De ruimtewagen

Minivan, ruimtewagen, people carrier, multi passenger vehicle (MPV). Het juiste woord is nog niet gevonden, maar steeds meer autofabrikanten hebben zo'n hoge zevenpersoons wagen, zo'n kruising tussen een stationwagen en een busje. Renault heeft de Espace, Chrysler de Voyager, Mitsubishi de Space Wagon. Bij deze pioniers hebben zich onlangs een paar nieuwe gevoegd: de Ford Aerostar, de nieuwe Nissan Prairie en de futuristische Pontiac Trans Port. Verschilende andere merken zijn druk aan het tekenen of al aan het proefrijden: Opel, Mercedes, en Ford en Volkswagen die er samen een gaan bouwen.

De verbussing van de personenwagen levert een auto op die door de week geschikt is voor carpoolen, in het weekend na het wegtillen van de achterste bank ruimte biedt voor een zee van kampeerspullen en bij dat alles een stuk representatiever is dan de auto die hij wel zal opvolgen: de stationwagen. Het is overgewaaid uit Amerika. Al jaren worden daar busjes omgebouwd tot luxueuze reisauto's, met diepe fauteuils, stereo-installaties en vele meters vloerbedekking. Chrysler besloot in 1980 zo'n wagen in kant en klare vorm aan te bieden. Anders dan de zelfbouwers ging Chrysler niet van een bestaand busje uit, maar ontwierp er een from scratch. Het voertuig moest ruimte bieden aan drie banken achter elkaar, maar mocht toch niet langer zijn dan een gewone personenwagen. De oplossing: de hoogte in. In een personenwagen gaat veel ruimte verloren aan beenruimte. Dat komt doordat de passagiers maar zo'n beetje onderuit hangen op die lage banken. Als de banken hoger zijn, moeten ze rechtop zitten en dat scheelt een meter beenruimte.

Hogere banken betekenen een hoger dak. De personenauto is tegenwoordig zo'n 1m40 hoog, de gemiddelde minivan steekt daar 25 centimeter bovenuit. De Mitsubishi Space Wagon is met 1m58 de laagste, de Renault Espace de hoogste (1m70). Door dat hoge dak kan de cabine ook eerder beginnen. Net als in een busje hangt de cabine over de motor heen. In het busje is die motor een belangrijke lawaaibron, maar in de minivan wordt al in het ontwerp veel aandacht aan geluiddemping gegeven. Een hoog dak geeft natuurlijk meer luchtweerstand en dus in theorie een hoger brandstofverbruik, maar bij de matige snelheden van de toekomst speelt dat nauwelijks nog een rol.

Chrysler doopte zijn probeersel de Voyager en het werd de redding van het zieltogende merk. Al twee miljoen Voyagers zijn er gebouwd en ze worden de laatste jaren wereldwijd geexporteerd. Samen met Steyr-Daimler-Puch bouwt Chrysler in Oostenrijk nu een fabriek waar de Voyagers speciaal voor de Europese markt zullen worden gebouwd. Ook in Nederland zie je ze steeds meer. De goedkoopste Voyager kost hier f 44.000 en is een geduchte concurrent van de dure Espace (vanaf f 55.000). De Space Wagon is nog goedkoper (f 39.500), maar is een stuk kleiner. De nieuwe Nissan Prairie staat voor f 42.700 in de catalogus en de splinternieuwe Pontiac Trans Port (ook als Chevrolet verkrijgbaar) moet f 67.400 opbrengen. Rijden in een minivan is een aparte sensatie. Het eerste dat opvalt is de hoge zitpositie. Je hebt een vorstelijk uitzicht over het nerveuze gekrioel van al die Opeltjes en BMW-tjes daar beneden je en dat geeft een veilig gevoel. Als er teveel minivans komen vervalt dit argument natuurlijk. Bij die verheven positie past een waardige rijstijl; de minivan-chauffeur hoeft niet meer zo nodig. In de luxe zescilinder Voyager LE (vanaf f 63.500) die de importeur welwillend een weekje aan deze krant ter beschikking stelde, maakt de motor bij 110 km per uur zo'n 2000 toeren en is dan nauwelijks te horen. In de auto was behalve een goede stereo-installatie ook een cruise-control ingebouwd. Rijdend door de Flevopolder kreeg de bestuurder steeds meer het idee dat de wagen het verder wel alleen afkon en dat het tijd werd voor een kopje thee en een potje halma verderop in de cabine.

De Renault Espace is lawaaiiger, de tweeliter viercilinder motor verheft bij 110 km per uur (ongeveer 3500 toeren) nadrukkelijk zijn bromstem. Wel is de Espace nog steeds de meest uitgekookte onder de ruimtewagens. Hij heeft een uitstekende wegligging en is geraffineerd geconstrueerd, met een verzinkte carrosserie en veel kunststof delen. De Espace maakt een veel beter gebruik van de ruimte (onder meer door een bolle achterklep) dan de Voyager, die ongeveer even groot is, maar van binnen een veel kleinere indruk maakt. De Mitsubishi, de derde ruimtewagen die de autoredactie een week te logeren had, heeft toch veel meer dat nerveuze personenwagenkarakter. Ook in andere opzichten is de verbussing hier niet helemaal geslaagd. De stoelen zijn te smal voor de rechtop-zit die wordt afgedwongen en achterin is het woord Space niet het eerste dat de passagier te binnen schiet. Heel belangrijk in een ruimtewagen is de vraag hoe gemakkelijk de banken er uit kunnen worden gehaald. Bij de Espace is dat het best opgelost. Het zijn losse stoelen die er snel zijn uit te tillen, niet te zwaar zijn en in verschillende configuraties aan de vloer zijn te verankeren. De banken in de Chrysler zijn loodzwaar en de verplaatsmogelijkheden beperkt.

Voorlopig is de grootste tekortkoming van de ruimtewagen zijn prijs. Nu richten ze zich vooral op een trendy publiek, de golfsticks en alpinistentouwen waarmee de folders zijn gelardeerd spreken boekdelen. De eerste fabrikant die erin slaagt een flinke ruimtewagen voor dertigduizend gulden te bouwen slaat een heel goede slag.