In de netten van de AID

De voormalige hoofdinspecteur van de Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, A. Besuijen, richtte heel wat aan toen hij op woensdag 13 juli de beschuldiging uitsprak van visfraude. De top van de AID zou cijfers hebben achtergehouden voor het ministerie. Zestig procent van de vangst in 1988 zou niet zijn geregistreerd, met de bedoeling een rooskleurig beeld te geven van de kwaliteit van de controle. Minister Braks liet reeds de volgende ochtend weten dat de rijksrecherche een onderzoek zou instellen naar deze beschuldiging. En toen was het gedaan met de rust, de AID-ers verstoppen zich voor de buitenwacht.

Het vertrouwde gerinkel van de telefoon betekent sinds half juli schrik en grote onrust in de huiskamer van menig controleur van de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. De angst zit er goed in. Meestal wordt de verbinding onmiddellijk verbroken wanneer de opbeller heeft aangekondigd enkele vragen te willen stellen, een enkeling is wat beleefder en herhaalt alleen maar dat hij echt niets mag zeggen. De angst te worden afgeluisterd is opvallend. Ook het hogere kader neemt de boodschap van het ministerie: 'Niemand praat met de pers' bijzonder ernstig.

De hoofdinspecteur van de regionale inspectie Zuid, P. J. C. Kooijman, was tot voor kort best bereid op een rechtstreekse vraag in te gaan. Maar nu voert hij aan de telefoon een hoorspel op met als apotheose de vrome verklaring dat een AID-er volgens zijn ambtseed geen woord mag wisselen met de pers zonder voorafgaand overleg met zijn superieuren. De hoofdinspecteur van de afdeling recherche van de AID, H. A. Kamphuis is gewoonlijk ook de beroerdste niet, maar stelt zich nu zeer formeel op. Zelfs de voormalige directeur van de AID, Harm de Boer, thans landbouwconsulent op de Nederlandse ambassade in Londen wordt geacht zijn mond te houden. Het is duidelijk dat bij de AID, de grootste bijzondere opsporingsdienst in ons land, wat aan de hand is. Maar wat precies? Is het zoals AID-top en minister veronderstellen, voornamelijk frustratie als gevolg van een ingrijpende reorganisatie en modernisering? Waarbij tevens een tamelijk abrupt einde kwam aan de grote zelfstandigheid van controleurs en inspecteurs. Of hoort het inderdaad tot de normale dienstgebruiken om moeizaam verkregen gegevens over illegale visvangst zo te bewerken dat de minister van landbouw er in Brussel goede sier mee kan maken? Dat lijkt sterk op frauduleus handelen en de rijksrecherche is nu op verzoek van Braks (CDA) en officieel op initiatief van zijn partijgenoot minister van justitie Hirsch Ballin aan een onderzoek begonnen. Oud-hoofdinspecteur Besuijen werd een dag lang gehoord door twee rechercheurs, daarna gingen de rijksspeurders op visite bij enkele van zijn vroegere collega's. Al zit de schrik hen flink in de benen, hier of daar is nog wel een ingewijde te vinden die de moed heeft om te praten. Maar wel graag de gordijnen dicht. Anderen zoeken het hogerop en informeren Tweede Kamerleden van verwante fracties.

Vrijwel alle - anonieme - informanten zijn zich bewust van de grote politieke belangen die nu op het spel staan. Het betreft immers een minister die zoiets als een voorwaardelijke veroordeling ('verwijtbaar medeweten') in zijn tas meezeult. In het NOS-journaal van 13 juni hadden Besuijen en controleur Wout Jansen van de inspectie Noord-Oost gezegd dat de AID-top de vangstgegevens zo had bewerkt dat maar liefst 60 procent overschrijding buiten de boeken bleef, waarna op het Binnenhof in Den Haag openlijk werd gespeculeerd dat de minister van landbouw er deze keer niet zonder kleerscheuren af zou komen. Vooral ook omdat de beschuldiging de duidelijke suggestie bevatte dat de top van het departement er van af wist. In de wat sombere woonkamer van zijn bungalow in het landelijke Heerde zegt Besuijen: 'Nee, ik heb geen stukken om mijn beschuldiging te staven. Ik heb alles in mijn hoofd, u denkt toch niet dat ik het archief uit Zwolle meegenomen heb toen ik de dienst verliet?'

