Hulp advocaat blijft nodig bij echtscheiding

DEN HAAG, 7 juli Het gewijzigde wetsvoorstel voor het scheidingsprocesrecht biedt een echtpaar niet meer de mogelijkheid om slechts door invulling van een formulier van elkaar te scheiden. De hulp van een advocaat bij echtscheiding blijft verplicht. Staatssecretaris Kosto van justitie heeft het onderdeel over de scheiding per formulier geschrapt, nadat de meerderheid van de Eerste Kamer in maart tegen het wetsvoorstel stemde.

Het kabinet is gisteren akkoord gegaan met de manier waarop staatssecretaris Kosto het wetsvoorstel heeft gewijzigd. Het wetsvoorstel voor het scheidingsprocesrecht gaat nu eerst voor advies naar de Raad van State voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Kosto stelt in zijn nieuwe wet niet alleen voor de tot nu toe verplichte hulp van een advocaat te handhaven. Hij schaft tevens de mogelijkheid af om in hoger beroep te gaan tegen de voorlopige voorzieningen die de rechter oplegt voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Daarnaast wil hij de gemeenschappelijke verzoekschriftprocedure vereenvoudigen.

De Eerste Kamer wees het oorspronkelijk wetsvoorstel op 20 maart onverwacht af. De Tweede Kamer was eerder zonder stemming akkoord gegaan. Maar in de Eerste Kamer hadden met name de CDA-senatoren veel bezwaren tegen het opheffen van de verplichting een advocaat in de arm te nemen bij echtscheiding. Het grootste deel van de CDA-fractie verwachtte dat door de vereenvoudiging van de procedure steeds meer echtparen zouden gaan scheiden. De CDA-senatoren vreesden ook dat de zwakkere partner zich zonder de hulp van een advocaat niet goed zou kunnen weren bij het verdelen van de boedel of het maken van andere afspraken over ondermeer alimentatie en pensioenrechten.

Bij de balie was over het oorspronkelijke wetsvoorstel grote onrust ontstaan. De advocaten waren bang een inkomstenbron kwijt te raken. Na de verwerping van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer ontspon zich ondermeer in deze krant een discussie over de werkelijke reden die de CDA-senatoren zou hebben bewogen tegen te stemmen. Hoogleraar G. R. Rutgers uit Groningen meende dat de senaat minstens de indruk had gewekt tegen het wetsvoorstel te zijn omdat het zou leiden tot een inkomstenderving voor advocaten. CDA-senator Wagemakers, zelf advocaat, kwam daar tegen in het verweer. Volgens hem had de angst voor het verlies van inkomsten geen enkele rol gespeeld bij de standpuntbepaling in zijn fractie.