Internationale Tinraad wil zichzelf spoedig opheffen

LONDEN, 6 juli De Internationale Tinraad (ITC), een organisatie van 22 tin producerende en verbruikende landen om de prijs van tin op peil te houden, wil zichzelf opheffen.

De raad, waarvan ook Nederland lid is, komt op 31 juli bijeen om over staking van de activiteiten te stemmen. Daarmee komt dan een einde aan een periode vanaf 1985 waarin de Tinraad niet meer heeft kunnen functioneren nadat de tinmarkt in dat jaar was ingestort en de raad werd overladen met schulden.

Pas in 1989 werd een schikking getroffen waarbij schuldeisers, waaronder veel makelaars en banken, akkoord gingen met een voorstel waarbij de aangesloten ITC-landen bereid waren een bedrag van 182,5 miljoen pond op tafel te leggen en waarbij alle claims van tafel verdwenen.

De ITC hield de tinprijzen op de internationale markt indertijd op het gewenste peil via een buffervoorraad. Bij een te laag prijspeil werd tin aangekocht en in het omgekeerde geval werd tin op de markt gebracht.

In de loop van 1985 werd de neerwaartse druk op de prijzen steeds sterker en had de beheerder van de buffervoorraad uiteindelijk geen geld meer voor meer aankopen. Daarna stortten de prijzen op de Londense metaalbeurs in en werd de handel opgeschort en in maart 1986 stopgezet. Pas na 3,5 jaar werd op 1 juni 1989 de handel in tin op de Londense metaalbeurs hervat.

Makelaars die voor de ITC tin hadden gekocht zagen door de crisis de waarde daarvan plotseling gehalveerd en banken verloren veel geld omdat zij tin als onderpand hadden genomen voor kredieten aan de Tinraad. De gedupeerden stelde de ITC aansprakelijk en eisten een schadevergoeding van 513 miljoen pond. De landen die in de raad zaten, waaronder Nederland, weigerden echter te betalen waarna jarenlange juridische procedures volgden. (Reuter)