Gesjoemel

De Algemene Inspectiedienst met zo'n 650 medewerkers, enkele honderden onbezoldigde opsporingsambtenaren van de (rijks)politie en een hoofdkantoor in Kerkrade moet functioneren als een onafhankelijke opsporingsdienst, maar valt rechtstreeks onder de ambtelijke top van het ministerie. De taakopdracht van de AID luidt: Het toezicht houden op de naleving en de opsporing van overtredingen van de regelingen van het ministerie en van (wettelijke) voorschriften die zijn vastgesteld voor het agrarische en visserijbedrijfsleven. Hierbij kan onder meer gebruik worden gemaakt van de wet op de economische delicten. Zwarte of grijze vis, gesjoemel met grote hoeveelheden mest, zwarte melk en illegale toepassing van bestrijdingsmiddelen; daarop ligt telkens het accent, mede door de forse financiele belangen. De AID-controleurs houden zich echter met veel meer zaken bezig. Op Schiphol controleren ze de verboden invoer van beschermde diersoorten, elders dwalen hun collega's door de bossen om iemand te betrappen op illegaal kappen, veehouders worden bezocht om na te gaan of de juiste diergeneesmiddelen worden gebruikt, op bloemenmarkten richt de controle zich soms op de verkoop van bloembollen.

Begin jaren vijftig was binnen het ministerie aan het licht gekomen dat de minister was belast met de uitvoering van maar liefst veertig wetten en besluiten waarin strafbare verordeningen van Produkt- en Bedrijfschappen. Met de opsporing van overtredingen van deze regelgeving was personeel belast dat behoorde tot vijfentwintig organen waarvan er vijftien onder Landbouw en Visserij vielen. Centralisatie van opsporingstaken was een logische gedachtengang na bestudering van die situatie. Dat leidde in 1954 tot de instelling van de AID. Als een voorganger van de dienst mag de Centrale Crisis-Controledienst worden gezien. Over die organisatie zegt Lou de Jong in deel zes van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, onder het hoofdstuk 'De foute sector': 'Landbouw en Visserij telde drieenzestig NSB-ers, maar daarvan maakten er zevenentwintig deel uit van een buitendienst: de Centrale Crisis-Controledienst, die op naleving der distributievoorschriften toezag. (...) Die overtredingen werden door de politie, door de Centrale Crisis-Controledienst of door de rijksbureaus geconstateerd, er werd dan proces-verbaal opgemaakt en de zaak kwam voor de rechter.'

En het researchbureau van Handel, Nijverheid en Scheepvaart meldt hierover in een terugblik op het functioneren in 1939: 'dat het vrijwel uitsluitend kleine overtredingen zijn, die in handen van justitie worden gesteld. De procedure is omslachtig, daar de strafbare feiten als misdrijven worden beschouwd. De bewijslast is zwaar.' Ook toen al.

Blauwe korps

Tot enkele jaren terug werden de controleurs van de AID met enig dedain bekeken door hun collega's bij de politiekorpsen, zoals er altijd spanning bestaat tussen het officiele blauwe korps en de vele bijzondere opsporingsdiensten. Daar een eind aan maken, de AID omvormen tot een professionele en efficient werkende organisatie, gelijkwaardig aan de politie, dat was een doelstelling van Harm de Boer die in 1985 aan het hoofd kwam, nadat hij eerder plaatsvervangend hoofd van de Centrale Recherche en Informatiedienst (CRI) was geweest.

De mankracht in de visserij-inspectie werd opgevoerd van 45 naar 83 controleurs, er kwamen computers. De organisatie binnen de dienst werd drastisch gewijzigd, controleurs en inspecteurs konden niet langer op eigen houtje uitmaken of en welke boer ze vandaag eens een bezoekje zouden brengen. Er volgden overplaatsingen, in enkele gevallen gedwongen. De opleiding werd verbeterd, een aantal AID-ers kon het tempo niet bijhouden. Jarenlang werden de controleurs gerecruteerd uit dezelfde groepen, voornamelijk op het platteland. Nu kwamen er plotseling tientallen 'vreemden' van buiten, weggekocht bij de politie. In die tijd heerste er ten aanzien van de salariering bij de politie nogal wat ongenoegen. Mensen die niet in aanmerking kwamen om door te stromen naar de functie van adjudant of brigadier wilden daarom de overstap naar de AID wel maken. Gunstige verblijfs- en kilometer-vergoedingen maakten het allemaal nog wat interessanter.

