Het ideale rijtje is orale poezie

In deze tweede aflevering van onze zomerserie over verdwenen voorwerpen, instellingen en toestanden beschrijft Pieter Steinz de 'rijtjes' uit het lager en middelbaar onderwijs; een klassiek geheugensteuntje, maar helaas, 'dat leren ze tegenwoordig niet meer'. Voor sommige mensen zijn ze nog steeds een nachtmerrie. Voor anderen zijn ze een bron van nostalgie. Maar bij iedereen die ooit met ze te maken kreeg, hebben ze diepe indruk achtergelaten: de klassieke rijtjes van het lager en middelbaar onderwijs. In vroeger tijden werden ze opgezegd in klaslokalen van Breskens tot Hoogezand, en leerden ze de scholier zulke uiteenlopende zaken als de plaatsen langs het Winschoterdiep, de graven van Holland, de kleine Soenda-eilanden en de Duitse voorzetsels met de tweede naamval. Tegenwoordig behoren de meeste schoolrijtjes, met de kroontjespen en de Jetses-plaat, tot de verdwenen leermiddelen. Slechts weinigen kennen nog hun Bali-Lombok-Soembawa, laat staan de tijdvakken van het Kwartair.

Rijtjes horen bij het ouderwetse klassikale onderwijs en zijn onlosmakelijk verbonden met de aanwijsstok van de juf en de blinde kaart van de meester. Hoewel de bekendste afkomstig zijn uit de aardrijkskundeles, waren ze er in alle soorten en maten. Men leerde lezen met Aap Noot Mies en ontleden met zijn-worden-schijnen-blijken. Protestanten repeteerden de aartsvaders en de boeken van de Bijbel, katholieken de antwoorden (en in strenge gevallen ook de vragen) van de catechismus. In de geschiedenisles klonken jaartallen en vorstenhuizen, terwijl bij aardrijkskunde zo ongeveer alles wel ritmisch werd opgedreund. Daarnaast stond ook het speelkwartier in het teken van de rijtjes: bij het luiden van de bel stelde iedere klas zich keurig in een lijn op, om ordelijk de school weer binnen te marcheren.

Lang geleden is het allemaal wel. Zelfs gepensioneerde aardrijkskundeleraren kennen sommige rijtjes niet eens van horen zeggen. Mijnheer Van Hoof bij voorbeeld. Hij is 68 jaar en heeft les gegeven aan een breed scala van onderwijsinstellingen als LO, VGLO, ULO, HBS, MO, kweekschool het is een rijtje op zichzelf. Maar de rijtjes van zijn vak kan hij niet meer reproduceren: 'Toen ik jong was, waren het alleen nog de oudere onderwijzers die de rijtjes lieten opzeggen. Dat ging toen aan de hand van die stomme blinde kaarten. Ondingen. Een kaart is iets om op te zoeken, en dat is wat je mensen moet leren. Een aardrijkskundige is geen wandelende encyclopedie van plaatsen en rivieren. Die rijtjes leidden tot volstrekt onnutte kennis. Ik heb iemand gekend die nog 'kapenkunde' op school had gehad: hij kende ze allemaal uit zijn hoofd, van de Noordkaap tot de Goede Hoop; maar als je hem vroeg 'waar liggen ze?' dan had hij geen flauw idee'. Niet iedereen is zo negatief over de oude rijtjes als de heer Van Hoof. De meeste mensen die ik er naar vraag, graven met plezier in hun geheugen, schakelen kennissen in die misschien kunnen helpen, discussieren fel over de enig juiste volgorde van mensa, mensae, mensam, en verzuchten keer op keer: 'dat leren ze tegenwoordig niet meer'.

