'Isolement was voor Zuid-Afrika erger dan de economischeboycot'

DEN HAAG, 7 juli 'Moreel gesproken heeft het Nederlandse volk al besloten de contacten met Zuid-Afrika te herstellen', zegt Albertus Erik Nothnagel, ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland. Hij merkt dat aan vele honderden brieven die de laatste tijd op de ambassade binnenkomen, aan de dagelijkse uitnodigingen voor spreekbeurten, aan rijen telefoontjes uit het bedrijfsleven en aan het feit dat op de laatste receptie ter gelegenheid van de oprichting van de republiek er 'vele, vele tientallen' mensen waren die nog nooit eerder waren verschenen. 'Ik kan het allemaal niet meer bijhouden, ik zou per dag wel drie, vier keer meer mensen kunnen ontvangen en bezoeken mogelijk is.'

De gevoelens over Zuid-Afrika die Nederlanders tegenover hem uiten, beschrijft Nothnagel zelfs met woorden als 'warm' en 'genegenheid'.

'Wat vaker gebeurt in zulke situaties: de sterkste tegenstanders kunnen je grootste vrienden worden', zegt hij. 'In deze kamer zaten kort voor u twee prominente vertegenwoordigers van Nederlandse universiteiten, die lange tijd niets met ons te maken wilden hebben. Nu vroegen ze ons zo snel mogelijk contacten te leggen met Zuidafrikaanse academies.' Het duidelijkst komt naar zijn opvatting de gewijzigde houding van Nederland tot uitdrukking in de reacties op recente acties van de anti-apartheidsbeweging, onder andere bij het Shellgebouw in Den Haag. 'Voordien berustte bij ons de bewijstlast, nu moeten deze demonstranten aan andere Nederlanders uitleggen waarom ze eigenlijk nog actie voeren.'

Het opheffen van de sancties door Den Haag is in zijn ogen een kwestie van tijd. 'Dat die sancties nog niet zijn opgeheven is Nederlandse binnenlandse politiek. Ik ben realist: Mandela's aandringen op handhaven van de boycot is nu eenmaal een politiek gegeven.' Nothnagel is sinds elf maanden ambassadeur in Nederland. Voordien zat hij vijftien jaar in het parlement voor de Nationale Partij. In de diplomatieke wereld wordt met stelligheid beweerd dat hij min of meer werd gedwongen die functie in Den Haag op zich te nemen, nadat hij als 'verligte' jarenlang naar hij het zelf nu beschrijft 'vaak de kous op de kop had gekregen' van onder andere president Botha. Deze vond Nothnagels ideeen over de wenselijke politieke ontwikkeling te ver gaan.

Kort na zijn vertrek naar Den Haag nam in Zuid-Afrika De Klerk het presidentschap van Botha over. De nieuwe president is een persoonlijk vriend van de ambassadeur, evenals vrijwel alle leden van het huidige Zuidafrikaanse kabinet. 'Het is belangrijk om hier te zijn, maar mijn hart gaat toch uit naar de politiek, zeker nu er bijna dagelijks essentiele veranderingen in mijn land worden doorgevoerd. Als mijn periode er hier op zit, wil ik het liefst terug in de politiek.' De grootste fout in de geschiedenis van Zuid-Afrika was volgens Nothnagel de concentratie van macht bij een man, bij een partij. 'De vijftien jaren die ik als politicus in het parlement zat, hebben mij geleerd hoe verkeerd ons stelsel van een partij met een absolute macht was. Wanneer je te veel macht bij een man of een groepering legt, plant je het zaad voor zelfvernietiging. Het zou tragisch zijn als, nu Zuid-Afrika bezig is aan die noodlottige ontwikkeling te ontsnappen, het oude systeem zou terugkeren met een zwarte man of een zwarte groepering aan de macht.' Heeft deze typische vertegenwoordiger van de blanke Zuidafrikaners en aanhanger van De Klerks Nationale Partij vertrouwen in Mandela, de man die wellicht de eerste zwarte president van zijn land wordt? 'Ja, persoonlijk heb ik dat. Ik hecht ook zeer grote waarde aan Mandela's uitspraken dat blank en zwart elkaar nodig hebben, dat hij een vreedzame oplossing nastreeft en dat hij erkentelijk is voor hetgeen president De Klerk op dit moment doet.'

Hoe meer zwarte leiders officiele functies krijgen, des te gematigder zullen zij zich uitlaten, voorspelt hij.

Nothnagel spreekt de uitleg van het ANC tegen dat het streven van De Klerk naar bescherming van minderheden een verkapte poging is een soort vetorecht voor de blanke minderheid te verwerven. 'Dat is niet zo. De Klerk wil, net als Mandela, een systeem met one man, one vote. Alleen moet de inspraak van alle minderheidsgroepen gewaarborgd zijn; die rechten moeten in de nieuwe grondwet worden vastgelegd. Er mag hoe dan ook geen situatie ontstaan van 'the winner takes it all'.' Wat heeft er bij hem zelf en bij veel andere politici van de Nationale Partij toe geleid de koers te wijzigen en de apartheid te laten vallen, die zo lang als uniek beginsel werd gepresenteerd?

'Dat is vooral de innerlijke, intellectuele en morele erkenning dat het systeem van gescheiden ontwikkeling was mislukt en dat apartheid verwerpelijk was. In die diepgaande morele discussie binnen onze partij ontstond het besef dat dit onrechtvaardige systeem niet langer kon voortbestaan. Natuurlijk bestaat dat besef niet bij iedereen, maar ook degenen die de veranderingen van De Klerk geestelijk nog niet hebben geaccepteerd, weten dat deze ontwikkeling praktisch onafwendbaar is.' Nothnagel wijst erop dat de koerswijziging die de blanke Zuidafrikanen hebben moeten doormaken niet gering is. 'Eerst is vele jaren tegen hen gezegd: als de zwarten het voor het zeggen krijgen betekent dat het einde van Zuid-Afrika. De Klerk draaide die stelling om: als de zwarten geen politieke rechten krijgen, is dat het einde van Zuid-Afrika. In een half jaar tijd heeft de grote meerderheid van de blanke Zuidafrikaanse bevolking dat geaccepteerd.' Hoe sterk heeft internationale druk daarbij een rol gespeeld?

Nothnagel: 'Die druk heeft sterk bijgedragen aan het ontstaan van die morele discussie binnen de Nationale Partij. Dat valt niet te ontkennen. Geen land, geen bevolking vindt het prettig geisoleerd te zijn. Het was voor ons een hele negatieve belevenis geisoleerd te zijn van de internationale gemeenschap. Dat element speelde een grotere rol dat de economische boycot, hoewel natuurlijk het ontbreken van investeringen, van kapitaal ook een duidelijke invloed heeft gehad.' Wie volgens Nothnagel beweert dat de veranderingen in Zuid-Afrika alleen onder externe druk tot stand zijn gekomen, kent de verhoudingen niet. De interne discussie over de morele aanvaardbaarheid van de apartheid heeft naar zijn mening de doorslag gegeven.

'In de hele wereld is een discussie over geweld gaande. De overtuiging is ook bij ons toegenomen dat radicale maatschappelijke veranderingen niet noodzakelijk met geweld gepaard hoeven te gaan. Zie Oost-Europa. Verder heeft het falen van het communistisch systeem veel mensen bij ons er minder bang voor gemaakt dat het huidige systeem zou worden gevolgd door een communistisch regime. Als je al die factoren bij elkaar optelt, weet je dat de veranderingen in Zuid-Afrika onomkeerbaar zijn. Zelfs president De Klerk zou ze niet meer kunnen ophouden.'