Jan Meng over een gedroomde boekhandel aan het Spui; 'Onze winkel is altijd een verzameling voor liefhebbers geweest'

Er moest altijd een gebonden 'Lolita' in huis zijn, en de boeken van Clive James stonden er al voor de BBC hem in Nederland beroemd maakte. Athenaeum Boekhandel werd groot door vakmanschap, geestdrift en durf.

Omstreden of niet, alles moest er verkrijgbaar zijn. Na 21 jaar nam winkelchef Jan Meng vorige maand afscheid van de zaak, die niet alleen in Nederland een unieke positie heeft verworven. Meng werd in die jaren een vraagbaak voor alle lezers aan het Spui, 'maar het werd steeds zeldzamer dat ik een boek ook uit las'.'Ons personeelsbeleid was er altijd op gericht, dat er een goede balans was tussen de rommelmakers en de opruimers. Mensen die die combinatie al in zich dragen zijn uitstekende boekverkopers. Men moet creatief kunnen zijn en gevoelens van enthousiasme over kunnen brengen. Als wij geestdriftig waren over bij voorbeeld een poeziebundel van Jan Eijkelboom, dan staken we tussen alle exemplaren een kaartje met de tekst: Net verschenen, nu reeds klassiek. Als ik iets echt heel mooi vond kon ik er de hele dag over praten.'

Een zonnige juni-middag op het Amsterdamse Spui, op een terras tegenover Athenaeum Boekhandel, de eerste dag dat Jan Meng (44) officieel niet meer als winkelchef bij de boekwinkel betrokken is. Het eenzijdig verlaten van de gemeenschap, die hij met het Athenaeum-personeel gedurende 21 jaar vormde, stemt hem tegelijk weemoedig en opgelucht. Menigeen zal zich na een bezoek aan Athenaeum Boekhandel afgevraagd hebben: hoe raak ik even geinformeerd als Jan Meng?

'Je leert op een andere manier lezen', zegt hij, een filtersigaret opstekend. 'Midden jaren zeventig werd de stroom aan publikaties over boeken in kranten en tijdschriften - op landelijke zowel als op internationale schaal - ineens overweldigend veel groter. Al die bladen waren bovendien steeds beter verkrijgbaar. Steeds meer boeken werden besproken. Die publikaties leer je systematisch en puntsgewijs te signaleren en te benutten.' Maar hoe slaagde de boekhandelaar er dan in om niet alleen van een groot deel van het assortiment titel, uitgeverij en korte inhoudsopgave te kennen, maar het ook nog te lezen?

'Ik was altijd in stapels boeken tegelijk bezig. In die boeken lagen dan briefjes, waar ik gebleven was, wat ik interessant of mooi vond. Maar het werd steeds zeldzamer dat ik ook een boek uit las. Op de wc in Athenaeum heb ik talloze boeken gelezen.' Er ontstond een steeds grotere wisselwerking met zijn klanten. Jan Meng: 'Vaak werd me gevraagd of ik dat boek al gelezen had. Afhankelijk van wie dat zei nam ik dan voor zo'n boek de tijd en moeite. De volgende keer kwamen ze controleren of je het al gelezen had. Een enkele keer had ik het nog steeds niet gelezen, maar kon ik ze niet langer aan het lijntje houden. Dan zei ik maar dat ik het mooi vond. Bleek het soms achteraf toch slecht te zijn. Wat dat betreft kan je maar beter altijd de waarheid zeggen; dan hoef je ten minste niks te onthouden.'

