Justitie scoort in mestzaken slechts 'toevaltreffers'

DEN BOSCH, 7 juli Dat treft. Officier van justitie mr. G. C. M. Bos wijst vanuit zijn werkkamer in Den Bosch naar buiten, in de richting van het nabij gelegen poldergebied Bossche Broek. 'Daar gaat weer zo'n volle mesttank door onze schitterende polder. Ziet u hem?' 'Die boer denkt: het gaat vanavond regenen, ik gooi nu nog flink wat mest over het land. Het is werkelijk ontzaglijk wat hier in deze polder wordt uitgereden. Je houdt het niet voor mogelijk. Het is een betrekkelijk laag liggend stuk grond, het is zo door vocht verzadigd, er staan zelfs plassen. Het is te zot voor woorden om daar nog over uit te rijden. Maar kijk: het gebeurt gewoon.' Met mest gebeurt veel dat niet mag, Bos was het juist aan het uitleggen. Hij is in zijn arrondissement belast met milieuzaken, wat nagenoeg gelijk staat aan mestzaken. 'De mestwetgeving die van het ministerie van landbouw afkomt is niet of onvoldoende te handhaven. De bedoelingen zijn wel goed. Maar er komt weinig van terecht.' Bos is niet de enige die een dergelijke opvatting heeft. De Algemene Rekenkamer legt momenteel de laatste hand aan een rapport over het mestbeleid, waarin stevige kritiek is vervat op de kwaliteit van de maatregelen die een onjuiste of overmatige aanwending van mest moeten tegengaan.

Het samenstel van maatregelen is breed, het effect ervan gering daar komt de kritiek van de Rekenkamer kortweg op neer. Belangrijke oorzaak is dat de maatregelen (uitrijverbod, mestboekhouding, mestopslagverplichting, fosfaatnormering) in de praktijk nauwelijks zijn te controleren. Gevolg is dat de milieuschade die de mestoverschotten teweegbrengen de laatste jaren nauwelijks is teruggebracht.

Mest dumpen, mest illegaal opslaan, mest overmatig en op ontijdige momenten uitrijden, ook Bos stelt vast dat het nog altijd aan de orde van de dag is. De schade aan bos, bodem, grondwater en lucht noemt hij 'werkelijk fenomenaal'.

Intussen rust er ten onrechte nog altijd een politiek taboe op inkrimping van de veestapel, meent de officier van justitie. 'De wetgeving is niet adequaat. In de praktijk levert ze niet de resultaten op die men ervan verwachtte. Het mestprobleem is niet verkleind. Het aantal zaken dat wij hier behandelen staat in geen verhouding tot het aantal overtredingen dat wordt vastgesteld. 'Dan zet ik het nog los van de nauwelijks controleerbare regels. Neem het uitrijverbod. Boeren hebben daarbij een onderwerkverplichting: binnen 24 uur moet men de uitgereden mest onder de oppervlakte hebben gebracht om uitstoot van ammoniak tegen te gaan. Maar als je het moment van uitrijden of het moment van onderwerken mist, heb je geen poot om op te staan. Met andere woorden: we scoren slechts toevalstreffers. De enige manier om dat te veranderen is bij iedere akker een politie-agent plaatsen vergeet het maar.' Wat zijn uw ervaringen met de mestboekhouding? 'De administratieve controle is op zichzelf goed te doen. Maar een dergelijke boekhouding is fraudegevoelig, dat geldt namelijk voor alles dat boekhoudkundig wordt verwerkt. We hebben gezien dat boeren mestquota opgaven die niet konden kloppen gezien de omvang van hun veestapel en de oppervlakte van hun land.' Er zijn regelmatig klachten over het gebrekkige karakter van wetgeving die afkomstig is van Landbouw. 'Ik weet ervan. Vorige week nog heb ik vrijspraak moeten vragen in een zaak van een landbouwer die mest in een verboden periode op grasland had uitgereden waar kort tevoren graan op was verbouwd. De tekst van de wet bleek onvoldoende toegesneden op die praktijk. Je vraagt je af hoe zoiets kan. Landbouw wordt wel van kwade trouw beticht. Ik kan dat niet bewijzen, ik wil het dus niet zo stellen. Kennelijk heeft men onvoldoende deskundigheid over de dagelijkse praktijk.' Onlangs besloten de procureur-generaals in het kader van het Nationaal Milieu Beleidsplan meer coordinatie aan te brengen in de opsporing en vervolging van milieudelicten. Daartoe werd het Coordinerend Beleidsoverleg Openbaar Ministerie/Milieu (CBO) opgericht. Dat CBO stelde een vijftal commissies in, Bos werd voorzitter van de 'Commissie Groen', die zich zal buigen over 'alles wat met het leefmilieu te maken heeft'.

De commissie moet nog besluiten welk onderdeel van de milieuwetgeving prioriteit moet krijgen, maar Bos weet het al: de mestwetgeving. 'Controle, toezicht, verbaliseringsbeleid dat alles zal moeten worden geintensiveerd.' Als wetgeving onvoldoende controleerbaar is lijkt dat niet erg effectief. 'De wetgeving moet ook vereenvoudigd worden. Nu proberen wij voortdurend te achterhalen waar een boer zijn mestoverschot laat. Dat moet veranderen. Het kan als volgt: een boer heeft een aantal dieren, die produceren een bepaalde hoeveelheid mest, je kijkt hoeveel hij op zijn eigen land kwijt kan en wat-ie met zijn overschot doet moet hij zelf aantonen. Een omgekeerde bewijslast. 'Het is een van de voorstellen die de laatste jaren wel in overleg met ambtenaren van Landbouw zijn gedaan. Maar in die periode is het er niet van gekomen. Zoals er ook is gewaarschuwd voor de moeilijke handhaafbaarheid van de wetgeving. Ook daaraan is men voorbijgegaan. Men gaat altijd voorbij aan de echte oplossingen. 'Uiteindelijk kan je de zaak alleen in de hand houden als je de mestproduktie relateert aan de hoeveelheid grond die we in dit land hebben. Dat betekent een drastische inkrimping van de veestapel. Bij alle andere maatregelen, ook die ik net noemde, zul je altijd blijven zitten met het feit dat handhaafbaarheid uiterst moeizaam is, al was het maar bij gebrek aan voldoende controleambtenaren.' De minister van landbouw wijst een inkrimping af. 'Nou ja, dan is het uit. Dan leg ik het moede hoofd in de schoot. Ik ben niet degene die bepaalt of de veestapel zal inkrimpen. Ik kan slechts signalen afgeven. Als de politiek daar niets mee doet, dan ben ik uitgepraat.' Wat is de consequentie voor uw werk als die inkrimping niettemin uitblijft? 'Ik doe mijn werk binnen de mij gegeven mogelijkheden. En voor de rest ga ik over tot de orde van de dag. Op naar de volgende klus. Mijn taak blijft uiteraard toe te zien op de handhaving van de wet. Dus voorzover de wet me dat mogelijk maakt zal ik dat doen. Daar ben ik voor ingehuurd, zoals dat heet. 'Een mens kan veel willen. Maar soms stelt hij vast dat Tweede-Kamerleden en ministers de kool en de geit sparen.' Als de politiek de veestapel niet inkrimpt, kiest ze ervoor dat mest wordt gedumpt, dat mest op ontijdige momenten op voor het milieu schadelijke plaatsen wordt uitgereden, dat fosfaatnormen worden overschreden, enfin, dat niet handhaafbare wetgeving blijft bestaan? 'Exact. Niet meer en niet minder.' Dat is een harde conclusie. 'Het is ook een harde materie.'