Olieplan is begin van afvalinzameling

DEN HAAG, 7 juli Ruim tweehonderd actiepunten formuleerde minister Nijpels vorig jaar voor de lange termijn-operatie voor de redding van het milieu. Onder zijn opvolger kwamen er nog een paar 'subpunten' bij. Een daarvan gaat over de opzet van een inzamelingssysteem voor afgewerkte smeerolien die niet meer zomaar op de afvalhoop of elders in het milieu terecht mogen komen. Met dat systeem (een terugnameplicht plus statiegeldregeling) wil minister Alders nu snel aan de slag. Een van de hoofdpunten van zijn beleid is namelijk dat afval zoveel mogelijk voorkomen (preventie) of opnieuw gebruikt (recycling) moet kunnen worden. Daarbij vormt zijn smeerolie-plan mogelijk het begin van een reeks heel concrete, lang verwachte maatregelen. De volgende stap, ook nog dit jaar te zetten is die van verplichte inname van cadmium-en alkalinebatterijen en van de inzameling van verfresten en oude verfblikken. Voor de verfresten komt er een verwerkingsfabriek op de Maasvlakte en in Wierden (Overijssel) komt een experimenteel bedrijf voor oude batterijen.

Voor al deze plannen heeft de minister het bedrijfsleven hard nodig; zonder zijn vrijwillige medewerking gaat het niet, zegt men bij de werkgeversorganisaties VNO en NCW. Bij de inzameling van de afgewerkte smeerolies moet die medewerking niet alleen komen van de branche van producenten en importeurs maar onder meer ook van de garagebedrijven. En juist die liggen al meteen dwars. Volgens de Bovag, de 14.000 leden tellende bond van autoverkopers en garagehouders, deugt het door Alders geopperde statiegeldsysteem van geen kant. Het statiegeld van vijftien cent per literblik motorolie zou veel te laag zijn en de garagehouders voelen er niets voor om statiegeld terug te betalen voor olie die oorspronkelijk niet bij hen maar bij branchevreemde winkelbedrijven is gekocht. Zouden we dus al aan het plan van de minister willen meewerken, zegt de woordvoerder van de Bovag, dan moeten we er op zijn minst zeker van zijn dat de levering van smeerolies geconcenteerd wordt bij door ons erkende verkoopunten.

Iets anders is dat de cijfers over de hoeveelheid smeerolie die per jaar verkocht wordt en hoe veel daar van overblijft nogal uiteenlopen. Volgens het ministerie van milieubeheer komt er jaarlijks 165.000 ton smeerolie op de markt en blijft er aan afgewerkte olie 100.000 ton over. De Bovag hanteert een iets andere berekening. Volgens haar ging het in 1988 om totaal 122.000 ton vrijkomende, afgewerkte olie waarvan een kleine twintig procent afkomstig is van personenauto's. Een kwart zou van de industrie afkomstig zijn, zeven procent van de landbouw, negen procent van de transportsector en 24 procent uit overige sectoren zoals handel en defensie. Voor de oliebranche en het milieubureau van de werkgeversorganisaties kwam Alders' plan gisteren als een volkomen verrassing. We wisten wel dat Alders er iets over geschreven had in zijn onlangs gepubliceerde NMP-plus, zegt men bij Shell Nederland in Rotterdam. Maar we wisten niet dat hij er zo snel mee zou komen; vooroverleg is er niet over geweest. Ook bij de Vereniging van smeerolie-ondernemingen Nederland rekende men niet op zo'n snelle actie van Alders.

In zijn brief aan de vaste commissie voor milieubeheer van de Tweede Kamer laat minister Alders blijken dat hij haast heeft. Bedrijven die in Nederland smeerolien op de markt brengen worden verplicht die produkten in het afvalstadium terug te nemen. Vooralsnog moet dat op basis van afspraken met het bedrijfsleven, maar per 1 januari 1992 moet de terugname en de statieregeling een wettelijke verplichting worden. Voordien moet dan nog worden geregeld dat de teruggenomen, afgewerkte metterdaad bij een centrale verwerkingsfabriek terecht komt. Het door de consumenten betaalde statiegeld van 15 cent per liter (bijna 25 miljoen gulden per jaar) wordt aan die fabriek gegeven, ter afdekking van mogelijke exploitatietekorten.

Veel animo onder het bedrijfsleven om zo'n verwerkingsfabriek op te richten is er nog niet. Niemand wil enig financieel risico lopen; ook de overheid niet. Bovendien mag de collectieve lastendruk niet omhoog gaan. Vandaar dat Alders maar een werkzame mogelijkheid ziet: het statiegeldsysteem voor rekening van de consument. Vijftien cent statiegeld per liter gekochte smeerolie waarvan hij bij inlevering van de afgewerkte olie maar negen cent terugkrijgt omdat tijdens het gebruik van smeerolie zo'n veertig procent wordt verbruikt en dus niet meer kan worden teruggegeven.