Liberiaanse ministers ontvluchten het land

MONROVIA, 6 juli De Liberiaanse president Samuel Doe heeft zich in principe bereid verklaard om af te treden. Rebellen onder leiding van guerrillaleider Charles Taylor zijn in de buitenwijken van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia doorgedrongen. De rechterhand van Doe, de minister voor presidentiele zaken Elvin Jones, is gisteren naar Ivoorkust gevlucht. Ook de minister van defensie heeft het land verlaten.

Doe heeft gezegd bereid te zijn om het presidentschap neer te leggen als de rebellen de veiligheid van zijn stam, de Krahn, garanderen. Leden van de Krahn-stam vrezen uitgebreide moordpartijen zodra Taylor in Monrovia de scepter zwaait. Tijdens de felle gevechten van de afgelopen maanden zijn zowel troepen van de regering als van de rebellen zich te buiten gegaan aan massale moordpartijen op de burgerbevolking. De afgelopen dagen hebben de militairen van Doe, doorgaans in staat van dronkenschap, in Monrovia winkels geplunderd en willkeurig op voorbijgangers geschoten.

De radiozender van de rebellen heeft vanmorgen meegedeeld dat de guerrillastrijders zich op enkele honderden meters van het zwaar bewaakte huis van Doe bevinden. De Liberiaanse leider heeft er zich verschanst met elite-troepen en lijfwachten die zijn opgeleid door Israelische agenten. Een woordvoerder van de rebellen heeft gezegd dat Doe de strijd niet zal overleven. 'Als dit karwei is geklaard zal er geen Doe meer zijn', zo zei Tom Woewiju in een gesprek met de Britse radio.

Alle telefoon- en telexverbindingen met Monrovia werden eerder deze week verbroken. De hoofdstad beschikt evenmin over electriciteit en stromend water nadat de rebellen enkele centrales hebben vernield. De meeste diplomaten zijn inmiddels uit Monrovia geevacueerd. Westerse waarnemers en journalisten verwachten dat de strijd zich de komende dagen zal concentreren op het huis van Doe. (AFP, Reuter)