Een boekhandelaar moet altijd zijn favoriete titels in huis hebben, hoe weinig vraag er misschien ook naar is, vindt Meng. Een paar voorbeelden: 'Voordat Clive James via de BBC in Nederland bekend werd, hadden wij zijn boeken al in huis. Boeken van John Irving waren bij ons al lang voor Garp verkrijgbaar. Philip Roth moet er zijn. Richard Yates ook, al is dat nooit wat geworden. Onze winkel is ook altijd een verzameling voor liefhebbers geweest. Je moet altijd zorgen een gebonden Lolita in huis te hebben. Evenals het belangrijkste van Kafka, Thomas Mann en Goethe's Faust. 'Omdat in Nederland nu eenmaal relatief in een grotere verscheidenheid van talen wordt gelezen dan in omvangrijker Westeuropese landen, probeert Athenaeum aan de vraag naar originele Spaanse, Italiaanse, Italiaanse, Franse, Engelse, Amerikaanse en Duitse edities zo goed mogelijk te voldoen. 'Toen Harry Mulisch bij ons signeerde, was hier ook de directeur van Random House, de uitgever van The Assault. 'Dit is echt absoluut de beste boekhandel die ik ken', zei hij. 'Want jullie hebben bij voorbeeld Foucault in drie, vier talen staan.' Veel boekhandelaren gaan dat streven naar volledigheid uit de weg, want het is ze te arbeidsintensief.'

Dierbare boeken

Jan Meng deelt de indruk van meer vorsers van het boekenvak, dat er weliswaar steeds meer boeken gekocht worden, maar er niet navenant meer gelezen wordt. 'In dit vak heeft de term 'lezen' ook steeds meer plaats gemaakt voor 'verkopen'; er wordt commercieler gedacht. Dat leidt ook tot een van de grootste rampen in dit vak, namelijk de goedkope herdrukken. De everseller, zowel Nederlands als vertaald, was altijd de kurk waarop de boekwinkel dreef. De eenmalige herdruk, die in korte tijd een flinke omloop heeft, werkte in het begin goed. Maar het aanbod is nu vertienvoudigd; we moeten groter inkopen om nog een redelijke korting te bedingen. Aan de kortingen van inkoopcombinaties kan een zelfstandige boekhandel nooit tippen.'

Het gevolg is dat boekwinkels geweldige aantallen in huis halen, die snel verkocht moeten worden en dus overal prominent worden neergelegd: de Bezige-Bij-pockets, de Rainbows, etcetera. De vooraad neemt toe, waardoor bezuinigd moet worden op de 'eentjes', de eerder genoemde dierbare boeken waarvan er maar een paar per jaar over de toonbank gaan. Bovendien koopt een groeiend deel van het publiek nu niet de eerste editie van een boek, maar wacht het net zo lang tot de onvermijdelijke goedkope herdruk verschijnt. 'Uitgevers kunnen hun fonds niet langer blijven uitmelken, want dat leidt tot verschraling. In Amerika hebben ze er geen moeite mee om paperbacks na lezing weg te gooien, hier zijn het ook boeken. De duidelijkheid is verdwenen. Hoe kan ik uitleggen dat een boek eerst fl. 35,- kost en kort daarna fl. 14,90?'

De bestseller wordt tegenwoordig veelal door het optreden van een auteur in een populair tv-programma in de hand gewerkt. Meer nog dan vroeger worden door de 'interne subsidiering' bij de kwaliteitsboekhandel de verkoop van poeziebundels en wetenschappelijke uitgaven mogelijk gemaakt door het succesvolle boek; de kosten van de eerste categorie gaan vooral zitten in de administratie en het renteverlies dat bij een onverkochte voorraad ontstaat. 'Een andere onaangename ontwikkeling', vervolgt Meng, 'is dat de vertegenwoordiger van een uitgeverij voor de boekwinkel gaat beslissen hoeveel exemplaren hij moet afnemen om een hoge korting te krijgen. Meulenhoff probeerde dat bij voorbeeld met de nieuwe Marquez: neem je er minder dan 400, dan kom je niet aan de maximale korting. De introductie van die overdreven nadruk op marketing in het boekenvak, heeft mij boos gemaakt.'

