Vroege vlucht van Canadees kan grote gevolgen hebben voor Tour de France; Steve Bauer hoeft nog niet te wanhopen

SARREBOURG, 6 juli Met de wilskracht en het incasseringsvermogen van een speler uit de National Hockey League zal de vroegere ijshockeyer Steve Bauer morgen in de eerste serieuze krachtmeting van de Tour en mogelijk nog langer zijn gele trui verdedigen. De verwachting is dat de 31-jarige Canadees in de 61,5 kilometer lange tijdrit weinig van grote voorsprong op met name Greg LeMond zal moeten prijsgeven. Het is de vraag of Bauer, als hij tussen Vittel en Epinal standhoudt, niet ook als een kanshebber voor de eindoverwinning moet worden beschouwd.

Bauer is niet alleen een krachtpatser, maar ook een behoorlijke tijdrijder. Vorig jaar eindigde hij in de tijdrit naar Rennes over 73 kilometer op 2 minuten en 50 seconden van LeMond en in de slottijdrit naar Parijs over 24,5 kilometer op 1.31 van de Amerikaan. Bauer in goeden doen hoeft dus niet te wanhopen. Paul Kochli, de ploegleider met wie hij vorig jaar nog samenwerkte, meent zelfs dat de Canadees sterker is dan ooit en ziet hem nog ver komen in deze ronde.

Alpe d'Huez

De vlucht van Bauer, Pensec, Chiappucci en Maassen in de eerste etappe kan nog grote gevolgen hebben voor het verloop van de Tour. Bauer laat zich er niet zo snel afrijden door de klimmers, getuige bijvoorbeeld zijn prestatie op Alpe d'Huez twee jaar geleden, toen hij tweeeneenhalve minuut verloor op de besten, en zijn verlies van drie minuten in een rit over zeven Pyreneeencols naar Luz-Ardiden. In de Tour van 1988 eindigde Bauer als vierde. De ruim tien minuten voorsprong op LeMond en Delgado hoeft hij niet zo snel kwijt te raken. Hetzelfde geldt voor Ronan Pensec, de Fransman die al eens zesde en zevende in het eindklassement is geworden en ook een goede tijdrit kan rijden.

Het grote vraagteken is Claudio Chiappucci, een Italiaan die op 27-jarige leeftijd tot ontplooiing komt. De Lombardijn uit de ploeg van Boifava werd door het vertrek van de Zwitser Zimmermann naar voren geschoven als kopman. In die rol gedijt Chiappucci verrassend. Hij won zowel het bergklassement in Parijs-Nice als in de Ronde van Italie dit jaar. De Italiaan, die pas vier overwinningen boekte sinds hij in 1985 prof werd, geldt als de grote outsider. Ploegleider Guimard van Fignon, waarschuwde er zondag na de opmerkelijke vlucht van Bauer en de zijnen al voor dat Chiappucci weleens voor een verrassing kan zorgen. Hoe de Italiaan zich in de tijdrit zal houden is onzeker. In de Giro was hij in de grote tijdrit vijf seconden sneller dan LeMond. Maar Chiappucci is de eerste om toe te geven dat daar nog niet de echte LeMond reed.

Pingeon

De uit de hand gelopen vlucht van zondag heeft al voor tal van speculaties gezorgd bij de Tour-volgers. Verwezen wordt naar 1967, toen de Fransman Roger Pingeon in de vijfde etappe met een vluchtersgroepje onder aanvoering van de Belg Rik van Looy meesloop, de rit won en gele trui veroverde. De Fransman, die een jaar eerder met wielrennen had willen stoppen, profiteerde dankbaar van zijn voorsprong, bleek in de bergen zowaar aardig mee te kunnen komen mede door het werk van zijn ploeggenoot Poulidor en won de Tour de France. Pingeon putte moed uit zijn wonderlijke overwinning en eindigde een jaar later als tweede, achter de grote Merckx.

Pingeon was een betere renner dan Walkowiak, wiens Tour-overwinning in 1956 nog altijd als een van de grootste toevalstreffers wordt beschouwd. Hij won de achtste etappe met een voorsprong van twintig minuten, veroverde de gele trui en stond die niet meer af. Tour-directeur Goddet schreef in L'Equipe de dag na Walkowiaks triomtocht in Parijs: 'Het applaus van de toeschouwers klonk als een klaaglied.'

Blamage

Jacques Anquetil won vijfmaal de Tour de France. In 1961 veroverde hij al op de eerste dag de gele trui. 's Morgens won Darrigade de eerste rit, 's middags was Anquetil als gewoonlijk de snelste in de tijdrit en werd hij klassementsleider. De Fransman zou die positie niet meer afstaan. Eerder hadden slechts in een ver verleden Bottecchia (in 1924), Frantz (1928) en Maes (1935) hem dat voorgedaan. De Luxemburger Frantz startte in 1928 in het geel, omdat hij de Tour van 1927 had gewonnen, en behield hem tot in Parijs.

Gianni Bugno was in de afgelopen Ronde van Italie de snelste in de proloog, kreeg de roze leiderstrui om zijn schouders en zou hem tot het eindpunt in Milaan behouden. Het kan dus ook in moderne wielertijden. Bugno was geen slechte Giro-winnaar, maar noemenswaardige tegenstand had de Italiaan niet. Het zou absurd zijn als Bauer de gele trui van de tweede tot de laatste dag kon dragen. De Canadees zal als Bugno in Italie geen slechte Tourwinnaar zijn, maar het zou een blamage voor de Tour zijn als LeMond, Delgado, Rooks en andere klimmers niet in de bergen tot de aanval overgaan. De vraag is of met name Delgado daartoe in staat is en of LeMond zijn Canadese vriend uit de Amerikaanse ploeg van 7-Eleven dat wil aandoen.