Kleine wetenschap 7

Een paar jaar heb ik dank zij het baantje dat ik toen had, vrijwel van dag tot dag een man kunnen volgen die een opvallende dode hoek had. Hij was een energiek functionaris, met plezier in zijn werk, een steunpilaar voor het bedrijf maar als hij met zijn auto 'het land in ging' hielden we ons hart vast. Niet dat hij een roekeloos rijder was, maar tractoren ontsnapten aan zijn waarneming. De eerste keer dat we dit merkten was toen hij in de Noord-Oostpolder een tractor raakte. Er waren geen persoonlijke ongelukken maar beide voertuigen waren verloren. De tweede keer gebeurde het toen hij met vakantie in Jutland was. De ANWB-Wrakkendienst moest hem terughalen. Nog hetzelfde jaar raakte hij zijn derde tractor. Daarna is hij van betrekking veranderd. Ik verloor hem uit het oog maar zijn ontmoetingen met de tractoren bleven me bezighouden.

Voor een chauffeur is de dode hoek de sector die noch direkt, noch via de achteruitkijkspiegel binnen zijn gezichtsveld valt. Dat is de optische dode hoek waarmee iedereen die auto rijdt, vertrouwd is en rekening houdt. In dit geval was daarvan geen sprake. Iedere tractor had zich in zijn direkte blikveld bevonden. Lag het aan de constructie en de snelheid van de trekker: enigszins geraamte-achtig en langzaam? Dan zouden die ongelukken veel meer moeten gebeuren. Nee, dacht ik zonder nader onderzoek. Er is iets in het onderbewustzijn van deze man dat hem dwingt, tegen tractors op te botsen. Dat kan alleen met behulp van de psycho-analyse aan het daglicht worden gebracht. Ik borg het vraagstuk op in dat deel van m'n brein waar alles vanzelf gaat zonder dat ik me ermee hoef te bemoeien. Op den duur zou het er in overzichtelijke vorm weer uitkomen. Zover is het nog niet, maar ik heb het gevoel dat ik een fase verder ben.

Ieder mens heeft niet alleen een dode hoek als hij achter het stuur zit, maar in zijn hele levenswandel. Om zijn rijbewijs te halen moet men hebben geleerd, de dode hoek te controleren voor men gaat inhalen. Misschien is dat jammer, maar levenswandelbewijzen worden niet uitgereikt. Iedereen moet via eigen ervaring ('door schade en schande', precies als bij een gewoon ongeluk) maar te weten komen of zich een ander in de dode hoek ophoudt.

Voor de meeste mensen blijkt het niet zo moeilijk te zijn, zich de routine van de noodzakelijke voorzichtigheid gepaard aan gezond wantrouwen eigen te maken, waardoor ze ernstige ongelukken voorkomen. In de dode hoek loert altijd gevaar maar het valt te beheersen. ('DAM; Dead Angle Management'). Het enige wat we daarvoor moeten doen is ons de levenswandel voorstellen als een beweging in de ruimte waarbij hogere snelheid natuurlijk meer voorzichtigheid eist. Welnu, hieruit volgt dat wij in ons bestaan niet alleen te maken hebben met een optisch blikveld maar ook met een existentieel dat overeenkomt met het optische doordat het eveneens 360 graden heeft - een cirkel die nooit in een blik valt te overzien. Zoals het achterhoofd geen ogen heeft, zo kunnen de hersens niet aan alles tegelijk denken.

Maar ons gezichtsvermogen lijkt op nog een treffende manier op ons denkvermogen. In het netvlies bevindt zich de blinde vlek waarop geen licht wordt waargenomen. Zelfs al zou men, bijvoorbeeld door een systeem van spiegels de hele cirkel kunnen overzien, dan zou daarin bij de tegenwoordige stand van het gezichtsvermogen een hiaat in zijn, veroorzaakt door de blinde vlek.

De kleine wetenschap heeft nu vastgesteld dat analoog aan het optisch waarnemen, ook het menselijk denken door een blinde vlek wordt belemmerd. Er is een sector die misschien wel zintuigelijk wordt waargenomen maar niet door de hersenen verwerkt. We weten niet of er zintuigelijke waarnemingen plaatsvinden omdat daarvoor de bewijzen ontbreken. Immers: het bewijs van waarneming wordt door en via de hersenen geleverd.

Zoals we hebben gezien hoe onze vriend van hierboven regelmatig met een tractor in botsing kwam, zo zien we bij andere mensen dat ze zich herhaaldelijk 'met open ogen' in een situatie begeven waarin hun onderneming tot mislukken gedoemd is. Uitleggen helpt niet, waarschuwen evenmin. Ze zijn onmiskenbaar verstandig, volledig toerekeningsvatbaar maar opeens loopt het mis. Het lijkt wel of ze verdoofd zijn, als het ware van de tandarts komend te vlug gaan eten en denkend dat het een hapje biefstuk is, op hun eigen wang kauwen. Ze geven zich ongewild over aan een partiele zelfvernietiging. We zeggen dan dat zo iemand voor dit of dat 'geen gevoel' heeft; met zijn hoofd tegen de muur loopt; zich telkens aan dezelfde steen stoot; in de sector van zijn blindheid accident prone is.

Het hoeft niet altijd zo ernstig te zijn. Er zijn kleine blinde vlekken in de hersenen die dan hier, dan daar verschijnen. Men merkt dat bijvoorbeeld bij het schrijven, of liever gezegd, men merkt het niet. Er verschijnt een kromme zin op papier die voor een kaarsrechte wil doorgaan en er ook in slaagt, de maker op die manier bij de neus te nemen. Maar als goed gaat, duurt dat niet lang: bij het overlezen wordt de invalide ontmaskerd en rechtgetrokken. Andere blinde vlekken - zeer bekend - spelen ons parten bij het waarnemen van geliefde personen. Soms gaat het over, soms duurt het een leven lang, maar zoals gezegd, ernstig is het niet. Eerder hoort het zo, althans, wordt het tot op zekere hoogte als een deugd beschouwd. Ik noem deze kanten van het vraagstuk voor de volledigheid.

Maar de kleine wetenschap verdiept zich in de grote problemen. Is het zo, vraagt men zich in deze kringen af, dat in bepaalde fasen van de geschiedenis een bepaalde sector van de existentiele cirkel buiten het waarnemingsveld valt, waarna de kegel van de blinde vlek gaandeweg in deze of gene richting verschuift? Gaat het in feite om nog niet gedefinieerde factoren die de waarneming van het eigen ik bepalen? Om de richting van het denken te bepalen: in de eerste helft van deze eeuw was het 'minderwaardigheidscomplex' het gesprek van de dag. De mens was geneigd, zich kleiner te zien dan de omvang waarop hij aanspraak kon maken, wist dit en zocht genezing, of wist het niet en liet zijn kansen voorbij gaan. Ook het missen van een kans kunnen we beschrijven als een conflict met de samenleving.

Het primaat van het minderwaardigheidscomplex is vervangen door een ander. Kleding, houding, motorisering, algemeen gedrag leren dat steeds meer mensen een dunk van zichzelf hebben die groter is dan hun natuurlijke omvang. Op het ogenblik beleven we een periode waarin de kans groter is dat het primaat van de grootheidswaan ons parten gaat spelen. De blinde vlek in het brein blijft, die is waarschijnlijk onontkoombaar, maar er bevindt zich een ander segment van de existentiele cirkel in de zwarte kegel. Zoals men om zich heen kan zien, zijn geheel andere conflicten met de samenleving daarvan het gevolg. Naast het DAM zou er een MOBBS moeten worden ontwikkeld (Management of the Blind Brain Spot).