Meng schiep er juist altijd een genoegen in de afspraken te omzeilen: 'De memoires van Kissinger waren uit in Amerika, maar de Europese rechten lagen bij een Engelse uitgever, een vriend van Kissinger. In de Amerikaanse pers waren er grote stukken over, een Time-cover, noem maar op. Maar hier was het nergens te krijgen. Toen hebben we een wholesaler in Amerika gebeld, die heeft per Air Freight 100 exemplaren naar Schiphol verzonden. Waarschijnlijk waren we op dat moment de enige Europese boekhandel die het had. Ik begrijp wel dat uitgevers een goedkope paperback tegenhouden omdat er een dure Nederlandse vertaling van komt, maar ik stelde er een eer in die oorspronkelijke editie toch in huis te hebben.' De scheidende winkelchef dicht Athenaeum Boekhandel een 'pilot-functie' toe: komt er iets nieuws uit, dan staan er bij Athenaeum de langste rijen voor; raakt iets uit de mode, dan merkt men dat aan het Spui ook het eerst.

'Het publiek weet dat wij jagen, bellen, iedereen is ook zenuwachtig in de winkel bij een spraakmakend boek. Het rapport van de Lockheed-affaire veroorzaakte een gigantische rij over het hele Spui. Spycatcher was ook zo'n fenomeen. De laatste keer hadden we het met The Satanic Verses van Rushdie. Je bent de hele dag bezig overal partijen vandaan te halen. Maar het omgekeerde heb je ook: Hesse liep bij ons begin jaren zeventig uitstekend, plotseling hield dat op. In de provincie liep dat nog jaren door. Maarten 't Hart brak aan het begin alle records, nu heeft ook hij zijn publiek vooral in de provincie. Bij ons verkoopt 't niet zo geweldig meer.'

Nog steeds kan Jan Meng zich verbazen, als een boek loopt waarvan hij het niet verwacht, of wanneer het omgekeerde het geval is. 'Je hebt de ontwikkeling van het hype-boek, waarover iedereen in kleine kring praat. Book of the Kazars van Pavic bij voorbeeld, de hit van de Buchmesse. Het heeft in geen enkele editie gelopen. En Moravia was een echte winkeldochter. Ineens staan ze er weer voor in de rij. Purdy is ook zo'n voorbeeld: verkocht jarenlang vrijwel niets van verkocht. Wat nu geheel weg is, dat is 'het progressieve boek'. We hebben destijds duizenden exemplaren van het Rode Boekje van Mao verkocht, maar ook van het Rode Boekje voor scholieren van de 'kritiese leraren'.'

Vergetelheid

Praten met Jan Meng is ook praten over de vaste klanten van de Athenaeum Boekhandel, die vaak zelf weer als journalist, uitgever of auteur nauw bij het boekenvak betrokken zijn. Maar ook over maatschappelijke veranderingen, die zich steevast aan het Amsterdamse Spui weerspiegelden. Namen volgen elkaar in hoog tempo op: Joop den Uyl die op zaterdagmiddag alle afdelingen afgraasde en na een paar uur met een metershoge stapel lectuur huiswaarts ging. Maar ook - om een willekeurige greep te doen - Frank Bovenkerk, Jaap Goudschmit en Bas Heijne, die Meng al van gezicht kende in hun studentenjaren. De door linkse studenten afgebrande professor Daudt, begin jaren zeventig vergetelheid zoekend in de literatuur. Een aangeslagen Bert Voeten, die - tot verdriet van de winkelchef - moest constateren dat ook bij 'zijn' boekhandel het werk van Venema een prominente plaats kreeg. Een adagium heeft bij Athenaeum altijd gegolden: omstreden of niet, alles moet verkrijgbaar zijn.

Van lieverlede is Meng de vraagbaak geworden van tal van journalisten, uitgevers, programmamakers en wetenschappers. Hij ontpopte zich als intermediair waar het recente titels, pas verschenen vertalingen of nieuwe stromingen betrof, hij verschafte informatie over prijzen of biografische gegevens en paarde zijn geestdrift aan een grote kennis van zaken. Athenaeum werd dank zij Meng en zijn collega's de gedroomde boekhandel: een winkel waar informatief en met liefde gesproken wordt over wat er in de schappen staat. In de bijna 25 jaar van zijn bestaan heeft Athenaeum het karakter van de boekwinkel nieuw leven ingeblazen: de combinatie van de 'laagdrempelige inloopzaak' en de hoge kwaliteit van het assortiment.

