GEORGE VI; De onwillige koning

De Engelse auteur die zich ertoe zet het leven van een door hem of haar uitgekozen landgeno(o)t(e) te gaan beschrijven, moet aanzienlijk minder hindernissen overwinnen dan zijn/haar Nederlandse collega.

Het biografische genre geniet in het Verenigd Koninkrijk een grote populariteit, waarbij als gunstige factor komt dat velen van de beschrevenen veelal dagboek- of ijverige briefschrijvers waren. Ook ten aanzien van de prive-omstandigheden van de behandelde figuur ontbreekt bij verwanten of beheerders van deze geschriften de achterdocht en de neiging tot betutteling, die het leven van de biograaf tot een hel kunnen maken. Met lichte overdrijving kan men de Engelse situatie een biographer's paradise noemen.

Herhaaldelijk is door de Nederlandse historici gewezen op de bevoorrechte positie waarin hun Engelse vakgenoten zich in dit opzicht bevinden. Daarbij is het niet alleen soms de regerende vorst(in) die de opdracht geeft voor de levensbeschrijving van een voorganger, maar de aangewezen auteur krijgt onbeperkt toegang tot dagboeken, brieven en ander relevant materiaal. Ook biografen van politici en militairen brengen in veel gevallen in hun boeken dank aan het staatshoofd na verkregen toegang tot de Royal Archives voor inzage van stukken met betrekking tot de door hen beschrevene (zie bijvoorbeeld de biografieen van Asquith, Attlee, Baldwin, Churchill en Mountbatten). Deze faciliteiten genoot ook de schrijfster van het hier besproken boek, die, opgeleid aan het meisjescollege Lady Margaret Hall in Oxford, in 1969 debuteerde met een als standaardwerk beschouwde studie over port, en daarna boeken wijdde aan uiteenlopende figuren als Cesare Borgia, Disraeli en prinses Grace van Monaco.

CRISISIn de verantwoording van deze biografie wijst de schrijfster erop dat ruim dertig jaar zijn verlopen sinds Sir John Wheeler-Bennett zijn King George VI, His Life and Reign publiceerde (1958), dat lange tijd als een standaardwerk gold. Inmiddels zijn talrijke werken verschenen en documenten vrijgegeven met meer bijzonderheden over George, die door de ernstigste crisis die de Britse monarchie in deze eeuw trof, de abdicatie van George's oudere broer Edward VIII om met de gescheiden Amerikaanse Wallis Simpson te kunnen trouwen, plotseling op de troon belandde. George VI werd onverwacht, onvoorbereid en geheel ongewild koning. Albert Frederick Arthur George werd geboren in 1895 op 14 december, de sterfdatum van koningin Victoria's aanbeden echtgenoot prins Albert. Het was dan ook de nadrukkelijke wens van zijn overgrootmoeder dat het jonge prinsje diens naam als eerste voornaam zou krijgen. Als tweede zoon groeide hij op in de schaduw van zijn anderhalf jaar oudere broer Edward, geisoleerd van generatiegenoten, in een streng hofceremonieel en onder de druk van een tirannieke vader. Deze perfectionist en tijdmaniak schiep er behagen in zijn zonen op een bij de marine aangeleerde wijze af te blaffen en belachelijk te maken voor elk verzuim in gedrag of kleding. Daarnaast kon hij zeer hartelijke brieven schrijven in bewoordingen die hij in persoonlijke gesprekken niet kon vinden.

Jarenlang kreeg 'Bertie', zoals de latere George VI in familiekring werd genoemd, huisonderwijs met een droge, rechtlijnige vrijgezel als tutor, ter voorbereiding van een opleiding aan de Royal Naval Colleges in Osborne en Dartmouth. Daar bleek zijn geringe intellectuele begaafdheid toen hij deze instituten verliet als respectievelijk de laatste van achtenzestig en als eenenzestigste van de zevenenzestig leerlingen.

Aangeboren x-benen veroordeelden hem jarenlang 's nachts beugels te dragen om dit euvel te verhelpen, hij leed aan een zwakke maag en, als grootste handicap, na zijn zevende jaar aan een hardnekkig stotteren. Het grote keerpunt in zijn leven kwam toen hij, na enige korte romances met jongedames uit de society, in 1920 op een bal kennis maakte met Lady Elizabeth Bowes-Lyon, de opvallend mooie dochter van de graaf van Strathmore, uit een schatrijk, tot de veertiende eeuw teruggaand Schots geslacht.

