Advocaat laakt behandeling van Ira-verdachte

ROERMOND, 7 juli De Amsterdamse advocaat mr. W. van Bennekomen heeft bezwaar aangetekend tegen het zware regiem waaraan zijn client, de 26-jarige Noordier Paul Hughes, is onderworpen. Hughes wordt ervan verdacht betrokken te zijn bij de IRA-aanslag op twee Australische toeristen in Roermond.

In het Maastrichtse huis van bewaring waar bij verblijft valt hij onder de strengste beperkingen van bewegingsvrijheid. De raadkamer buigt zich volgende week over het verzoek van Van Bennekom de beperkingen te verzachten.

Hughes is volgens zijn advocaat vrijwel volledig verstoken van contacten met de buitenwereld. Hij mag geen post ontvangen en met uitzondering van zijn advocaat ook geen bezoek. Hughes is bovendien volledig geisoleerd van de overige gevangenen. Volgens zijn advocaat is zijn grootste grief dat hij op zondag niet naar de kerk mag om de mis bij te wonen.

Van Bennekom heeft ook bezwaar aangetekend tegen het uitblijven van een gerechtelijk vooronderzoek tegen Hughes. Volgens hem weigert de officier van justitie, mr. H. Laumen, het vooronderzoek te vragen om op die manier de zaak volledig in handen van de politie te laten. De advocaat heeft nu zelf een gerechtelijk vooronderzoek tegen Hughes gevorderd om meer openheid en controlemogelijkheden voor zijn client te krijgen. De vordering wordt op een nader te bepalen datum door het hof in Den Bosch behandeld.

De tweede van de vier IRA-leden die in Belgie en in Nederland werden aangehouden, de 26-jarige Gerald Harte, is gistermiddag voorgeleid aan de Roermondse officier van justitie. Daarna is hij door de rechter-commissaris voorlopig voor vijf dagen in bewaring gesteld. Harte wordt evenals Hughes verdacht van betrokkenheid bij de IRA-aanslag in Roermond.

De raadkamer van de Roermondse rechtbank heeft inmiddels de gevangenhouding van Hughes bevolen voor een periode van dertig dagen. Dat is volgens de advocaat gebeurd op basis van zeer summier bewijsmateriaal. De politie zou in plaats van het proces-verbaal alleen een samenvatting van de stand van het onderzoek hebben willen geven.

Daaruit blijkt dat in de rode Opel Kadett, die een week voor de aanslag is gehuurd in Den Haag, behalve vingersporen van Hughes ook sporen zijn aangetroffen van Donna Maguire en Gerard Harte, die in Turnhout en Chaam zijn gearresteerd. De Kadett zou in Venlo zijn opgemerkt door twee getuigen. Zij hebben verklaard dat ze de inzittenden hebben zien praten met de inzittenden van de Mazda die in Venlo is gestolen en vervolgens is gebruikt bij de aanslag in Roermond. De Kadett is daags na de aanslag terugbezorgd bij het Haagse verhuurbedrijf. In de auto zou ook een niet nader aangeduide hoeveelheid Semtex-springstof zijn aangetroffen.

In de Ford Sierra, die Hughes in Chaam gebruikte om een voortvluchtig medelid van de IRA op te pikken, heeft de politie vezelsporen gevonden die afkomstig zouden zijn van de vierde gearresteerde, die zich Thornton noemt.