In 1969, het jaar dat naast de boekhandel het Nieuwscentrum verrees, trad Jan Meng er in dienst, sinds 1973 was hij winkelchef. Dat hij per 1 juni zijn baan opzegde komt voort uit een combinatie van persoonlijke en zakelijke redenen: zijn leven en werk raakten te zeer rond het Amsterdamse Spui verstrengeld en de winkelchef en Athenaeum-directeur Guus Schut 'groeiden de laatste tijd een beetje uit elkaar'.

Op zijn twintigste ging hij werken bij de Ila in de Kalverstraat, een 'vrijgevochten inloopzaak'. De reguliere boekwinkel was in die tijd nog uiterst plechtig en weinig toegankelijk. Baanbreker op het gebied van de uitgestalde stapels boeken was Ko van Leest in de Reguliers Breestraat: hij introduceerde de kistjes voor de winkel, waarin nog steeds bij Athenaeum de meest courante publikaties worden geetaleerd. In het in september 1966 geopende Athenaeum waren inmiddels publikaties van Provo en The Real Free Press verkrijgbaar. Het was in de jaren dat affiches van de helden van links grif van de hand gingen: uitgever Rob van Gennep verhandelde duizenden afbeeldingen van Mao Tse Toeng in zijn 'postershop'.

In 1968 scheidden zich de wegen van Rob van Gennep en Johan Polak, die gezamelijk een succesvol en kwalitatief hoogstaand uitgevershuis hadden geleid. Polak bestierde naast zijn verzelfstandigde uitgeverij de drie vestigingen van Athenaeum (Banstraat, Van Woustraat en Spui) en zou een jaar later het Nieuwscentrum aan het Spui openen. In de hoop op een baan in het Nieuwscentrum meldde Jan Meng zich in 1969 bij Athenaeum: 'Johan drukte mij op het hart dat ik me wel netjes moest aankleden, want hij wilde de winkel ontdoen van het 'maoistische karakter' en niet alleen maar een linkse boekhandel zijn.'

De Internationale

Voorjaar '69: het Spui was het middelpunt van het studentenverzet. Met de toenmalige winkelchef Bas Lubberhuizen bekeek Meng vanuit de steigers voor het Athenaeum-pand de rellen, terwijl ze op een draagbare pick-up de Chinese uitvoering van De Internationale draaiden. De 'signeersessies' werden in de daarop volgende jaren geintensiveerd, want de Athenaeum-leiding vond dat lezers en schrijvers elkaar ook in levende lijve moesten ontmoeten. 'Jan Wolkers signeerde vanaf het verschijnen van De Walgvogel vrijwel elk jaar. Bij het uitkomen van zijn boeken heb ik voor het eerst die typische spanning van de boekhandelaar gevoeld. Die pakken die binnen kwamen, met die keiharde omslagen van Jan Vermeulen. De Nieuwe Wolkers; zorgen dat je 't hebt. Er is niks ergers voor een boekhandelaar dan nee verkopen.'

Hij laat een aantal excentrieke schrijvers de revue passeren: Frans Pointl die jaren geleden al stukken proza aan het Athenaeum-personeel liet lezen. Jan Arends placht boven aan het bureau plaats te nemen en droeg de medewerkers op koffie voor hem te halen. Of hij nam een boek uit de kast, scheurde er een aantal bladzijden uit en zei: 'Dit literaire meesterwerk bevalt mij niet; zet u de schade maar op de rekening van de heer Polak.'

Johnny van Doorn, die in dronken toestand hetzelfde bureau besprong onder het uitroepen van: 'Polak, geld heb ik nodig, geld!' Jan Meng: 'De tragedie van Johan was, dat iedereen hem met geld associeerde, terwijl hij zulke prachtige dingen deed. Met Geert van Oorschot had hij een afstandelijke vriendschap, maar Geert kon heel gemeen zijn. Dan zei hij: 'Johan, waarom gaan we niet samen; met jouw geld en mijn ideeen kunnen we een goeie uitgeverij beginnen.' Dat sneed Johan door de ziel; hij had al een goeie uitgeverij, met titels van schrijvers als Purdy, Bloem, Yourcenar.' Johan Polak ondersteunde ook daadwerkelijk een aantal Nederlandse auteurs: Hans Plomp, die over zijn relatie met de uitgever De Ondertrouw schreef, en Theo Kars, die jarenlang in een huis van Polak aan het Spui woonde. De huizen rond het Spui, in het bezit van Johan Polak, werden van lieverlede verbouwd tot flats voor het Athenaeum-personeel.

