Jos van Kemenade(53) kreeg landelijke bekendheid ...

Jos van Kemenade(53) kreeg landelijke bekendheid als minister van Onderwijs en Wetenschappen in de kabinetten Den Uyl en Van Agt-II. Hij was voor de PvdA ook lid van de Tweede Kamer en fungeerde als voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Thans is hij burgemeester van Eindhoven. Als voorzitter van een delegatie verbleef hij onlangs voor een intensief bezoek in Zuid-Afrika.

Woensdag 27 juni

Om twaalf uur hoor ik van Pax Christi dat de visa nu eindelijk zijn vrijgegeven en op Schiphol aan ons zullen worden overhandigd. Anny brengt me met de auto naar Schiphol. De delegatie bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende, veelal, katholieke organisaties zoals Pax Christi, Justitia et Pax, Mensen in Nood, Vastenaktie, organisaties voor missie en religieuzen en de werkgroep Kairos. Op grond van hun contacten met verwante organisaties in Zuid-Afrika werd het wenselijk geacht om juist nu een missie naar Zuid-Afrika te sturen om zich te informeren over de ontwikkelingen daar en over de mogelijkheden om hen te helpen apartheid uit te bannen en een nieuwe democratische en rechtvaardige samenleving op te bouwen. Men heeft mij gevraagd om als onafhankelijk voorzitter de delegatie te leiden en ik heb daar ja tegen gezegd omdat je niet aan de kant moet blijven staan als je, al is het maar een klein beetje, kunt bijdragen aan de oplossing van een van de grootste misstanden in onze wereld. Omdat mijn collega's in B en W die overtuiging deelden zit ik nu in het vliegtuig mijn eerste dagboekaantekeningen te schrijven en me af te vragen wat voor samenleving we daar aantreffen. Maar voordat we daar een eerste indruk van kunnen krijgen moet er eerst veertien uur gevlogen worden in een steeds ongemakkelijker zittende stoel, die het slapen niet bevordert.

Donderdag

Stipt om half elf 's morgens landen we op het vliegveld van Johannesburg waar we opgevangen worden door Jan Gruiters en Marnix van der Sijs die met Hans Hartman het programma hier hebben voorbereid. Dat hebben ze grondig gedaan en ze leggen ons een indrukwekkende lijst met afspraken en bezoeken voor. In onze verblijfplaats ontmoeten we Wim Spit die 's morgens al overleg met vakbonden heeft gehad. Om twee uur hebben we onze afspraak met Neil Morrisson, hoofd van het bureau voor internationale zaken van het ANC en het UDF, gevolgd door uitvoerige gesprekken met enkele leiders van ANC en UDF, waaronder mevrouw Ruth Mompathi en Panuel Maduna. Zij schetsen ons uitvoerig de stand van zaken. Duidelijk wordt dat De Klerk weliswaar van goede wil lijkt en dat er zeker stappen in de goede richting zijn gezet, maar dat de apartheid en de onderdrukking in feite nog in volle omvang aanwezig zijn. De ernstigste apartheidswetten bestaan nog en vooral de bureaucratie en de politie geven er nog geen blijk van dat ze de verandering daadwerkelijk willen uitvoeren. Bovendien gaat de rechtse oppositie zich steeds meer roeren en wordt er in een uiterste poging om het tij te keren steeds meer geweld gebruikt.

Duidelijk wordt ook dat er enorme economische en sociale problemen zijn die een nieuwe regering voor bijna onoverkomelijke problemen zullen stellen. Desalniettemin dringen ze krachtig aan op handhaving van de bestaande sancties die de blanken op de gevoeligste plek, namelijk de portemonnee, treffen. Ze erkennen anderzijds dat ze steun nodig hebben en pleiten dan ook voor 'selective support': hulp die niet aan de regering, dus aan de blanken, ten goede komt maar gericht aan organisaties die daadwerkelijk de positie van de zwarte bevolking verbeteren. De veelgehoorde argumenten dat economische sancties vooral de zwarte mensen zullen treffen, wijzen ze van de hand.

