Commerciele jacht op walvissen blijft voorlopig verboden

NOORDWIJK, 7 juli Het verbod op commerciele walvisjacht blijft onverminderd van kracht. Pogingen van walvisvarende landen hierin verandering aan te brengen leden schipbreuk tijdens de jaarvergadering van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), die deze week in Noordwijk plaatshad.

IJsland vroeg als enige om vangstquota. 'Het was onze intentie in 1991 de commerciele walvisvaart te hervatten', zei G. Eiriksson namens de IJslandse delegatie. Het voorstel om een quota van tweehonderd dwergvinvissen toe te kennen is echter niet eens in stemming geweest. Een met zeer krappe meerderheid aanvaard Amerikaans ordevoorstel voorkwam dit. Manoeuvres als het stemmen over de vraag of over een bepaalde kwestie wel gestemd mag worden tekenden de sfeer tijdens deze IWC-vergadering. 'Door manipulaties met procedures zijn de vragen waar het om gaat niet gesteld. Wij zijn zeer teleurgesteld', reageerde Eiriksson na afloop.

Net zo teleurgesteld was de Noorse delegatieleider D. Stenseth. De Noren hebben tot veler verrassing niet om vangstquota gevraagd. Wel wilden ze dat de dwergvinvissen in het noordoosten van de Atlantische Oceaan niet langer als 'beschermd' zouden gelden. Indeling in een andere categorie betekent nog niet dat er gejaagd mag worden. Toch kregen de Noren hun zin niet. Hun voorstel werd evenals alle andere voorstellen die maar enigszins in de richting van vangen wezen met ruime meerderheid verworpen.

Het voornaamste argument dat de beschermingsgezinde landen aanvoerden was dat het onderzoek naar de aard en omvang van alle relevante populaties nog niet af was en dat er nog geen adequate beheersprocedures zijn. Het is de bedoeling dat zowel de onderzoeksresultaten als de procedures volgend jaar beschikbaar zijn. Dan vindt de IWC-vergadering plaats in Reykjavik.

Volgend jaar zal Japan zeker om vangstlimieten vragen voor dwergvinvissen in de Antarctische wateren, zei delegatieleider K. Shima. Dit jaar heeft Japan geen vangstlimieten gevraagd, omdat de IJslandse aanvraag werd afgewezen, lichtte Shima toe.

In bedekte termen hebben IJsland en Noorwegen gedreigd de IWC te verlaten als er volgend jaar weer geen besluiten worden geveld over het toekennen van quota. Ruim twee maanden geleden hebben deze landen samen met Groenland en de Far Oer een memorandum getekend over onderzoek en beheer van zeezoogdieren in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Hoewel Stenseth desgevraagd ontkende dat deze samenwerking bedoeld was als loopplank om uit de IWC te stappen wekte hij zelf herhaaldelijk die indruk door bewoordingen te kiezen als zou de IWC 'gedoemd zijn in de problemen te raken' en 'in een cruciale fase van haar bestaan is gekomen'. De Nederlandse delegatieleider F. von der Assen is 'redelijk tevreden' over de uitkomst van de vergadering. Hij verwacht dat de druk van IJsland, Noorwegen en Japan om een eind te maken aan het moratorium volgend jaar verder zal toenemen. Nederland behoort met Groot-Brittannie, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australie tot de harde kern van de beschermingsgezinde landen, aldus Von der Assen. Nederland is niet principieel tegen commerciele walvisvaart, maar wil die slechts toestaan als aan een hele reeks voorwaarden is voldaan.

Behalve het in stand houden van het moratorium hebben deze landen nog enige belangrijke resultaten geboekt, bijvoorbeeld voor de kleine walvisachtigen. Grienden, bruinvissen, dolfijnen en dergelijke worden nu nauwelijks door enige regels beschermd. Per jaar worden er honderdduizenden gevangen. Het wetenschappelijk comite van de IWC zal de bestaande kennis verzamelen over aard en omvang van alle populaties waaruit een vangst van enige betekenis plaatsvindt. Het is de eerste keer dat de IWC zich zo uitdrukkelijk met kleine walvisachtigen bezighoudt. Er zijn namelijk enige landen die vinden dat de commissie niets over deze dieren te zeggen heeft. In een aanvaarde resolutie is Japan gevraagd de vangst van Dalls bruinvissen aan de noordkust van het land snel terug te brengen.

Ook de met algemene stemmen aanvaarde resolutie tegen het gebruik van drijfnetten, waarin vele kleine walvisachtigen verstrikt raken, stemt de beschermingsgezinde landen tevreden.

Noorwegen en Japan is gevraagd hun programma voor wetenschappelijk walvisvangst te heroverwegen. De Noren willen dit jaar vijf dwergvinvissen vangen voor wetenschappelijke doeleinden, de Japanners driehonderd. IJsland zal dit jaar voor het eerst sinds 1948 helemaal geen walvissen vangen. De Sovjetunie heeft haar voorstel voor een wetenschappelijk vangstprogramma aangehouden tot volgend jaar.