Laten we de schoorsteen halveren; Josef Skvorecky over Tsjechoslowakije

De boeken van de Tsjechisch-Canadese schrijver Josef Skvorecky gaan over jazz, de Praagse lente en over zijn ballingschap. Onlangs bracht hij, voor het eerst sinds 1969, op verzoek van de Tsjechoslowaakse regering een bezoek aan zijn vaderland. Op de terugreis naar zijn woonplaats Toronto verbleef hij een dag in Nederland. 'Het communisme heeft het hele land verstikt.' We schrijven het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog in het zogenaamde Protektorat Bohmen und Mahren. Josef Skvorecky is net twintig geworden, op 27 september 1944. Na zijn eindexamen gymnasium moet hij van de Duitsers in een fabriek werken. Hij en zijn vrienden zijn dol op jazz, hun enige uitlaatklep in de nazi-orde. Ze komen veelvuldig bij elkaar om te spelen en beschouwen deze oermuziek als een persoonlijke bevrijding. Het is vooral de swing die in zwang is. Skvorecky speelt saxofoon en droomt ervan beroeps te worden. Daar hij zijn talent uiteindelijk niet groot genoeg vindt, spiegelt hij zich aan een uitspraak van Faulkner die hem volgens zijn eigen zeggen past als een tweede huid: als je iets kunt, moet je het doen, als je het niet kunt, moet je erover schrijven. Vooropgesteld uiteraard dat je schrijven kunt.

En dat kan Skvorecky al sinds zijn jeugd. Als tiener werd hij plotseling erg ziek, ging ruim een jaar niet naar school en kon niet meedoen aan sport en spel. Toen noteerde hij al regelmatig flarden van een eigen wereld die hij zich in die eenzaamheid had geschapen. Na de oorlog studeerde hij Engels en filosofie. En hij begon te schrijven. Het merendeel van zijn manuscripten zag, dank zij het starre regime, pas na jaren het licht. En aangezien de periode rond de bevrijding tot het begin van de jaren vijftig een onuitwisbare indruk op hem heeft gemaakt, keert hij daar in vele boeken naar terug.

Zijn eerste roman De lafaards is meteen een van de belangrijkste. We beleven een week in een provinciestadje waarin de quasi-patriottische daden van enkele honorabele figuren in de laatste dagen van de oorlog genadeloos worden ontmaskerd. De held Danny is een anti-held, die alleen leeft voor jazz en vrouwen en die zich verzet tegen de hypocrisie van de arrives. Hoewel deze inmiddels klassiek geworden roman aan het einde van de jaren veertig is geschreven, kon hij na veel moeilijkheden pas in 1958 worden gepubliceerd. Niet alleen vanwege de openhartigheid van Skvorecky, maar ook vanwege de door hem gebezigde spreektrant. Hij ontdekte dat de gebruikelijke schrijftaal niet strookte met de manier waarop de mensen praatten en hij doorspekte zijn verhaal met het 'slang' van de opgeschoten jeugd en met verbasteringen van Duitse begrippen die tijdens de bezetting in het gesproken Tsjechisch waren ingeburgerd. Zijn verknochtheid aan jazz, jeugdliefdes en vooral allerlei vormen van spreektaal zullen voortaan Skvorecky's handelsmerk blijven.

Behalve ruim vijftien romans en verhalenbundels heeft u ook veel vertalingen gemaakt, Hemingway onder anderen. In De Lafaards gebruikt u als motto Hemingway's lijfspreuk: het vak van schrijver betekent de waarheid te schrijven. Was dit een van de redenen waarom u in 1969 Tsjechoslowakije verliet? 'In een totalitair regime kun je niet schrijven dat Lenin een moordenaar is. Je kunt het wel denken, maar op papier moet je het op een slimme manier omzeilen. Daar houd ik niet van. Een dergelijke maatschappij is een verscheurde maatschappij. In Toronto schreef ik een boek op dat thema: Konec porucika Boruvky (Het einde van luitenant Boruvky). Het speelt in de periode na Dubcek waarin het hele leven alleen maar uit politiek bestaat en iedereen zowel slachtoffer is als medeplichtige. President Havel heeft daar in zijn nieuwjaarsrede ook op gewezen.' Kan dat een van de motieven zijn waarom de huidige leiders in de ogen van velen te zacht omgaan met handlangers van het regime? 'Vergeet niet dat de zon van de democratie nog maar net aan de horizon opkomt. Op het moment dat het regime instortte waren de huidige leiders de meest aangewezen personen voor hun functies, maar ze waren niet door het volk gekozen. Er is trouwens zo vreselijk veel te doen.