Daarna hebben we contact met Jude Pieterse, secretaris-generaal van de bisschoppenkonferentie en tot laat in de avond met twee mensen van de onderwijskundige faculteit van de Witwatersrand Universiteit. Zij schetsen het beeld van een onderwijsbestel met grote ongelijkheden tussen zwarten en blanken. Maar tegelijk maken ze duidelijk dat sommige ook niet-zwarte universiteiten drijvende krachten zijn in het vernieuwingsproces. Ze pleiten ervoor die krachten niet te isoleren maar ze door internationale contacten te ondersteunen. Ook hier weer een pleidooi voor selectieve steun dat de Nederlandse universiteiten ter harte zouden moeten nemen.

Vrijdag

's Morgens ontmoeten we eerst een aantal mensen van de Independent Board of Inquiry into Informal Repression. Een organisatie van voornamelijk juristen die de aanslagen en moorden onderzoekt, die gepleegd worden tegen anti-apartheidsactivisten. Ze maken hun onderzoekingen openbaar en bieden ze aan het openbaar ministerie aan, maar er wordt slechts zelden tot vervolging overgegaan. Ook na de recente veranderingen gaan die geweldplegingen gewoon door en nemen ze zelfs toe, als een reactie van het apparaat tegen de officiele koerswijziging. Bovendien blijkt er sprake van een groeiend aantal gewapende groepen extreme burgers. Eenzelfde beeld van groeiend geweld wordt ons met veel voorbeelden geschetst door vertegenwoordigers van de Commissie voor de Mensenrechten. Zij stellen vast dat ondanks de opheffing van de noodtoestand op grond van de nog bestaande wetten op grote schaal mensenrechten worden geschonden: van langdurige detentie zonder vorm van proces tot martelingen van gevangenen. Verschillende van de mensen die wij spreken hebben zelfs tot voor kort zelf lange tijd gevangen gezeten.

Om zoveel mogelijk groepen en organisaties te ontmoeten splitst de delegatie zich regelmatig op. Ook nu gaat een deel naar COSATU, de grootste vakbondsfederatie en het Vrije Weekblad, een deel naar een vrouwenorganisatie dat projecten in Soweto uitvoert en een deel, waaronder ik, naar Pretoria. In Pretoria ontmoeten we allereerst aartsbisschop Daniel en bisschop Osmond die ons informeren over de standpunten van de Katholieke Zuidelijk Afrikaanse Bisschoppenconferentie. De bisschoppen spreken zich uit voor handhaving van de bestaande sancties. Daarna spreken we met Brian Currin, van de beweging 'Juristen voor Mensenrechten'. Ook hij stelt vast dat wat er tot nu toe gebeurd is nog niet tot daadwerkelijke veranderingen heeft geleid. Hij laat ons zien dat alle artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in Zuid-Afrika systematisch en doelbewust geschonden worden, door martelingen, detenties zonder proces, maar ook bijvoorbeeld door onvoorstelbare praktijken in de rechtsgang, zoals het feit dat 85% van de verdachten zonder bijstand van een advocaat terecht moet staan.'s Avonds heeft de hele delegatie vervolgens contact met mensen van de zwarte en blanke studentenorganisaties SANSCO en NUSAS. Men heeft zich nog nauwelijks een beeld kunnen vormen hoe die samenleving er na apartheid, sociaal, economisch en cultureel uit zal moeten zien. En dat plaatst hen en ons voor het dilemma dat ze daarbij enerzijds op veel terreinen hulp van buiten zeer goed kunnen gebruiken, hulp die echter anderzijds niet tot vertraging in de uitbanning van apartheid mag leiden. Een smal pad met veel valkuilen en afgronden.

Zaterdag

's Morgens vroeg gaan we naar Soweto. Het is weer heel koud, want het is winter in Zuid-Afrika en rond nul tot vijf graden in Johannesburg dat op zestienhonderd meter hoogte ligt evenals Soweto. Soweto ligt op een half uur van Johannesburg en is een woongebied voor ongeveer twee miljoen zwarten die op grond van de groepsgebiedenwet niet in Johannesburg mogen wonen. De wolkendikke smog van de kolenkacheltjes is al van ver te zien. Het is een verschrikkelijk oord, smerig, met slechte wegen en volgestouwd met krotten en onderkomens waarin vaak meer dan twintig mensen moeten wonen. Vooral de zogenaamde 'squattercamps', grote wijken waar mensen uit de 'thuislanden' wonen, zijn meer dan mensonterend. Bouwsels van karton, golfplaat, plastic of gevonden hout van vaak niet meer dan tien vierkante meter. Er is in dit miljoenengetto geen groen te bekennen, wel vuilnis dat overal rondzwerft.

