Krakers noch OM zijn wars van retoriek

'De kwaliteit van het recht bepaalt de kwaliteit van de orde die men zich wenst. '(Prof. mr. Ch.

J. Enschede: De burger en het recht)De rechtszaal in de Groningse arrondissementsrechtbank wordt gedomineerd door een beeld van Vrouwe Justitia. Zij staat daar meer dan manshoog, in sierlijke pose met gouden zwaard en weegschalen, haar gebruikelijke attributen. Aan het eind van een der zittingen deze week in het spectaculaire WNC-proces in Groningen kwam een der krakers naar voren om gebruik te maken van zijn recht op het laatste woord. Zijn vervaarlijke uiterlijke verschijning met korte hanekam en verweerd lederen jack voorspelden niet veel goeds. De leden van het rechtscollege zetten zich schrap. Al eerder immers hadden collega-activisten de rechters getypeerd als 'fascisten' en 'zwijnen'. Voor de microfoon wees de kraker in de richting van Vrouwe Justitia en constateerde een opvallend gebrek aan het beeld: zij is niet geblinddoekt.

De kraker wilde het dogma van de onbevangenheid van rechters in twijfel trekken. Inmiddels is die onbevangenheid echter al vele malen gerelativeerd. Magistraten staan tegenwoordig zelf als eersten te trappelen om te verklaren dat rechtspreken 'slechts mensenwerk' is. Relevanter is misschien een inventarisatie van hetgeen deze ziende Vrouwe Justitia dezer dagen waarneemt, daar in Groningen.

Direct na de ongeregeldheden rond de ontruiming van het krakersbolwerk in het weekeinde van 26 en 27 mei in de Groningse binnenstad, was de roep om vergelding algemeen. Alle krakers dienden zo snel en zo streng mogelijk gestraft te worden. Burgemeester A. A. M. F. Staatsen van Groningen verklaarde dat al het mogelijke zou worden gedaan om de aangerichte schade, toen geschat op 1 miljoen gulden, op de arrestanten te verhalen. De gemeente riep burgers op tot het indienen van schadeclaims. Persofficier van justitie mr. M. H. Geerds verklaarde dat eventuele veroordeelden 'druppelsgewijs moesten worden uitgewrongen'. Het openbaar ministerie begroot de schade in zijn requisitoir op 'miljoenen guldens'. Bij het bedrag van 850.000 gulden door particulieren gemelde schade zijn de kosten opgeteld van politie en justitie.

De afwikkeling van de schadevergoeding blijft verder buiten beschouwing gedurende de strafprocedure die op dit moment speelt. Toch is het interessant hierbij even stil te staan. Uit de rapportage over de ontruiming van de burgemeester aan de gemeenteraad blijkt dat de krakers uren de tijd hadden om vernielingen aan te richten. Hun actie begon zaterdag 26 mei om 4.40 uur. De ME was pas 'in de loop van de ochtend' in voldoende sterkte aanwezig om de krakers hun pand weer in te drijven. Uit het strafdossier blijkt ondertussen dat politie en Justitie al maanden tevoren vrij gedetailleerd op de hoogte waren van plannen die krakers hadden, mocht het tot ontruiming komen.

De Groningse politie-inspecteur mr. A. van de Ruit citeert in een proces-verbaal een brief van het hoofd der BVD gericht aan de Groningse hoofdcommissaris van politie: 'Vanaf eind februari was duidelijk, dat de kraakactivisten, na een rechterlijke uitspraak tot ontruiming, barricaden rond het WNC zouden opwerpen en tevens diverse objecten in de stad zouden binnengaan om vernielingen aan te richten.' Tegenover het Algemeen Dagblad verklaarde de Rotterdamse hoogleraar strafrecht en oud-officier van justitie prof. mr. H. de Doelder onlangs: 'Als ik gedupeerd cafe-eigenaar was, zou ik zeker proberen om de gemeente verantwoordelijk te stellen op grond van haar taak om de openbare orde te handhaven.'

Grensoverschrijding

Het is duidelijk dat er voor het openbaar ministerie in Groningen nu kennelijk een onzichtbare grens is overschreden. De moeilijkheid bij de vervolging van de arrestanten is zoals vaker dat bewoners en gebruikers van het WNC met hun medestanders onherkenbaar waren ten tijde van de ongeregeldheden. Hun gezichten gingen schuil achter bivakmutsen, gasmaskers en integraalhelmen. Bovendien beroept het gros (100 van de 137) zich op zijn recht om te zwijgen. Het OM heeft daardoor nauwelijks bewijzen in handen tegen individuele personen.

In ons systeem is echter pas sprake van een strafbaar feit als concreet aangegeven kan worden wie, waar en wanneer, een bepaalde strafbare handeling heeft gepleegd. De politie is hiervan op de hoogte. Ook in Groningen. Na een eerdere Groningse ontruiming begin april verklaarde een politiewoordvoerder tegenover het Nieuwsblad van het Noorden dat hoewel krakers geweld hadden gebruikt, niemand was gearresteerd. 'Zij waren allemaal met dezelfde soort bivakmutsen getooid en voor de rechter moeten we kunnen bewijzen wie precies wat heeft gedaan.'

Prof. De Doelder zei in dit verband: 'Een strafrecht waarin je moeilijk wordt veroordeeld, is op gezette tijden misschien heel gemakkelijk voor sommigen, maar biedt de samenleving de beste garanties tegen misbruik.' Veronderdersteld misbruik van wettelijke mogelijkheden door Justitie vormt de kern van het verweer aangevoerd door het legertje advocaten in de warme Groningse rechtszaal. In het streven onrecht te vergelden heeft het OM artikel 140 van het wetboek van strafrecht in stelling gebracht.

