Rapport: helft van de financiele instellingen in EG zalverdwijnen

AMSTERDAM, 6 juli De personeelskosten van de Nederlandse banken zullen met 20 tot 30 procent moeten dalen. Dit stelt ir. Max Kopijn van het adviesbureau PA Consultants, dat een studie over financiele instellingen in de Europese Gemeenschap heeft uitgebracht.

Van de tienduizend financiele instellingen die nu in de lidstaten van de Europese Gemeenschap werkzaam zijn zal volgens PA de helft binnen vijf jaar niet als zelfstandige eenheid overleven.

De volgens PA bestaande grote overcapaciteit op het gebied van financiele dienstverlening vertaalt zich in de lage marges die banken halen op hun kapitaal (10 procent in Nederland, tegen 15 procent in Frankrijk en Duitsland en 20 procent in het Verenigd Koninkrijk.)Het probleem met een sanering van die overcapaciteit is echter dat centrale banken niet graag zien dat onder hun toezicht staande instellingen failliet gaan, zodat de sanering geleidelijker zal verlopen dan in de industrie. Wat betekent dat de consument mee zal moeten blijven betalen aan het in stand houden van die overcapaciteit. Volgens Kopijn, een van de directeuren van PA in de Benelux, speelt die overcapaciteit ook in Nederland. Volgens hem helpt alleen maar samengaan zoals bijvoorbeeld tussen Amro en ABN niet om dit probleem op te lossen, maar moet zo'n samengaan ook daadwerkelijk kostenbesparingen opleveren.

Tot nu toe stijgen de kosten van de banken alleen maar. De operationele kosten zijn door investeringen in elektronica de laatste jaren meer dan verdubbeld. De personeelskosten van ABN, Rabo en NMB liggen nu 25 procent hoger dan in 1984. Alleen de Amro Bank heeft die kostenstijging beperkt weten te houden tot 15 procent.

Volgens het Ceccini-rapport moet de Europese eenwording alleen in de Benelux 1 miljard ecu (fl. 2,35 miljard) aan besparingen opleveren. Dat zijn besparingen voor de consument, die komen rechtsstreeks uit de inkomsten en winsten van de financiele instellingen, aldus John Ginarlis, de Britse onderzoeker van PA die de financiele sector bestrijkt. Om dat goed te maken in een niet verder groeiende markt, moeten de banken aan de kostenkant maatregelen nemen.

De banken zullen volgens hem moeten kijken naar de kosten van hun distributiesystemen. 'Daar zal de slag om gaan.'

Vroeger moesten de banken allemaal kantoren hebben om goedkoop geld aan te trekken. Dat hoeft nu niet meer. 'Die kantoren worden nu gebruikt voor handelingen die een hoop geld kosten.' Volgens Ginarlis moeten de banken waarde uit dat kantorennet zien te halen: 'Het rare is dat we altijd spreken van financiele dienstverleningen, maar dat banken absoluut geen service bieden. Ze zijn dicht als de client tijd heeft om ze te bezoeken.'

Ginarlis noemt enkele voorbeelden van hoe banken hun kantorennet in ieder geval voor een deel rendabel kunnen maken. Bijvoorbeeld door ze qua sfeer af te stemmen op de steeds groeiende groep van oudere klanten. 'In de Verenigde Staten zijn er al bankkantoren die meer weg hebben van een hotel-lounge.' Aan de andere kant van het spectrum staan kantoren die er uitzien als fruitautomatenhallen. Daar kan de klant alle handelingen zelf via de machine verrichten; geld opnemen, overboeken of informatie vragen.

PA voorziet dat de banken zullen moeten kiezen welke distributie van hun produkten ze willen. Van het thuisbankier-concept van de Postbank heeft Kopijn geen hoge verwachtingen. Dat is achterhaald door de geldautomaat. 'Het probleem met thuisbankieren is dat je geen contant geld kunt opnemen of storten.'