Hier toont de apartheid zijn ware gezicht. Om tien uur ontmoeten we vervolgens in Koinonia, het spartaanse gastenhuis van de bisschoppen waar we verblijven, mevr. Sheena Duncan, vice-president van de Zuidafrikaanse Raad van Kerken, een van de blanken die zich inzetten voor de afschaffing van apartheid. Ze is optimistisch over de ontwikkelingen, al sluit ze een rechtse coup bepaald niet uit. Zeer bezorgd is ze over de enorme problemen die daarna moeten worden opgelost en die nu al tot onhoudbare situaties leiden, zoals de gigantische werkeloosheid en de volstrekt onvoldoende huisvesting van zes tot acht miljoen mensen. Bovendien toont ze zich steeds meer bezorgd over de toenemende spanningen onder de zwarte bevolking en met name over het feit dat de jeugd het vertrouwen in de leiders aan het verliezen is. Daarna gaat een deel van de delegatie naar de Mijnwerkersbond en komt geschokt terug door de negentiende-eeuwse omstandigheden waaronder de mijnwerkers moeten werken.

Vervolgens hebben we een bespreking met leiders van het PAC, het Panafrikaanse congres, een radicale politieke stroming naast het ANC. Zij staan zeer wantrouwend tegenover de onderhandelingen en tegenover het ANC dat naar hun mening veel te inschikkelijk is. Zij geloven absoluut niet in de goede bedoelingen van De Klerk en menen dat het ANC en Mandela zich laten gebruiken voor de blanke zaak. Daarna vertrekken we weer naar Pretoria waar we worden rondgeleid in Mamelodi, een township of getto waar rond 300.000 mensen wonen. We bezoeken daar o.a. een hostel voor mannelijke arbeiders uit de 'thuislanden'. Het is niet voorstelbaar dat mensen hier kunnen leven in afgedankte paardestallen met enkele wasbakken buiten en bijvoorbeeld slechts een fornuis waarop honderd mensen zelf hun potje moeten koken. De mensen worden er echter blijkbaar niet opstandig van maar apathisch. Als ze klachten hebben kunnen ze opstappen en thuis hebben ze gezinnen met vijf, zes kinderen die ze overigens maar een a twee maal per jaar zien.

Zondag

's Morgens vertrekken we wederom naar Pretoria. We worden bij Voortrekkershoogte opgewacht door Marnix die met andere delegatieleden in Mamelodi gebleven is. Voortrekkershoogte is het monument van de grote trek van de boeren naar Transvaal en van hun oorlogen met de Zoeloes en de Engelsen. Een pompeus maar boeiend monument van blanke geschiedschrijving. Met de hele delegatie bezoeken we vervolgens Soshanguve een township met 800.000 inwoners bij Pretoria en daarna Winterveldt, een hel in het zogenaamde onafhankelijke thuisland Bophutatswana waar meer dan een miljoen mensen wonen zonder electriciteit, zonder hospitaal, met een beperkt aantal waterputten en met een groeiend aantal vluchtelingen die onder andere op de vuilnisbelt leven. Een stad meer dan vijf keer zo groot als Eindhoven en zeker vijftig keer zo arm. Ik weet niet wat ik zie en ik kan niet bevatten dat mensen elkaar zoiets aandoen. Zeker niet als je even later in dezelfde omgeving het exorbitante stadion ziet dat uitsluitend gebouwd is voor de viering van de zogenaamde onafhankelijkheid van dit thuisland. Dit is de waanzin voorbij. 's Avonds ontmoeten we in Johannesburg dr. Beyers Naude. Hij benadrukt de problemen die zowel de regering als het ANC heeft om geen onoverbrugbare kloof te laten ontstaan tussen de leiders en de achterban. En hij doet een klemmend beroep op de kerken in Zuid-Afrika om hun leden voor te bereiden op de nieuwe situatie.