OPGEWEKT MEISJEIn 1900 geboren als jongste in een gezin met tien kinderen waarvan een humorvolle moeder de spil vormde, en van wie zij haar opgewekte natuur meekreeg, genoot Elizabeth een jeugd die in alles het tegendeel vormde van die van haar latere echtgenoot. Tweemaal wees zij een aanzoek van George af voordat zij haar aarzelingen overwon om een vrolijk, onafhankelijk bestaan in te ruilen voor een door protocol ingeperkt leven als schoondochter van de Engelse koning. Na hun huwelijk in 1923 en de geboorte van de twee dochters leidden zij als hertog en hertogin van York het onopvallend bestaan van leden van de Engelse landadel.

Tot het laatst toe is George in het onzekere gelaten over de ware bedoelingen van zijn broer om de Amerikaanse Wallis Simpson te trouwen, hetgeen voor hem de onvermijdelijkheid meebracht als minder bekende en minder luchthartige persoonlijkheid iemand op te volgen die een ongehoorde populariteit genoot. Voor 'Bertie' was de ongewilde troonsbestijging het trauma van zijn leven.

Kennelijk houdt de sympathie voor de moderne monarchie, naast waardering voor de de symbolische functie ervan, een niet gering irrationeel element in. Men kan anders niet verklaren hoe het Britse volk zijn gevoelens van aanhankelijkheid jegens de monarch zo moeiteloos kon overdragen van de ene op de andere, volkomen verschillende persoonlijkheid. In Nederland is hierop gewezen door de etnoloog J. J. Fahrenfort, die in zijn intreerede als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam de mythe van het koningschap toelichtte door te wijzen op de vreugde en de opwinding die de voorbereiding van de kroning van Edward VIII begeleidde, waarna George VI optreedt: 'Maar bij zijn kroning dezelfde opwinding, dezelfde vreugde, als werd alle denkbaar geluk over het Britse volk uitgestort.' De ongezochte last die de koning voortaan zou dragen, werd aanmerkelijk verlicht door de onvoorwaardelijke steun die hij van zijn vrouw kreeg. Zij was en is een bijzondere vrouw; nu negentig jaar oud en vertederend Queen Mum genoemd, heeft zij een in Engelse koninklijke kring ongebruikelijke literaire belangstelling. Zij raakte bevriend met de schrijvers Osbert Sitwell en Noel Coward en had ook oog voor actuele politieke werken. Toen Lord Halifax al enige tijd minister van buitenlandse zaken was, bracht zij Hitlers Mein Kampf onder zijn aandacht, en later wekte zij Churchills belangstelling voor Darkness at Noon van Koestler.

STOTTERENHet was vooral op haar aandringen dat de koning een logopedist raadpleegde, die hem een juiste ademhalingstechniek bijbracht, waardoor het stotteren vrijwel verdween en een toenemend zelfvertrouwen verkregen werd.

Bij de behandeling van de politieke contacten geeft Bradford aardige persoonsschetsen van de vier premiers die George VI in zijn zestienjarige regeerperiode meemaakte: Baldwin, Neville Chamberlain, Churchill en Attlee. De appeasement-politiek van Chamberlain schonk de koning zijn volledige steun en dit leidde ertoe dat hij het plan had Chamberlain bij diens bezoek aan Hitler in Berchtesgaden een persoonlijke brief mee te geven (' van de ene oud-strijder aan de andere'). Als adelborst had George namelijk in 1916 in een geschutstoren van het slagschip Collingwood de slag bij Jutland meegemaakt. Halifax kon hem dit ongelukkige initiatief uit het hoofd praten. Toen echter nog geen jaar later de Tweede Wereldoorlog was begonnen en Chamberlain zijn vroegere tegenstander Churchill in zijn kabinet had opgenomen, zag ook de koning in dat Chamberlains visie op Mussolini en Hitler als redelijke en oprechte figuren een funeste misvatting was geweest. De samenwerking met Churchill, nadat deze in mei '40 Chamberlain was opgevolgd, verliep aanvankelijk moeizaam. George VI had liever Halifax als premier gezien, mede omdat hij Churchill moeilijk kon vergeven dat deze zich in de abdicatie-crisis nadrukkelijk aan de zijde van zijn broer had geplaatst. Maar na korte tijd bleek dat beide heren goed met elkaar overweg konden. Wel had hij moeite te wennen aan de nonchalante wijze waarop Churchill van tijd tot tijd met hem omging. Na een voor zes uur gemaakte afspraak kwam het voor dat Churchill deze telefonisch verschoof naar half zeven om dan om zeven uur ten paleize te verschijnen voor een gehaast bezoek van tien minuten.