'Net zoals nu was indertijd iedereen op zoek naar huizen. Er ging de mare dat de vrienden van Johan in zijn huizen de huur niet hoefden te betalen', zegt Jan Meng. Zelf woonde hij enige tijd in Polaks monumentale Witte Huis te Muiderberg, opgezet als verblijfplaats voor schrijvers die tijdelijk onderdak zochten om een boek af te ronden. 'Daar woonden ook de boekhouder van de uitgeverij en Coen Pranger: die deed de produktie van de zeventiende-eeuwse schrijver Tengnagel, een van de beroemde winkeldochters van de uitgeverij.' Voor zijn Muiderberg-periode gold letterlijk wat in de titel Alle dagen feest van Remco Campert is verwoord: 'Ik was in afwachting van de verbouwing van de flat boven de boekhandel, maar die kon mij niet lang genoeg duren. Er stonden de prachtigste boeken: de complete, gebonden Suhrkamp-editie van Bertolt Brecht. Johan las mij Kavafis voor, met tranen in de ogen. Maar ook Leopold, Bloem, vaak uit het hoofd. Ik slorpte dat op. Hij stond er een keer voor de deur met Georg Steiner, de eerste keer dat ik werd geconfronteerd met iemand die mij duidelijk maakte dat het in Rusland verre van koek en ei was.'

Kabouterbeweging

Begin jaren '70 scheidden na een conflict de boekhandels in de Banstraat en de Van Woustraat zich van Athenaeum af. De ambities waarmee het door Meng geleide Nieuwscentrum begon bleken al snel op illusies te berusten: een centrum voor de pers, compleet met telexen, tikmachines en omroepfaciliteiten bleek alleen voor Henk van Stipriaan van het Vara-programma Spitsuur een trekpleister. Wel ontwikkelde het nieuwscentrum zich als het distributiepunt voor initiatief op het gebied van tijdschriften, scripties of in eigen beheer uitgegeven proza- en poeziewerk. Enige tijd fungeerde de met koffieautomaat en leestafel uitgeruste benedenruimte als hoofdkwartier van de Kabouterbeweging. Politieke manifesten waren er - ongeacht hun signatuur - in overvloed verkrijgbaar: van krakerspamfletten en het Cuba-bulletin tot publikaties van Max Lewin of die van de Vlaams-nationalistische Weredi-beweging. Toch ging wel eens iets over de schreef: het Comite tegen de volkstelling had als protest-artikel jodensterren vervaardigd, maar nadat de antiquaar Israel zich daardoor zeer pijnlijk getroffen toonde heeft het personeel ze uit de handel gehaald.' In de hoogtijdagen van progressief Nederland roeiden we soms tegen de stroom in', zegt Jan Meng. 'Wij waren de eerste boekwinkel waar de Russische dissidenten goed vertegenwoordigd waren. Karel van het Reve werd in de jaren zeventig als een rechts auteur gezien. Tegen de stroom in maakten wij in die tijd Jacques de Kadt- en Karel van het Reve-etalages. Het Nieuwscentrum was jarenlang het linksige schoffie, terwijl de boekhandel het tegenwicht bood.' Ook Telegraaf en Elsevier, in die dagen door het merendeel van de klandizie gezien als media van bedenkelijk rechts-kapitalistisch allooi, werden van meet af aan verkocht. Meng: 'De Telegraaf lag - en ligt tot op de dag van vandaag - in het onderste bakje. Geert van Oorschot kwam een keer dronken langs en was woedend vanwege een stukje van I. Sitniakovski. 'Ik moet hier bukken voor de slechtigheid', zei hij toen.'