Onmiddellijk na de beschuldiging van Besuijen reageerde minister Braks met de opmerking dat elke reorganisatie pijn doet. Op het ministerie lijkt men de oorzaak voor de huidige onrust nog steeds daar te zoeken. De kritiek op de plannen van de nieuwe directeur lijken echter ook voortgekomen uit de dagelijkse praktijk. Het middenkader bij de AID riep meteen na het aantreden van De Boer dat zijn plannen niet uitvoerbaar waren. Succesvol opereren zou slechts kunnen als er 160 tot 170 mensen zouden worden ingezet op de viscontrole. En die zouden dan niet alleen in de havens of op de afslagen vissen moeten gaan tellen.

Visioen

De kritiek van Besuijen richtte zich vooral op de visserijsituatie in 1988. Op 1 januari van dat jaar startte De Boer met zijn plan 'Visioen' dat vooral steunde op 'stelselmatige aanlandingscontrole'. Van iedere kotter die binnenliep, moest de vangst per soort vis worden nagelopen. 'Geef me honderd man en in twee jaar hebben we de visserij onder controle', beloofde een ambitieuze De Boer. Die toezegging is nog steeds niet ingelost. En de meningen binnen de AID aan wie en wat dat valt te wijten, zijn verdeeld. Een belangrijk gedeelte van de controleurs en hun chefs staan hierin lijnrecht tegenover de directieraad van de dienst. Op dat laatste niveau is sinds de komst van De Boer, die vorig jaar als landbouwconsulent vertrok naar de ambassade in Londen, vrijwel iedereen vervangen. Twee mannen zitten er nog, al is van een van hen de taakstelling veranderd. Volgens de tegenstanders van De Boer zijn alle figuren die hij opnam in de directieraad op de verkeerde stoelen terecht gekomen. Het is een groep die zich verregaand zou hebben geconformeerd aan de standpunten van de directeur en toen die vorig jaar vertrok, waren ze zodanig 'gecompromitteerd' dat een beleidswijziging niet meer te verkopen was. Dat zou met name hebben gegolden voor de nieuwe directeur, mevrouw M. G. A. Kostwinder die als hoofdinspecteur regionale inspectie West ook al had gefunctioneerd in de door De Boer voorgezeten directieraad.

Halverwege 1988 werd duidelijk dat de AID-controleurs maar een deel van de aangevoerde vis onder ogen kregen. Een projectgroep, waarin bijvoorbeeld de drie regionale visserijcoordinatoren een plaats hadden, signaleerde dat en adviseerde een uitbreiding en tegelijk ook verscherping van de aanpak. Daarvoor waren dan nog eens twintig controleurs en enkele inspecteurs extra nodig. De voorstellen staan in een notitie van 13 juli 1988, die ook naar het departement is gegaan. De projectgroep stelde vast dat op basis van de cijfers die het AID-computersysteem leverde kon worden verondersteld dat de vangstbeperkende maatregelen redelijk werden nageleefd. Daar geloofde men echter zelf niets van, zoals blijkt uit de direct daarop volgende alinea: 'Echter binnen het bedrijfsleven, de diverse overheidsinstanties alsook binnen de AID is het met het verstrijken van de achterliggende periode steeds meer duidelijk geworden dat de werkelijke aanvoercijfers beduidend hoger liggen'.

