Beursbroedertwisten

In het afgelopen halfjaar is de omzet op de Optiebeurs uitgekomen op 5,1 miljoen opties. Dat is een kwart minder dan de 6,7 miljoen contracten in de vergelijkbare periode van vorig jaar, maar meer dan het beursbestuur half mei bij de presentatie van het jaarverslag zei te verwachten. Toch zegt dat cijfer niet zoveel, want een beurs gaat net als de zee gebukt onder getijden. Alleen weet een beurs niet precies wanneer eb en vloed beginnen en eindigen. Dus is een lagere omzet niet direct verontrustend.

Wel is een andere ontwikkeling uit de beurscijfers op te maken die de Optiebeurs en de Effectenbeurs in elkaars armen zal drijven, of ze dat willen of niet. Het gaat om het afnemende aandeel van beleggers in de totale omzet van de Optiebeurs.

In het krachjaar 1987 was dat percentage 51,7 procent, bijna een procent meer dan in het jaar ervoor. Na 1987 is de publieke belangstelling, via 47,5 in 1988 en 45,9 vorig jaar, vijftien procent gedaald tot 44,1 procent over de eerste zes maanden van dit jaar. Dat lijkt niet zoveel, maar het is een hardnekkige, sluipende trend die zich niets aantrekt van de omzetten en alle publicitaire inspanningen.

De cijfers van de Optiebeurs, die om administratieve redenen een berg interessante gegevens opslaat in zijn computers, gelden ongetwijfeld ook voor de Effectenbeurs, want de beide doelgroepen actieve beleggers zullen niet veel van elkaar verschillen. Je verwacht dat de beursbroeders aan het Beursplein en het Rokin de handen ineenslaan om de voor een beurs onmisbare schare beleggers (het zout in de pap, ze betalen immers de hoogste provisietarieven) weer op peil te brengen. Het tegendeel is waar.

Onderhuids woeden op het witte boorden-niveau van de bazen stille Beurspleinse en Rokinse twisten vol onbegrip, die ertoe leiden dat ieder kiest voor een eigen aanpak. En dat is eigenlijk in strijd met de plechtige belofte om samen te doen in de strijd om de positie van Amsterdam (Nederland) als financieel centrum te verdedigen.

Aan kleine dingen zijn de verschillen te traceren. Bij de presentatie van het jaarverslag sprak de Optiebeurs als wens uit dat, mede door de reorganisatie van de Amsterdamse Effectenbeurs, verdere voortgang zal worden geboekt op de weg naar een hechtere samenwerking tussen de Optiebeurs en de Effectenbeurs. Kennelijk moesten of moeten daar eerst een paar dwarsliggers verdwijnen.

Een ander punt. De Optiebeurs begint maandag met een geavanceerde telefonische koersendienst waarmee bellers, door middel van de toetsen op hun telefoon en aanwijzingen van Meta de Vries, de gegevens van een of meer bepaalde opties kunnen opvragen. Die dienst is gratis, met uitzondering van de normale gesprekskosten natuurlijk. Het gratis nummer van de Effectenbeurs is sinds 1 juli uit de lucht. Daarvoor zijn andere nummers in de plaats gekomen, die 50 cent en 30 cent per minuut kosten.

Aan die verschillen, de een gratis en de ander niet, ligt een bepaalde filosofie ten grondslag. Bij de Optiebeurs vindt men dat het beursapparaat zich moet kunnen bedruipen uit de omzetten en dat de kosten voor beleggers zo laag mogelijk moeten worden gehouden. De andere beurs probeert zo veel mogelijk te verdienen aan de informatie waarover men beschikt. Die benadering steekt schril af bij het gedram over de beursbelasting en de vrije provisietarieven, waar kleine beleggers nauwelijks mee opschieten.

Ook de gratis koersinformatie via Teletekst verschilt. De Optiebeurs geeft viermaal per uur nieuwe informatie en de Efectenbeurs heeft dat teruggebracht tot tweemaal. Juist op dat punt zouden de beurzen gezamenlijk beleggers in het buitenland kunnen trekken, wanneer zij hun koersen en ander nieuws via een van de op Europa gerichte tv-zenders verspreiden. Er is geld genoeg in de beurskassen om dat eens uit te proberen.

Het is ook niet duidelijk waarom de beurzen niet samenwerken bij het opleiden en voorlichten van beleggers. De Optiebeurs trekt steeds weer overvolle zalen bij het geven van cursussen, maar houdt hardnekkig vast aan de verkondiging van het optie-evangelie. Die beperking is in strijd met de werkelijkheid. Onervaren beleggers zouden misschien beter af zijn wanneer ze ervaring opdoen met produkten van beide beurzen.