Een wegkwijnende partij

HET 28STE PARTIJCONGRES van de CPSU, halverwege nu, is bezig een exercitie in machteloosheid te worden. Drommen sprekers uiten hun ongenoegen, bepleiten een voortzetting van de perestrojka of geven die perestrojka juist de schuld van alle misere, maar met uitzondering van twee politburoleden die dat liever niet meer willen zijn, Edoeard Sjevardnadze en Aleksandr Jakovlev, hebben al die sprekers gemeen dat ze buiten dat ongenoegen weinig concreets mee te delen hebben: het gaat de Sovjet-Unie en de partij heel slecht en hoe het beter moet is een vraag waarop niemand een duidelijk antwoord lijkt te hebben. De partijbonzen uit de provincie lepelen kwaad hun boze boodschap op en houden het er verder maar op dat de eenheid van de partij bewaard moet blijven. Applaus! Zelfs Gorbatsjov, ooit een bezielende inspirator, een bespeler van menigten, doet dezer dagen in geen enkel opzicht denken aan de bezielde en bezielende leider die de perestrojka ontketende. Het heilige vuur is eruit. Er is alleen een zeer onheilige crisis.

Dat de partij de oplossing voor het conglomeraat van narigheden vooral zoekt in de eigen eenheid illustreert het gebrek aan inventiviteit. De partij heeft zich decennia lang als een eenheid gepresenteerd, en zie de crisis waarin ze de Sovjet-Unie heeft gebracht. Die van boven opgelegde eenheid is juist een van de oorzaken van de crisis, een van de redenen waarom anno 1990 de CPSU een collectie van miljoenen dode zielen is, aangevoerd door een kleine verlichte bovenlaag die haar plannen niet kan doorzetten. Gorbatsjov heeft vijf jaar op die eenheidspartij ingepraat: zij immers was het instrument om de hervormingen te verwezenlijken. Een partijkader echter dat, al dat gepraat ten spijt en oog in oog met de crisis, de verzameling conservatieven naar Moskou stuurt waarmee Gorbatsjov zich dezer dagen geconfronteerd ziet, toont aan onverbeterlijk en niet voor rede vatbaar te zijn. De CPSU verdient het verlies aan vertrouwen waarmee de bevolking haar steeds duidelijker confronteert ten volle.

HET ZOU VOOR Gorbatsjov wellicht het beste zijn de partij aan haar weinig hoopgevende lot over te laten en haar een zachte dood te laten sterven temidden van de handboekjes van de illustere ideologische leermeesters waaraan ze zo hardnekkig vasthoudt. Hij zou zich dan als president verder op de hervormingen kunnen concentreren: misschien dat de regering, de Opperste Sovjet, de Presidentiele Raad en het Congres van Volksafgevaardigden meer zin voor realiteit in huis hebben dan de partij. Dat Gorbatsjov die door Sjevardnadze wel gekozen optie in elk geval voorlopig links laat liggen heeft wellicht te maken met de angst dat zonder hem ook de leiding van de partij in handen van middelmatige en kortzichtige conservatieven raakt of dat de partij zelfs helemaal oncontroleerbaar wordt. En de CPSU mag dan wegkwijnen, de Sovjet-Unie kan nog altijd moeilijk zonder. Het begint erop te lijken dat Gorbatsjov de gevangene van de partij wordt, noch in staat haar de rug toe te keren, noch in staat haar te overtuigen of te motiveren.