Dit wetsartikel stelt het lidmaatschap van organisaties met een crimineel doel strafbaar en was ooit bedoeld ter bestrijding van stuikroverbenden. Het artikel is met zijn tijd meegegaan en werd tot voor kort vooral ingezet tegen de zogeheten georganiseerde misdaad. Het gaat dan vooral om opium- of fraudezaken. Onlangs nog figureerde artikel 140 op de telastelegging bij de Colombiaanse cocaine-zaak in Haarlem.

Sinds in 1988 het samenspanningsartikel met succes werd toegepast tegen acht Nijmeegse krakers in de Marienburchtzaak is zijn populariteit bij het openbaar ministerie groeiende.'Je bent erbij'Door het Nederlands Juristen Comite voor de Mensenrechten is het bezwaar naar voren gebracht dat het artikel tegen de bedoelingen van de wetgever wordt toegepast. Samenspanningsdeskundige prof. mr. J. Reyntjes van de Open Universiteit in Heerlen relativeert de bezwaren tegen het oprekken van de wet. Het recht verandert nu eenmaal voortdurend.

Wel heeft Reyntjes grote bezwaren tegen het weinig selectieve karakter van het wetsartikel. In de woorden van het requisitoir van het Groningse openbaar ministerie: 'Voor het begrip deelneming is het in het geheel niet van belang of een verdachte zelf strafbare feiten heeft gepleegd. Zijn of haar aandeel in die strafbare feiten hoeft niet te worden aangetoond.'

Dit principe is kernachtig samengevat door mw. mr. A. Rutten-Roos, raadsheer bij het Amsterdamse Hof, met de uitdrukking: 'Je was erbij, dus je bent erbij'. De officier van justitie moet wel aantonen dat er sprake was van een 'gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen'.

Ook aangetoond moet worden dat dit 'samenwerkingsverband' kwaad in de zin had: 'een oogmerk tot het plegen van misdrijven'. De bewijskracht van de verzamelde informatie over deze elementen valt onmogelijk te beoordelen. Vast staat dat de voorstelling van zaken door het OM zeer zwaar leunt op retorische overdrijving. De krakers zouden tijdens de rel 'een ware oorlogssituatie hebben veroorzaakt'.

Er is door krakers opgetreden 'als een commando-eenheid' of als 'een goed gedrilde vechtmachine'. Deze woorden zijn afgelopen week door verschillende officieren van justitie vele malen met grote ernst voorgelezen. Zij waren waarschijnlijk de enigen die niet getroffen waren door de discrepantie tussen het opgeroepen beeld van geharde rambo's en de bedoelde groep giebelende meisjes en slome jongens in de verdachtenbanken.

Kenmerk van het geweld van Nederlandse activisten en wereldverbeteraars is juist dat het onbloedig is. Daarmee is het geweld echter niet goedgepraat. Feit blijft dat er vernielingen zijn aangericht, dat geweld gebruikt is tegen de politie. Gewelddadig optreden is echter sinds jaar en dag een van de manieren waarop de 'echte en dus buitenparlementaire oppositie' communiceert met de rest van de samenleving.

Of het oogmerk van de WNC-'organisatie' crimineel was staat nog te bezien gecriminaliseerd is het zeker.

Een aantal strafpleiters zei deze week te vrezen dat het gebruik van artikel 140 de deur openzet naar een politiestaat. Wat maar bewijst dat ook de verdediging niet wars is van enige retoriek. Het gebruik van het artikel 140 verkeert in een experimenteel stadium. Groningen is een testcase, en dat is het belang van het proces.'Krankzinnig'Het ministerie van justitie heeft nog geen richtlijn rondgezonden over het toepassen ervan. Ook verschillen de officieren van justitie onderling nog van mening over de waarde van het artikel, zo blijkt uit een publikatie in het weekblad De Tijd. De Amsterdamse officier van justitie mr. L. de Wit zegt daarin dat het gebruik van dit wetsartikel om grotere groepen op te pakken 'volstrekte onzin' is en 'krankzinnig'.

'Artikel 140 is geen verkapte openbare-orde-internering. De eenvoudige meeloper die nu en dan onder invloed van de hysterie meedoet kun je toch echt niet binnen 140 vangen.' Niettemin spant het openbaar ministerie zich nu tot het uiterste in om alle 137 krakers veroordeeld te krijgen op deze 'volstrekt onzinnige' gronden. De justitiele operatie die al in november vorig jaar onafwendbaar op gang kwam, slurpt buitengewoon veel energie op en betekent een forse aanslag op de strafrechtelijke capaciteit in het Noorden des lands.

Eerbiedwaardige organisaties als de Coornhert-Liga en het Nederlands Juristen Comite voor de Rechten van de Mens hebben gewaarschuwd voor een overreactie van Justitie. Gewezen is bijvoorbeeld op het gevaar van buitensporig hard optreden: verdere radicalisering van oppositiegroepen. Het mag niet baten. Het openbaar ministerie treedt in deze zaak op met de onverstoorbaarheid van een etiketteermachine.

Het is dezelfde vasthoudendheid die ook aan de dag wordt gelegd door burgemeester Staatsen. Hij heeft bij verschillende gelegenheden er de nadruk op gelegd dat de wet verzet is in Groningen. Kennelijk wil ook Justitie met de actie tegen de krakers in elk geval een publicitair effect bereiken. Wat dat betreft zijn er op het punt van doldriest demonstreren grote overeenkomsten tussen justitie en de door haar bestreden krakersgroep.

Officier van justitie mr. C. J. van Epenhuysen onder het wakend oog van Vrouwe Justitia. (Foto: Sake Elzinga)