Nijdams wil om te winnen altijd 'fantastisch groot'

VITTEL, 7 juli Pas sinds hij vorig jaar vlak na elkaar in de sprint de herfstklassiekers Parijs-Brussel en Parijs-Tours won, staat Jelle Nijdam te boek als de grote rivaal van Jean-Paul van Poppel, Olaf Ludwig en Adriano Baffi. Maar in feite is de 26-jarige Nederlander van oorsprong al een sprinter. Bij de nieuwelingen won hij dertig wedstrijden, waarvan zeker twintig in de sprint. Omdat de volgende categorieen steeds zwaarder werden en winnen steeds moeilijker, probeerde Nijdam op een andere manier succes te boeken. Hij demarreerde in de laatste kilometers en niemand haalde hem in. Het zou zijn veel geroemde specialiteit worden.

Maar Nijdam nam geen genoegen met deze ontwikkeling. Hij wilde bewijzen dat hij als beroepsrenner ook in de sprint kon winnen. Het was een onderdeel van zijn groeiende zelfvertrouwen, zijn groeiende kracht en de motiverende begeleiding van zijn ploegleider Jan Raas, die in Nijdam karaktertrekken van hemzelf herkent. Het maakt Nijdam niet uit welke kwaliteiten men hem toedicht, of hij nu een goede sprinter wordt genoemd, een tijdrijder of een tempobeul, als hij maar wint. Want voor hem telt in de sport alleen winnen.

Nijdam neemt geen genoegen meer met een ondergeschikte of dienstverlenende rol. Te lang heeft hij Van Poppel naar de eindstreep moeten loodsen, te lang heeft hij moeten toekijken hoe de koningssprinter met de bloemen op het erepodium stond te zwaaien. Dat wilde Nijdam ook. De wijze waarop hij zich ontwikkelt heeft iets vanzelfsprekends. Wie zo hard kon fietsen in tijdritten en kon sleuren aan de kop van het peloton, moest ook kunnen sprinten, meende Raas. Op aanraden van Raas probeerde Nijdam het eens op een manier die zijn ploegleider in zijn actieve periode al veel successen bracht. Recht-toe, recht-aan.

Inhaalrace

Gisteren toonde Nijdam in de finale van de Tour-etappe naar Vittel zijn arsenaal aan finisseurs-kwaliteiten. Eerst sloot hij met Museeuw en Ekimov na een energievretende inhaalrace aan bij het vluchtersgroepje met Fidanza, Skibby en Nulens. Vervolgens sprong hij weg met Nulens. Toen het duo werd ingelopen, probeerden Fidanza en Skibby nog een keer te ontvluchten. Maar Nijdam haalde met de anderen aan zijn wiel de twee terug, nam de leiding over en sprintte in de laatste driehonderd bochtige, klimmende meters met overmacht naar de overwinning. Erkende sprinters als Museeuw, de winnaar van de derde etappe, en Fidanza, die hem vorig jaar in de Tour nog versloeg, waren kansloos. In tien kilometer stelde Nijdam sprinters, solisten en een duo uit dezelfde ploeg voor een voldongen feit. Dat getuigt van winnaarsmentaliteit.

Wie zo kan sprinten, hoeft geen angst te hebben voor concurrentie en zich uit te sloven in krachtenverslindende ontnappingen, is een voor de hand liggende conclusie. Maar Nijdam is een renner die zich goed op de hoogte stelt van de krachten van zijn belagers en van het parcours. 'Een renner die nooit denkt wint nooit zoals ik vijf Tour-etappes in vier jaar', weet hij. 'Ik ben nog een keer weggesprongen omdat ik het niet op een sprint wilde laten aankomen. Ik weet door ervaring dat het laatste stuk in deze heuvelachtige streken nooit vlak kan zijn. En ik had me geinformeerd over de aankomst. Ik wist dat er in de laatste 150 meter een bocht was en dat het dan licht bergop ging. Bovendien moest ik oppassen voor een aanval van die Panasonics, Ekimov en Nulens, en voor de sprint van Museeuw. Misschien was het een geluk dat Museeuw al een etappe had gewonnen. Dat scheelt toch.' Voor Raas kwam de overwinning van Nijdam niet als een verrassing. 'Het moest een keer gebeuren. Zijn wil om te winnen is zo fantastisch groot. Dat straalt hij uit. Als je ziet wat hij allemaal kan, sprinten en hardfietsen, onvoorstelbaar.'

