaging' elders. De uitdaging die blijkbaar niet aan het Binnenhof is te vinden. Het is al vaker geconstateerd: het Kamerlidmaatschap is geen roeping meer voor bevlogen mensen, maar onderdeel van de carriere.

Ex-Tweede-Kamervoorzitter Dolman, begin deze week naar de Raad van State vertrokken, gaf twee maanden geleden in een interview met het weekblad Vrij Nederland haarfijn aan waaraan het schort: 'Het is de laatste jaren saaier geworden in de Tweede Kamer. Absoluut. Daar ben ik bijzonder ontevreden over. Dat komt omdat we een typisch mier-parlement hebben. Er wordt hard gewerkt, maar er wordt weinig gestierd. Grote clashes in het openbaar komen weinig voor. Grote disputen ontbreken. Het laatste echte issue waren de kruisraketten. De theaterkant ontbreekt nu volledig in het parlement. Ieder Kamerlid zou daarvan behoren te houden. Als dat niet zo is ontbreekt er wat.' Het zijn ware woorden, waarvan het enige opmerkelijke is dat ze nu juist uit de mond van Dolman kwamen. Want stond niet uitgerekend hij in de Kamer bekend als de scheidsrechter die een boeiende wedstrijd volledig dood wist te fluiten? Sinds hij vorig jaar september weer 'gewoon' Kamerlid werd, heeft Dolman zich ook nimmer ontpopt als de generalist die het grote debat wilde aanzwengelen. Integendeel, daar op een van die achterste bankjes in de Tweede Kamer zat maandenlang een ontevreden iemand die vond dat de verkeerde man op de aan hem toebehorende voorzittersstoel zat te wachten op een andere baan.

Ruimtegebrek

Zijn de Kamerleden zelf debet aan de malaisesfeer of is het meer dat het politieke debat in zijn algemeenheid is verstomd en de Tweede Kamer zich moeiteloos met die nieuwe situatie heeft verenigd? Vast staat dat de strakke regeerakkoorden van de eerste twee kabinetten Lubbers de positie van de Tweede Kamer aanzienlijk hebben verzwakt. De ambitieuze doelstellingen lieten bij de coalitiepartners geen ruimte voor 'gestier'. Na de verkiezingen van vorig jaar leek het tij zich enigszins te keren. In zijn advies aan de koningin schreef informateur De Koning dat bij de vorming van een kabinet zou moeten worden uitgegaan van 'een aantal duidelijke politieke afspraken op hoofdlijnen van beleid in plaats van een gedetailleerd regeerakkoord, ook om de onderscheiden verantwoordelijkheden van kabinet en Kamer tot uitdrukking te laten komen.'

Opgelucht concludeerde de Haagse journalistiek dan ook: het wordt weer leuk op het Binnenhof.

Maar reeds twee maanden later, toen het regeerakkoord van het kabinet-Lubbers/Kok gereed was, bleek dat alle aanhangers van dualisme te vroeg hadden gejuicht. De onaantastbare afspraken over reductie van het financieringstekort en het ten minste stabiliseren van belastingen en premies maakten Spielerei voor het parlement opnieuw praktisch onmogelijk. Wel 266 wetsvoorstellen behandeld, maar geen politiek vuurwerk. De leiders van het land heten Lubbers en Kok en aan de fractievoorzitters Brinkman en Woltgens hebben die tot nu toe twee prima slippendragers gehad. Het wordt pas echt moeilijk voor het kabinet als een voorstel in de Eerste Kamer aan de orde komt.

De Kamerleden aan Binnenhof 1a zijn getransformeerd in ijverige vragenstellers die het thuisfront enthousiast kunnen vertellen over de steun die een collega-Kamerlid in het vooruitzicht heeft gesteld aan zijn of haar sub-amendement. Belangrijk, zeker als het subamendement ook nog aangenomen wordt (wat daarentegen weer veel minder vaak het geval is), maar hoe staat het met het Kamerlid als all-round politicus? De tijd van de grote ideologieen is voorbij, minder romantisch zegt het Kamerlid Van Es, maar dat betekent toch nog niet dat het politieke debat totaal hoeft te verstommen?

Te bescheiden

Het zou juist een taak zijn voor de beroepspolitici om waar anderen het laten afweten, dat debat te entameren. Maar zo lang het niet geagendeerd staat houdt het Binnenhof zich stil. In de weken nadat de Berlijnse Muur was geopend en in het ene na het andere Oostblokland de vlam in de pan sloeg, sprak het Nederlandse parlement over de financiele positie van het spoorwegpensioenfonds. Een klein land kan ook te bescheiden zijn. De revolutionaire veranderingen van de afgelopen negen maanden binnen Europa verlangen een ander veiligheidsdenken. De NAVO is daarmee volop bezig, maar hoe staat het met het denken daarover van onze nationale politici? Is het vergeleken bij het nationale debat over de kruisraketten waarover iedereen een mening had, wat te abstract allemaal? Blijkbaar, want de procedure rond het versturen van een brief van de minister van defensie aan de Tweede Kamer kan daarentegen weer tot grote opwinding onder de Kamerleden leiden, zo bleek deze week weer eens.

De administrateurs hebben bezit genomen van de Kamerbankjes. Aan details in de debatten is geen gebrek, aan de grote lijn des te meer. Ieder Kamerlid beheert zijn eigen winkel en wee degene die zich buiten de afgesproken paden durft te begeven, zoals de PvdA-er Melkert onlangs weer eens in zijn fractie mocht ervaren. Inderdaad, een typisch 'mierparlement'. De meeste mieren zijn nu met vakantie. Maar de fractievoorzitters en de financiele specialisten van de regeringspartijen mogen pas over een paar weken weg als de ministers klaar zijn met hun eerste ronde van begrotingsbesprekingen. Voorlopig zijn ze dagelijks beschikbaar om op elk moment bevriende partijgenoten in het kabinet gevraagd dan wel ongevraagd van advies te dienen. Verschil van mening als straks de begroting in de Kamer aan de orde komt, moet te allen tijde worden voorkomen. Dat zou immers maar tot debat leiden.