Maandag

's Morgens vertrekt een deel van de delegatie naar Kaapstad en een ander deel, waaronder ik, naar Durban. Gelukkig is het hier niet meer zo koud en is ook onze verblijfplaats in het complex van Marianhill aanzienlijk aangenamer. In Durban spreken we met mensen van Diakonia die veel te maken hebben met het geweld van Inkatha, de organisatie van Buthelezi, dat onder de overige zwarte bevolking wordt uitgeoefend. Juist vandaag is in Natal, het gebied waarin Durban ligt, een algemene staking uitgeroepen door het ANC, het UDF en COSATU, om de regering te bewegen tegen dit geweld op te treden. Alom worden als reactie daarop ernstige uitbarstingen van geweld verwacht die gelukkig uitblijven.

Dinsdag

Vandaag gaan we naar Petermaritzburg waar we plaatsen bezoeken die onlangs het meest te lijden hebben gehad van aanslagen van Inkatha. In de afgelopen drie jaar zijn in deze streek 2500 zwarte mensen vermoord door Inkatha-aanvallen. De mensen uit de aangevallen dorpen, meestal UDF-leden zijn gevlucht en veel van hun huizen zijn verbrand. De laatste maanden zijn de gewelddadigheden zelfs toegenomen, vooral omdat Inkatha en Buthelezi vrezen hun macht te verliezen aan het ANC en UDF. Het is volstrekt duidelijk dat dat door de Nationale regering en de politie wordt gesteund en dat hun in elk geval geen strobreed in de weg wordt gelegd. Er heerst voelbare angst onder de mensen. Het is vreselijk om te zien dat apartheid zelfs leidt tot de stimulering en legitimering van moordaanslagen en zwaar criminele vergrijpen tegen en door juist degenen die door de apartheid al zo lang zijn onderdrukt.

Met bestuursleden van de regionale afdeling van ANC, COSATU en UDF en met kerkelijke leiders uit deze omgeving, waaronder de Anglicaanse bisschop van Natal en de president van de Zuidafrikaanse Raad van Kerken spreken we over de achtergrond van dit drama. Gewezen wordt op de morele en staatsrechtelijke plicht van de huidige regering om de veiligheid van de mensen te garanderen. Inmiddels moet mijns inziens ook internationaal de grootst mogelijke druk op de regering De Klerk worden uitgeoefend om haar verantwoordelijkheid te nemen en deze slachting te stoppen. Ook van de nationale en internationale kerken zou ten aanzien hiervan een meer actieve rol mogen worden verwacht. Vooral de katholieke kerk, waartoe veel Inkatha-leden behoren, zou haar morele gezag moeten laten gelden. Het wordt bovendien meer dan tijd dat de westerse wereld en de westerse pers hun lankmoedige en soms zelfs sympathiserende houding ten opzichte van Inkatha en Buthelezi drastisch gaan herzien. Er is hier heel gewoon sprake van gewelddadig terrorisme en brutale gewapende intimidatie onder grote delen van de zwarte bevolking. 's Middags spreken we met mensen van AFRA, de organisatie voor rurale ontwikkelingen. Zij schetsen uitvoerig de rechteloze positie van zwarte boeren en landarbeiders onder de apartheidswetten. Zij wijzen er bovendien op dat er sinds de koersverandering van De Klerk sprake is van een versnelde verwijdering van zwarte pachters van hun boerderijen. 's Avonds bespreken we weer uitgebreid onze ervaringen en constateren dat de tragiek van de overigens volstrekt noodzakelijke ontwikkeling is dat voor vele zwarten de situatie voorlopig er nog alleen maar op achteruit is gegaan. In dit gastenverblijf staat een televisie, zodat we tenslotte met eigen ogen kunnen zien dat Argentinie de door mij voorspelde finale omver schopt.

Woensdag

's Morgens spreken wij allereerst mensen van een centrum voor rechtshulp. Zij helpen velen die door geweld en apartheid in de problemen zijn gekomen. Bovendien registreren en onderzoeken zij de gewelddadigheden die plaats vinden en brengen die onder de aandacht van het openbaar ministerie, die daar overigens meestal niets mee doet. Op grond van de feiten moet je tot je verbijstering vaststellen dat de moorden en gewelddadigheden hier in Natal alleen al gedurende de afgelopen drie jaar van een grotere omvang zijn dan in Libanon en Noord-Ierland tezamen. Ons beeld van de werkelijkheid wordt blijkbaar wel zeer selectief bepaald door de media. Het kan toch niet zo zijn dat onze belangstelling meer uitgaat naar geweld tegen blanke mensen dan tegen zwarten?