Nijdam geeft toe dat dat de etappeoverwinningen van zijn ploeggenoten Maassen en Solleveld een drijfveer voor hem was. 'Dan wil ik ook winnen. Bovendien zat het me dwars dat ik een slechte proloog reed en dat ik dinsdag me in de eindsprint heb vergist. Ik richtte me op die Coca Cola-bus, die altijd bij de finish staat, maar nu stond hij driehonderd meter ervoor. Daardoor was ik op honderd meter voor de streep al moe.' Voor Raas en zijn sponsor is de Tour de France al geslaagd. Drie overwinningen in de eerste week zijn meer dan hij verwachtte. 'Ik had met een overwinning rekening gehouden', verklaarde hij wat schijnheilig. Maar misschien meende de Zeeuwse ploegleider het wel na de afgelopen maanden. In het voorjaar ontstond er grote onenigheid in het team omdat de 'grote' nieuwe sponsor te weinig publiciteit kreeg. Verwachte overwinningen in de klassiekers bleven uit.

Vervolgens eisten kopman Golz en zijn nieuwe talent Cordes salarisverhoging. Aan de wens van de eerste werd geen gehoor gegeven, met als gevolg dat de Duitser een contract tekende bij de Italiaanse ploeg van Argentin. Cordes had kunnen blijven, maar omdat hij zich door de omstreden manager Boskamp liet vertegenwoordigen, werd de klassementsrenner met klimkwaliteiten gesommeerd te vertrekken. Beiden werden daarom niet door Raas in de Tour-ploeg opgenomen. Renners die met andere sponsors onderhandelen, zijn vertrouwen in hun beschamen, vallen uit de gratie. Raas is nog een van de weinige ploegleiders die zich niet door de renners de wet laat voorschrijven.

Ekimov

Hoewel zijn grote kwelgeest Post in Rooks nog een grote troef in handen heeft, ligt het niet in de aard van de Panasonic-ploegleider de successen-reeks van Raas met een schouderophalen af te doen. Zeker niet als Nulens en Ekimov hun numerieke meerderheid in de kopgroep hebben verzuimd uit te buiten. Het duo had immers een grote tactische fout gemaakt. Hij had het liever op een massasprint met Ludwig en Van Poppel laten aankomen. 'Nulens heeft genoeg aangevallen', probeerde hij de Belg te beschemren. 'En Ekimov moet zich nog aanpassen. Hij moet zijn weg nog vinden in het beroepswielrennen. Met die felle wind tegen is het niet eenvoudig weg te springen. Hij is sterk, maar misschien kan hij zijn krachten nog niet verdelen.' Nulens was aanzienlijk minder mild voor de Russische neo-prof. 'Toen ik vlak voor de finish tegen hem riep dat hij moest springen, deed hij dat meteen. Maar wel in een bocht. Als hij nu even nadenkt en later gaat, is hij misschien wel weg.'

Ekimov probeerde via een Nederlandse tolk zijn verontschuldigingen aan te bieden. 'Ik had meer kans gehad als de aankomst vlak was geweest. En ik was al erg vermoeid.'

In welke taal hij zich met Nulens had onderhouden? 'Tactiek is duidelijk. Daar zijn geen woorden voor nodig.'

Maar de 24-jarige Rus wilde wel toegeven dat 'de Tour hem meer tegen- dan meegevallen was'.

De Vredeskoers en andere amateurwedstrijden zijn anders. 'Er wordt hier veel sneller gereden, er wordt constant aangevallen en de finales zijn keihard.'

Vooral wanneer de wind op kop staat, heeft de kleine renner uit Leningrad problemen. Maar wie heeft dat niet. 'Waaierrijden is voor iedereen moeilijk.'