Het communisme heeft niet alleen de menselijke geest, maar het hele land verstikt. Het volgende verhaal is meer dan een staaltje zwarte humor: Ergens bij de Duitse grens loosde een fabriek giftige rook in de lucht. Omdat de rook gedeeltelijk ook op Duits grondgebied viel, stelden de Duitsers geld voor een luchtfilter beschikbaar. Maar iemand kwam op het idee dat als je de schoorsteen halveerde, de rook alleen nog op Tsjechische grond zou vallen. De gevolgen interesseerden niemand, de partij streek gewoon het geld op. En de burger vluchtte naar zijn hutje op het platteland zijn eigen exil.' Toch is juist onder het totalitaire regime de Tsjechoslowaakse literatuur tot een enorme bloei gekomen: de officieel uitgegeven boeken, de samizdat en de exilliteratuur. Bent u niet bang dat nu alle censuur en zelfcensuur zijn weggevallen deze bloei snel zal verwelken? 'Ik ben een optimist. In de afgelopen twintig jaar hebben zich zo veel dramatische, morele en emotionele belevenissen opgestapeld dat een gigantisch reservoir van onderwerpen is ontstaan. Iedere beoefenaar van literatuur zal uit deze onderwerpen willen putten. Ze staan dicht bij ons, we voelen ze als het ware aan den lijve. En dat geldt niet alleen voor dissidente schrijvers, maar ook voor degenen die in beperkte mate officieel publiceerden, hun ervaringen met de bureaucratie bij voorbeeld. Ik verwacht juist in de komende decennia een eruptie van goede boeken. Ik zeg opzettelijk decennia, want er is een zekere afstand nodig.

Alle ingrijpende gebeurtenissen worden pas na jaren verwerkt. Kijk maar naar de Tweede Wereldoorlog. Er wordt nu meer over geschreven dan ooit.' U komt net terug van uw eerste bezoek aan het vrije Tsjechoslowakije. Daar bent u niet alleen ereburger van Praag geworden, maar u heeft bovendien, samen met uw vrouw de schrijfster Zdena Salivarova, de Orde van de Witte Leeuw gekregen. Dat is de hoogste onderscheiding voor een buitenlander die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Tsjechische cultuur. 'Ja, we hebben de Canadese nationaliteit, vandaar. De onderscheiding kregen we vanwege onze uitgeverij Sixty-eight Publishers Corporation die we in het begin van de jaren zeventig in Toronto hadden opgericht. Mijn vrouw en ik hebben naast ons gewone werk 212 titels in het Tsjechisch uitgegeven, waaronder alle romans van Milan Kundera. Na Smesne Lasky (Lachwekkende liefdes) en Zert (De grap) mochten van hem geen boeken meer verschijnen in Tsjechoslowakije, dus verschenen ze in Canada, net als het werk van vele andere belangrijke auteurs. En die publikaties vonden dan vaak clandestien hun weg naar het vaderland. Daar waren toen geen literaire tijdschriften van niveau en de meeste goede auteurs verschenen slechts in overgetypte manuscripten. Het ontbreken van communicatie heeft catastrofale gevolgen voor het intellect van een land. Het is poging tot moord als een macht deze communicatie vernietigt.