Hoeveel precies, daar waagden de inspecteurs zich nog niet aan: 'Het aangeven van het percentage aan gequoteerde vangst dat niet wordt geregistreerd blijft speculeren. Daarover wordt hier dan ook geen uitspraak gedaan', aldus de notitie. Vorige maand noemde Besuijen in het journaal de hoeveelheid van 6000 ton vis (met een waarde van ten minste 40 miljoen gulden) die in 1988 niet zou zijn geregistreerd. Als dat wel was gebeurd, hadden in 1989 tenminste dertig kotters een vangstverbod gekregen, anderen zouden kortingen op hun quotum hebben gekregen wegens de overschrijdingen in 1988. Toen van vangstverboden en quotakortingen helemaal geen sprake bleek te zijn, ging op 1 januari 1989 in de vissersdorpen de vlag uit. Bij de AID-controleurs sloeg de frustratie toe. Gedurende de laatste maanden van 1988 hadden zij werkweken van zeventig uur gemaakt om hun belastende materiaal te verwerken. Er was zelfs een spoedvergadering belegd omdat ze het gevoel kregen dat de top niet zoveel belang had bij die hoge aantallen. Eerder dat jaar hadden ze nog - zonder succes - gepleit voor uitbreiding van de acties omdat een steekproef bij tien procent van de verwerkende industrie had aangetoond dat de aanvoer het dubbele was van de opgaaf. Vanuit de directieraad kregen de inspecties echter de schuld dat niet alle gegevens in het computersysteem waren verwerkt. Het materiaal zou te laat zijn aangeleverd.

Dreigement' De AID-er is een zeer loyaal en zeer rechtlijnig denkend mens, vaak conservatief', zegt een controleur over zichzelf en zijn maats. Als de AID-er constateert dat iets niet door de beugel kan, gaat hij er achteraan. Als zijn meerderen vervolgens laten weten dat bepaalde zaken door de vingers gezien moeten worden, of opdracht geven een onderzoek te staken, is dat een bron van frustraties.' Volgens de zegsman wil de AID-er loyaal de hem opgedragen taken vervullen. Maar de loyaliteit die wordt geeist geldt de dienst, en niet minder ook het ministerie en de minister. In de praktijk blijkt dat niet op hetzelfde neer te komen. 'De jongens staan vis te controleren terwijl ze weten dat de minister alleen maar de suggestie van goede controle wil verkopen bij de EG. Als je dan ook nog een paar keer een klap voor je harses krijgt, is de lol er gauw af.' De controleurs herinneren zich nog levendig het pistool op het logboek in de stuurhut van een kotter, en het gefluisterde dreigement: 'Als je hier aan boord wat vindt, zul je volgende week nog wat anders vinden. Je hebt toch kinderen?' Het D66-Kamerlid Ter Veer zegt: 'Wat de kracht is van het ministerie is tegelijk ook haar zwakte: in zo'n situatie moet de zelfdiscipline des te groter zijn en juist daar schiet het flink te kort.' Hij zegt dat in de Tweede Kamercommissie voor de visserij rekening wordt gehouden met manipulatie op hoog niveau binnen de AID. 'Dat kan bijvoorbeeld door te stoppen met controles op schol of tong als de begrenzingen van de nationale quota in zicht komen.'

Volgens hem zijn tips over illegale handel in vis in het algemeen niet welkom bij de AID: 'Ik ken mensen die serieuze tips kwijt wilden en dan te horen kregen of zij misschien het werkrooster van de dienst wilden vaststellen'.

Ter Veer vindt dat de AID vanwege die altijd dreigende verstrengeling van belangen moet worden overgebracht naar het ministerie van justitie. Een ideetje waar de regeringspartijen nog even op willen studeren. Voor het overige geven de Tweede Kamerfracties van deze partijen geen commentaar.

Het liberale Kamerlid P. Blauw stortte zich gretig op de zaak, wat volgens hem niets te maken heeft met het feit dat de VVD serieus oppositie voert. 'We mogen deze keer de rol van de hogere ambtenaren van het departement of de dienst niet veronachtzamen', is zijn conclusie. 'Beschuldigingen zoals nu komen iedere keer weer terug: het gaat om boter, nog eens boter, bosbouw, vis en zwarte melk. Dat kan niet alleen een kwestie zijn van slecht functioneren van lagere ambtenaren binnen de AID.'

Het werk van de AID-controleurs kent hij overigens van nabij: 'Mijn zoon is ooit opgeschreven omdat hij wat slordig was omgesprongen met een bestrijdingsmiddel. Daardoor was de flora en fauna in de bermen beschadigd'.

Een ervaring die tevens leert dat de AID-er oog heeft voor het detail.