DOOD

De dood is een universeel probleem en elke cultuur heeft haar eigen manier om daar mee om te gaan. In tal van culturen is een sterfgeval een sociale gebeurtenis van de eerste ronde. Het normale leven valt stil, verscheidene dagen worden gevuld met het uitvoeren van rituelen en gebruiken. Die rituelen brengen orde in de chaos, scheppen ruimte voor het tonen van emotie en helpen de nabestaanden om de crisis, door het sterfgeval veroorzaakt, te overwinnen. In Dodendans wordt van verschillende culturen de omgang met de dood beschreven, met in het achterhoofd de hoop daar iets te vinden wat ons zou kunnen inspireren bij het zoeken naar een andere houding ten aanzien van de dood. Want daar zijn de auteurs het wel over eens: de moderne Nederlandse doodscultuur is pover. Begrafenissen, maar vooral crematies zijn efficiente, onpersoonlijke gebeurtenissen waar voor emotie weinig ruimte is. Dit heeft geleid tot wat Johanna Fortuin in haar bijdrage noemt 'het onvermogen om het verdriet aan te gaan.'

Langzamerhand is de dood onzichtbaar geworden. Wie draagt er nog rouwkleding, waar worden de ramen nog afgedekt, wanneer wordt er nog een kist driemaal rond het huis gedragen? Begraven wordt er 'in stilte' en men wil 'liever geen bezoek aan huis'. De verzorging van de uitvaart wordt in handen gegeven van geroutineerde ondernemers, zodat we zelf verlost zijn van alle 'rompslomp'. Maar het tij begint te keren. De behoefte wordt groter aan een persoonlijk afscheid dat afwijkt van het standaard-pakket dat een uitvaartverzekering aanbiedt. Vorig jaar verscheen Zand erover? met praktische aanwijzingen voor het zelf regelen van een uitvaart. Ook in Dodendans staat een bijdrage met tips op dit gebied.

In de andere bijdragen laten verschillende auteurs zien hoe in andere culturen de dood intens beleefd wordt met uitgebreide ceremonien, rituelen en dagenlange feesten. Bij de Dogon, een landbouwvolk in West-Afrika, wordt de overledene al snel bijgezet in de grafgrot. Nadat daar een week lang de wacht is gehouden beginnen de begrafenisfeesten met de Bundel van de Dode (zijn dodendeken en zijn kleren) als middelpunt. Er worden schijngevechten gehouden, jachttaferelen uitgebeeld en klaagzangen gezongen. Enige tijd na de begrafenis vindt het Dama-feest plaats, de 'tweede begrafenis'. Met verdrijvingsrituelen wordt de geest van de dode gedwongen de overgang naar de wereld van de voorouders te maken. Het feest is de officiele afsluiting van de rouwperiode, daarna kan het leven zijn gewone gang weer gaan. Voor de overledene zelf is het Dama-feest van groot belang. Het is de gelegenheid om zijn macht en prestige te etaleren: de begrafenis als de belangrijkste dag van zijn leven.