'Ik heb het trouwens niet zo op plechtigheden en we zagen daar aanvankelijk tegenop. Maar of het nu de burgervader van mijn geboorteplaats Nachod was die als welkom een prachtig stukje jazz op zijn saxofoon blies, of president Havel met de Praagse burgemeester tijdens de uitreiking van de Orde, ze doorbraken volledig de starre bureaucratie en daarmee de griezelige Orwelliaanse uniformiteit. Dat is niet zomaar Spielerei van een paar dromers. Hun creativiteit is essentieel voor een nieuwe democratie, voor het nieuwe denken.' U zei in Praag dat terugkeer een tweede emigratie zou betekenen en dat u dat geenszins van plan bent. U heeft zich volledig aangepast in Canada, u spreekt perfect Engels, u doceert Anglo-Amerikaanse literatuur, maar fictie schrijft u nog steeds in uw moedertaal, net als Kundera. De in Duitsland wonende Tsjechische schrijfster Libuse Monikova schreef haar lijvige, succesvolle roman De facade meteen in het Duits. 'Toen Monikova emigreerde was ze twintig jaar jonger dan wij. Essays schrijf ik wel in het Engels. Een roman eist te veel aandacht wat inhoud en stijl betreft om me ook nog om alle nuances in een vreemde taal te bekommeren. In Canada hebben we net zo iemand als Monikova, de schrijver Jan Novak die op zijn veertiende met zijn ouders emigreerde. We hebben zijn roman uit het Engels laten vertalen door Jaroslav Koran, de huidige burgemeester van Praag, voorzien van een nawoord van Vaclav Havel. En de omslag is getekend door dezelfde kunstenaar die onlangs de nieuwe uniformen voor de presidentiele wacht heeft ontworpen. Deze publikatie maakten we nog voor de novemberrevolutie en ze is nu uiteraard ons pronkstukje.' Hoe denkt u over het uitgeven van boeken in het Tsjechoslowakije van nu? Zal de westerse commercie de kwaliteit niet aantasten? En zal de leeshonger niet afnemen? 'Wil je goede literatuur hebben, dan moet je bereid zijn alles uit te geven waar een koper voor is.

Zodra je bepaalde genres gaat weren, weer je ook potentieel goede literatuur. Ik ben niet bang voor commercie, ik ben als de dood voor censuur, in welke vorm dan ook. De Tsjechen hebben een sterke leestraditie. Twee eeuwen geleden is onze taal nagenoeg verdwenen. Dank zij enkele schrijvers tijdens de Nationale Wedergeboorte gebeurde dat niet en in de negentiende eeuw was het zoiets als een vaderlandse plicht om boeken te lezen en de taal te verbreiden. Boeken waren voor ons altijd meer dan alleen literatuur. Ik denk dat deze traditie blijft. Goed, de oplagen zullen misschien minder spectaculair zijn, zeker gezien de noodzakelijke prijsstijgingen. En misschien ook vanwege het feit dat mensen nu meer geld uit zullen geven aan reizen en het kopen van buitenlandse boeken. Maar de meeste auteurs zullen toch hun publiek behouden. Werk dat alleen op effect uit is valt vanzelf door de mand. Maar een detective van niveau is ook literatuur. Neem Guns for sale van Graham Greene. Of neem Shakespeare een entertainer bij uitstek. Ook ik voel me eerder een entertainer dan een denker. Ik draag de lezer materiaal aan om te denken.'

Openhartig

De bekendste en tevens omvangrijkste roman van Josef Skvorecky is Inzenyr lidskych dusi (Ingenieur van de menselijke ziel) die de ondertitel draagt: entertainment op oude thema's over het leven, vrouwen, het lot, dromen, de arbeidersklasse, verklikkers, liefde en dood. In 1985 kreeg de auteur er een belangrijke Canadese staatsprijs voor: de Governor General's Literary Award. Het boek is een openhartig relaas over Skvorecky zelf, over de Duitse bezetting, jazzmuziek, het Tsjechoslowakije na de Praagse lente en ten slotte de ballingschap. Onderwerpen die Skvorecky steeds uitdiept en waarin gebeurtenissen, gesprekken, brieven, dromen en gedachtenflarden aan elkaar worden geregen tot een kleurrijke collage. De roman staat voor alle tijden en culturen.