Feit blijft in ieder geval dat hier een burgeroorlog woedt. Bovendien heerst er een volstrekt patronagesysteem, waardoor je geen werk, geen huis en geen voorzieningen krijgt als je niet bij Inkatha bent aangesloten. Deze toch veelal al arme mensen worden daardoor volstrekt geintimideerd. Maar ook bij voorbeeld artsen, verpleegsters, onderwijzers en politieagenten moeten voordat ze worden aangesteld een loyaliteitsverklaring ten opzichte van Inkatha ondertekenen. Een surrealistische wereld vlak naast de prachtige stranden van Durban. Wij gaan vervolgens naar Intuzuma, de township bij Durban van ongeveer 1 miljoen inwoners waar zich dat alles afspeelt en waar ook ooit Ghandi enkele jaren heeft gewoond. Kapotgeschoten en verbrande huizen, scholen die die naam niet verdienen met klassen van 100 leerlingen die alleen mondeling les krijgen omdat er geen schriften, boeken en potloden zijn. Hier en daar een waterput en soms wel maar meestal geen elektriciteit, om van riolering maar te zwijgen. De talloze middelbare blanke joggers langs de prachtige boulevard die we even later op weg naar onze volgende afspraak tegenkomen, weten niet dat dit naast hun deur gebeurt, want blanken komen daar nooit. De volgende afspraak is met Dr Dhlomo, die zeer onlangs is afgetreden als minister van onderwijs in de regering van KwaZulu en als vooraanstaand lid van Inkatha.

Hij was namens Inkatha tweemaal lid van een commissie die met vertegenwoordigers van ANC, UDF en COSATU een vredesregeling voor dit gebied hebben ontworpen die door Buthelezi niet is overgenomen. Het lijkt mij dat hij voor de nu ontstane situatie geen verantwoordelijkheid wil dragen. Hij maakt duidelijk zich te willen inzetten voor de ontwikkeling van een meer-partijendemocratie in Zuid-Afrika waarin voor thuislanden geen plaats meer zal zijn. Daarna bezoeken we het King Edward ziekenhuis voor de zwarte bevolking en spreken met bestuursleden van NAMDA, de organisatie van voornamelijk zwarte artsen die opgericht werd na de dood van Steve Biko. Zij vertellen ons over de ongelijkheid in de gezondheidszorg tussen blank en zwart. Voor zwarte patienten blijkt er driemaal zo weinig te worden uitgegeven als voor blanke patienten. De apartheid in de ziekenhuizen is weliswaar formeel afgeschaft maar is in feite nog volop aanwezig. Ruim 80% van de bevolking is aangewezen op minder dan de helft van de voorzieningen. Wat dit in de praktijk betekent zien we in het King Edward ziekenhuis. Een ziekenhuis met tweeduizend bedden maar met drieduizend verpleegde patienten.

Een derde van de patienten ligt op alle overvolle zalen op de grond en onder de bedden van andere zieken. In de afdeling gynaecologie moet je over de moeders met pasgeboren baby's heenstappen en ligt er onder elk bed nog een moeder met een kind. Elders in een zaal hangen de infuusflessen voor de onderste en de bovenste patienten boven elkaar. En dat terwijl er in een naburig blank ziekenhuis vijf afdelingen leeg staan bij gebrek aan voldoende patienten. 's Avonds hebben we ten slotte nog een gesprek met de katholieke aartsbisschop Hurley die bekend staat als een uitgesproken tegenstander van apartheid. De kerk, zo erkent hij, is echter niet in staat om die essentieel christelijke boodschap te vertalen en te laten doorklinken bij haar gelovigen. Priesters in blanke parochies kunnen dat thema niet aanroeren bij hun gelovigen en de kerk als zodanig is in feite vaak onderdeel van die wereld van apartheid. Bewonderenswaardige uitzonderingen zoals Hurley laten die droevige regel helaas onverlet. Allerlei teksten dringen zich aan mij op die ik vroeger geleerd heb over naastenliefde en gerechtigheid, maar die blijkbaar geen stand kunnen houden in een instituut dat zozeer met een onrechtvaardige werkelijkheid verstrengeld is.