BOMMEN OP PALEISDe oorlog veranderde uiteraard ook de koninklijke agenda:als formeel opperbevelhebber van de strijdkrachten bezocht George militaire installaties in het hele land en de Britse troepen overzee. De vele bezoeken aan door de Duitse bombardementen getroffen steden, meestal in gezelschap van de koningin, versterkten de band met de bevolking. Zijn populariteit nam nog toe nadat bekend werd dat hij, in tegenstelling tot vele andere welgestelden, weigerde zijn kinderen naar Canada te evacueren, en ook nadat Buckingham Palace door bommen werd getroffen. Een populair liedje uit die dagen The King is still in London gaf uitdrukking aan de waardering van de bevolking. In oktober 1942 ontving de familie Eleanor Roosevelt, de echtgenote van de Amerikaanse president. Zij verbaasde zich over de nauwelijks verwarmde vertrekken waarin zij werd ondergebracht en over de sobere maaltijden, totdat haar werd verteld dat ook ten paleize de rantsoeneringsvoorschriften strikt in acht werden genomen.

Nadat de datum van de lang voorbereide invasie op 6 juni '44 was vastgesteld, uitte Churchill tegenover de koning de wens met de Britse troepen mee te gaan. Van dat plan wilde de koning niets weten, maar als Churchill zou doorzetten, dan ging George zelf ook mee. Daarop zag Churchill ervan af. A. J. P. Taylor maakt in zijn English History 1914-1945 in dit verband de aardige opmerking dat dit 'perhaps the only occasion (was) when Churchill was overruled by the monarch whom he served'. Na de Duitse nederlaag werd van de koning verwacht dat hij een radiotoespraak zou houden. Hij zag daar zeer tegenop, vrezende dat onder de indruk van het historisch moment zijn spraakgebrek weer zou optreden. In zijn niet-uitgegeven dagboekfragmenten schreef Harold Nicolson dat het pijnlijk was om aan te horen, 'gelijkend op een schrijfmachine die bij elk derde woord bleef steken'. De grote Labour-overwinning in juli '45 was voor George VI een even onaangename verrassing als voor Churchill, hoewel hij spoedig met enige leden van het kabinet-Attlee die hij al kende uit Churchills oorlogskabinet, een goede relatie onderhield. Attlee en zijn ministers moesten Engelands gigantische na-oorlogse problemen oplossen. Een schreeuwend dollartekort leidde tot een brandstofcrisis; een schriel distributiestelsel zou nog tot 1954 voortduren, vijf jaar nadat dit in het door de bezetting verarmde Nederland was opgeheven. Bovendien begon met de onafhankelijkheid en deling van India, the jewel in the Crown, de ontbinding van het eens zo machtige Britse rijk.

In februari 1947 vertrok het Engelse koningspaar voor een grote rondreis door Zuid-Afrika, vooral op aandringen van Attlee nadat de koning eerst geweigerd had het land in de barre winteromstandigheden te verlaten. Na terugkeer werd de verloving bekendgemaakt van zijn oudste dochter Elizabeth met prins Philip, waarna in november '47 onder grote geestdrift van de bevolking in de Westminster Abdij het huwelijk plaatsvond. Het is in 1990 haast onvoorstelbaar dat op wens van George VI de televisie niet tot de abdij werd toegelaten.

KETTINGROKERIn maart 1949 werd na een geconstateerde bloedvatvernauwing bij de koning een beenoperatie uitgevoerd, in 1951 gevolgd door de verwijdering van een long nadat bij de zwaar rokende vorst longkanker was vastgesteld. Op 5 februari '52 nam hij, weer enigszins hersteld, opgewekt deel aan een jachtpartij bij zijn landgoed Sandringham. In de daaropvolgende nacht overleed George VI in zijn slaap.

Sarah Bradford is erin geslaagd uit een zeer omvangrijke hoeveelheid materiaal een zeer leesbaar boek samen te stellen en niet alleen de hoofdfiguur en zijn echtgenote, maar ook zijn tijdgenoten in vaak goed getroffen karakterschetsen tot leven te brengen, waarbij zij wel de neiging vertoont tot in zeer kleine details af te dalen. Hinderlijk is dat zij enige keren een bijfiguur introduceert met diens functie, om die dan honderd pagina's verder, zonder functie, weer te noemen. Daar staat echter weer een uitstekend register tegenover. Een aantal malen vermeldt zij als bron 'Private information' zonder de naam van de informant(e) te vermelden, hetgeen de betrouwbaarheid niet ten goede komt.