Het Nieuwscentrum introduceerde televisie in de winkel, en trok daarmee massale toeloop bij verkiezingsuitzendingen of bokswedstrijden. Maar ook waren op het scherm VPRO-shows, Dick Cavett-interviews of een in eigen beheer vervaardigd vraaggesprek met Kosinski te zien.' In die politieke periode kwamen twee andere stromingen op gang, het feminisme en de 'alles moet kunnen'-seksmoraal', herinnert Jan Meng zich. 'Na een uitputtende discussie besloten we Chick en Candy te verkopen, omdat het elders voor de meeste mensen onbereikbaar was. Carmiggelt heeft er nog een Kronkel over geschreven: 'Bij de intellectuelen moet je wezen', besloot hij. Ach, al die dingen waaiden over: na de Kabouters kwamen de Kabouterkolonels, die een hardere lijn voorstonden. Ze hebben een keer de hele oplage van de Kabouterkrant gestolen. Na twee dagen kwam het pak terug; uit ieder exemplaar was de kop van Roel van Duyn weggeknipt, want de kabouterkolonels vonden dat de Kabouters teveel aan persoonsverheerlijking deden.' Tegenover Johan moest ik steeds verantwoording afleggen: de verkoop van het Johnson Moordenaar-affiche ging hem te ver. Ik weet nog dat architect Wiek Roling bij een verbouwing in het bovenlicht op de hoek van de Nieuwe Zijds het Ban de Bom-teken had verwerkt. Johan werd woedend, dat vond hij op het fascistische af. Dat is toen veranderd in de A van Athenaeum. Toch heeft Johan de dingen goed voorzien: sommige van de bewegingen waarvan wij pamfletten verkochten ontaardden in regelrechte terreur.'

Hij vertelt het verhaal van een bezwete man met een lange leren jas, die graag 'Privat Herr Direktor' wilde spreken. 'Beneden bleek dat hij een bloedende wond had, uit zijn broek stak een Luger. Hij zei dat hij een schuilplaats zocht. 'Waarom kom je hier', vroeg ik. 'Ah, sind sie nicht Von Gennep?' antwoordde hij verbaasd.'

Paradepaardje

Eerst halverwege de jaren zeventig begon de boekhandel enigszins rendabel te worden. Daarvoor werden de administratie van winkel en uitgeverij gezamelijk en nogal chaotisch gevoerd. Het personeel wist bovendien niet in hoeverre de particuliere uitgaven van Johan Polak op het budget van de winkel drukten. 'Opeens stond er een tweedehands Jensen van zestigduizend gulden op naam van de zaak. We waren keihard aan het werk, maar het geld vloog alle kanten op. Guus Schut deed de distributie van tijdschiften voor Van Gelderen. Wij waren als verkooppunt zijn paradepaardje. Ik heb hem gepolst of hij manager wilde worden. Het klikte goed tussen Johan en Guus. Toen de administratie eenmaal gescheiden was bleken boekhandel en nieuwscentrum wel degelijk levensvatbaar te zijn.'

Johan Polak maakte zijn belofte waar om de winkel, zodra deze rendabel was, aan het personeel te schenken. 'Er is een personeels-BV gemaakt, Johan heeft de goodwill geschonken en de huur redelijk gehouden. Wij hebben de voorraad overgenomen en inmiddels vrijwel afbetaald.' De verwevenheid van werk en priveleven nam toe naarmate steeds meer flats boven de winkel bewoond werden door leden van het personeel. 'Daar wonen en werken betekent dat je nooit tot rust komt.'

Inmiddels heeft hij een pilot gemaakt voor een tv-programma over boeken, hij zet zijn boekenrubriek voor Radio Noord-Holland en het voorlezen van kinderverhalen op cassette voor uitgeverij IC voort. 'Dat voorlezen, heeft mijn vader mij bijgebracht, is het genieten van fantasie; de nieuwsgierigheid prikkelen, mensen aanzetten tot lezen: dat heb ik de afgelopen 21 jaar gedaan. Het missionaris-gevoel. Veel mensen zeiden tegen mij: jij kan een boek mooier navertellen dan het in werkelijkheid is.'