Mevrouw G. A.de Jong-Hoogeweij (53), medewerkster van het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam, kent niet alleen de topografische rijtjes van Zuid-Holland, maar ook de Nederlandse koppelwerkwoorden en alle Duitse rijtjes van de middelbare school. 'Maar alleen als ik ze heel snel opzeg, anders raak ik de draad kwijt'. De laatste opmerking raakt het wezen van de klassieke rijtjes. Ze bestaan bij de gratie van het metrum. Het ideale rijtje is orale poezie die het onthouden stimuleert. Aap Noot Mies is beginnersniveau: een houterig ritme, bij uitstek geschikt voor een leesplankje. Maar 'Bali Lombok Soembawa, Soemba Flores Timor' is een pracht van een hexameter, met een indrukwekkend klinkerrijm een geografische mantra die in de volksmond verdiend de Mammoetwet heeft overleefd.

Ook mooi, als een gedicht van Van Ostaijen, klinken de vulkanen van Java, zoals die zijn vastgelegd in het geheugen van oud-onderwijsinspecteur Th. Hadderingh (66): 'Salak Gede Tangkoe Banprahoe, Slamet Praoe Merbaboe'.

Zelf houd ik het meest van de graven van het Hollandse huis, liefst uit de mond van mevrouw Hadderingh: 'Dikkie Dikkie Arnoud, Dikkie Dikkie Flo, Dikkie Flo Dikkie Flo, Dikkie Ada Willem Flo'.

Hoewel ik misschien als het er op aankwam toch zou kiezen voor de eenvoud van 'Hoogezand-Sappemeer', de dubbele anapest uit het legendarische rijtje van kanaalsteden in Oost-Groningen een gebied dat door zijn aparte bodemgesteldheid sowieso al tot de verbeelding spreekt.

De mooiste rijtjes hoorden bij de lagere school; de middelbare school wordt van oudsher gedomineerd door de Duitse rijtjes juist de rijtjes die ondanks hun dodelijke saaiheid het hardnekkigst uitsterven. Terwijl de topografische en historische rijtjes het hebben afgelegd tegen projectonderwijs, en terwijl kennis van de grammatica ondersneeuwt in 'gespreksvaardigheid' en 'zelfredzaamheid in de vreemde taal', worden het mitnachbeiseit en het durchfurohne nog steeds hooggehouden. 'De voorzetsels met de derde en met de vierde naamval zijn een must', zegt de Apeldoornse leraar Duits B. H. Bartelds, die wel constateert dat 'er van tijd tot tijd een voorzetselrijtje in onbruik raakt' en dat hij niet zo zwaar meer tilt aan de goede volgorde.

Verdwijnen zullen de Duitse rijtjes voorlopig in elk geval niet zeker niet zolang er nog Duitse leraressen zijn als mevrouw P. te H., die liever niet met naam en toenaam in de krant genoemd wil worden. 'Ik denk dat het zeer optimistisch is om te verwachten dat er in de toekomst geen Duitse rijtjes meer zijn. Het tweede-naamvalsrijtje mag dan verdwenen zijn, maar dat komt doordat de genitief in het Duits uberhaupt aan het verdwijnen is. Rijtjes blijven altijd belangrijk. We moeten niet terug naar de jaren zestig toen iedereen heel modern bezig was en vond dat we best zonder grammatica konden. Dat leidde tot uitwassen: sommige leerkrachten gingen voor de klas staan met een bloem in de hand, zwaaiden er wat mee, zeiden hardop 'die Rose' en hoopten dan maar dat iedereen het woord voortaan goed zou vervoegen'.

De Duitse rijtjes halen ongetwijfeld het volgende millennium. Samen met de Latijnse declinaties en de stamtijden van het Griekse luoo vormen ze een monument voor de ontelbare verdwenen rijtjes uit het onderwijs. Het zal niet lang duren of niemand weet Hoogezand-Sappemeer meer te vinden, om van Zuidbroek en Scheemda maar niet te spreken. En ik vraag mij af of er nog wel ergens mensen zijn die de kapenkunde beheersen en weg weten met het rijtje Indische specerijen.