Verrassend is daarom zijn volgende boek, Scherzo Capriccioso, dat zojuist in het Nederlands is vertaald. Het is een semi-biografisch verhaal over de componist Antonin Dvorak die aan het einde van de vorige eeuw anderhalf jaar met zijn gezin in Amerika werkte en woonde. En daar zijn bekende symfonie Uit de nieuwe wereld componeerde.

Dvorak was een eigenwijze donder en een interessante figuur voor een schrijver. Milos Forman, met wie u verschillende filmscenario's maakte, had zijn Amadeus. Wilde u ook een componist op uw repertoire? Lachend: 'Nee hoor, dat ging als volgt. Toen we in 1969 op uitnodiging van vrienden naar Amerika gingen had mijn vrouw ontzettend heimwee. Ze had grammofoonplaten meegenomen van Dvoraks opera Rusalka (een waternimf) en die platen draaide ze waar we ook kwamen. Dat was haar stukje thuis. Op een dag kwamen we op het idee om naar Spillville te gaan, waar Dvoraks familie in 1893 de vakantie had doorgebracht en waar nu het Dvorakmuseum is. We raakten betoverd door het Tsjechische dorp met een Tsjechisch kerkhof met Tsjechische kruisen, een gehucht van achthonderd mensen die nog steeds Tsjechisch spraken. Dat intrigeerde me en ik wilde meer weten. Pas tien jaar later begon ik aan een werkelijke research. Ik wilde een historisch-biografische roman schrijven, maar niet alleen dat. Alle feiten heb ik gerespecteerd, maar binnen die feiten was nog voldoende ruimte voor fantasie. Dus beschreef ik ook dingen die hadden kunnen gebeuren.' Het verhaal over Rusalka bij voorbeeld? 'Ja, uit archieven bleek dat Dvorak de eerste aanzet tot de opera in Amerika componeerde. Hij was dol op vissen, maar was op een middag in slaap gevallen.

Zijn dochters gingen hem halen. Het had dus best gekund dat hij plotseling de rijke juffrouw Vanderbilt naakt in het meer ontwaarde, die hem op het idee bracht van de waternimf. Maar dat is gewoon een leuk verhaaltje. Belangrijker is dat Dvorak de zangeres Sissieretta Jones ontdekte, evenals de zanger Harry T. Burleigh toen deze als portier bij het conservatorium werkte. Hij was wild van negermuziek en het Largo uit De Nieuwe Wereld is duidelijk geinspireerd op negro-spirituals. Dvorak ging vaak luisteren naar de zwarte jongens op Lower East Side in New York en noteerde hun klanken met een vulpen op zijn manchet, wat zijn wasvrouw tot wanhoop dreef.' U hebt in Scherzo Capriccioso ook uw liefde voor 'slang' kunnen uitleven. Met name het Amerikaans-Tsjechisch dat er af en toe gesproken en in brieven geschreven wordt. 'Als je geschiedenis vastlegt, waarom zou je ook de taal die bij een bepaalde tijd en plaats hoort niet vastleggen? Het is vooral de tweede generatie die in dat opzicht fantastische woorden verzint, heel humoristisch soms, maar ik vind dat een legitieme taal. Ze is door mensen gemaakt.' Bij het uitzwaaien van Josef Skvorecky voor zijn terugreis naar Toronto ik citeer uit Scherzo Capriccioso 'pakte ik een hendkurtsjief en wajpte mijn tsjieks'. Josef Skvorecky: Scherzo Capriccioso. Vert. Edgar de Bruin. Uitg. Ambo. Prijs fl. 39,50. Van Skvorecky zijn verder in Nederlandse vertaling verschenen De bassaxofoon, vert. Kees Mercks; Het verleden van Lenka S., vert. Sjoerd de Jong; Ingenieur van de menselijke ziel vert. Edgar de Bruin en Katka Kolmas (alle drie Bert Bakker). Zijn essays zijn gebundeld in Talking Moscow Blues. Uitg. Faber en Faber. Prijs fl. 14,25