Ik denk niet veel, ik volg mijn instinct; Gesprek met Maurice Girodias (1918-1990)

Afgelopen week overleed de legendarische Franse uitgever Maurice Girodias, die vooral bekend werd doordat hij in de jaren vijftig en zestig de censuur trotseerde. Girodias heeft juist het derde en laatste deel van zijn memoires voltooid. Hij beschrijft daarin de tijd dat hij in Amerika actief was en zijn eigen dood: 'Het zal de dood van een wijze man zijn, deel drie eindigt met een beetje wijsheid.'

Peter van Dijk had onlangs nog een gesprek met Girodias.

Onopvallend komt Maurice Girodias de trap op naar de rustige, eerste etage van cafe Flore, legendarische Parijse plek van literaire ontmoetingen aan de boulevard Saint-Germain. Zijn das zit los, zijn katoenen jasje heeft een bleke kleur en hij is een stuk kleiner en minder imposant dan ik me hem voorgesteld had. De held uit de jaren vijftig, stichter van Olympia Press en uitgever van Lolita van Nabokov, Henry Miller, Donleavy, Beckett en erotische lectuur, de man die de burgermansmoraal en de Amerikaanse, Franse en Britse censuur trotseerde, een onverzadigbare vrouwengek, blijkt aan het tafeltje tegenover me gekrompen tot de proporties van een bejaarde kantoorklerk. Vroege foto's van Robert Doisneau tonen een jonge Girodias met levendige ogen en volle zinnelijke lippen, nu, inmiddels 72 jaar, kijkt hij nog altijd kwiek om zich heen, maar zijn mond is ingevallen en dun. In zijn boeken ontkurkt Girodias vele goede flessen Clos Vougeot, een superieure wijn uit de bourgogne en het liefst van een bijzonder jaar, in Cafe Flore drinkt hij Chinese thee met citroen.

Hij excuseert zich dat hij een kwartier te laat is. 'Ik heb mijn taxichauffeur, een Afrikaan, uitgelegd dat geld alleen bestaat in de geest van mensen die het niet hebben. Dat opende voor hem nieuwe vergezichten. Toen ik hem betaalde en een flinke fooi gaf zei hij merci'. Dankzij de publikatie van een nieuw deel van zijn memoires heeft Maurice Girodias sinds kort weer geld. 'Mijn memoires zijn een succes, ik heb vorige week een paar sokken gekocht, hele dure, het eerste sinds vele jaren'.

Bij zijn uitgever, Editions de la Difference, zegt men dat het nog te vroeg is om te spreken van een succes. De eerste druk van 10.000 exemplaren is bijna uitverkocht en een tweede staat op stapel. Girodias heeft Bernard Pivot, de Franse boekenpaus net gemist, maar hoopt bij diens opvolger, Bernard Rapp, op bezoek te komen. 'Die is trouwens jonger, nieuwsgieriger en slimmer dan Pivot', meent de bejaarde uitgever, die twaalf jaar geleden voor het eerste deel van zijn gedenkschriften bij Pivot optrad. 'Ik woonde toen in Amerika en wist niet hoe belangrijk die uitzending Apostrophes was. Pivot was jong en ik ongeduldig, het werd een flop. Ik had graag een revanche gewild. Pivot trouwens ook.'

Censuur

Maurice Girodias en zijn uitgeverij Olympia Press behoren tot de legendes van de uitgeverswereld. Wanneer men tegenwoordig een boekhandel binnenloopt en de erotische werken van Markies de Sade, Henry Miller, Georges Bataille, Guillaume Apollinaire doorbladert, kan men zich nauwelijks voorstellen dat deze boeken tot het eind van de jaren zestig verboden waren. De censuur, ook in Frankrijk, waakte als een cerberus over de goede zeden en het ondermijnende gevaar van het boek. De autobiografie van Girodias, Une journee sur la terre, laat zich lezen als een geschiedenis van de naoorlogse moraal en de strijd van een eenzame uitgever met een niet aflatende energie tegen corrupte Franse politici en hun hulpjes bij de zedenpolitie, 'la brigade mondaine'. Van zijn vader Jack Kahane, een onconventionele Britse jood, die als soldaat na de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk bleef hangen, nam hij de uitgeverij over. Van zijn moeder in de laatste oorlog de naam. 'Ik ben Girodias, zoon van Kahane'.

Als een bijbeltekst klinkt zijn antwoord, als ik hem vraag naar zijn werkelijke naam.

Zijn vader was een levensgenieter, bevriend met beroemdheden uit de Amerikaanse kolonie in Parijs als Anais Nin, Gertrude Stein, Lawrence Durrell en Henry Miller. Zijn uitgeverij, Obelisk Press, floreerde dankzij Tropic of Cancer van Miller en My lives and loves van Frank Harris. Deze Engelstalige boeken werden in Frankrijk aan toeristen verkocht en in fantasierijke postpakketten naar boekhandels in de Verenigde Staten en Engeland gesmokkeld. Zoon Maurice nam deze half-illegale, avontuurlijke uitgeversgewoonte van zijn vader in het groot over. In de oorlog drukte hij met zijn eerste eigen uitgeverij Edition du Chene, gevestigd op de Place Vendome, Engelstalige erotica onder de neus van de Duitsers. Na de oorlog verspreidde hij recht-toe-recht-aan erotica via zijn uitgeverij Ophelia Press.

Wereldnaam

Dank zij zijn literaire smaak en intuitie ontdekte en publiceerde Girodias na 1945 in een kort aantal jaren een groot aantal schrijvers, van wie velen nu een wereldnaam hebben: Kazantzakis (Zorba de Griek), Samuel Beckett, Jean Genet, Nabokov, J. P. Donleavy, William S. Burroughs, Chester Himes. Zijn specialiteit was erotische litteratuur. Maar gewoon een schop tegen de schenen van de zittende Franse macht deed hem ook plezier. Welke orde ook aan de macht was Girodias verzette zich er tegen. Terugkijkend op dit eeuwige verzet, zegt hij: 'Dat is de basis van alles. Mijn drift als uitgever is daarop gebaseerd. Waarom? Ik houd niet van de gevestigde orde. Omdat zij de mensen zot maakt, het leven doet verrotten, het verkeer in de stad belangrijker vindt dan de mensen. Ze bevalt me gewoon niet.' In 1946 publiceerde hij van de hand van admiraal Muselier, de man die de vrije Franse vloot in de oorlog schiep, een boek tegen de volksheilige Charles de Gaulle.

Een jaar later gaf hij van Yves Farge, journalist, verzetsheld en minister uit Le pain de la corruption over de corruptie onder de socialisten, dat een groot politiek schandaal en een reeks processen losmaakte. Girodias won ze allemaal. 'Politici zijn 'salopards', rechts of links, het is een grote polonaise, ze houden elkaar allemaal vast. De huidige socialisten zijn geen haar beter dan die in de jaren vijftig. Ze zullen alles doen om aan de macht te blijven, muzelman, katholiek of jood worden'. Ze hebben er ook alles aan gedaan om Girodias te breken. In 1964 lukte het. Op bevel van de prefect Papon wordt de luxe bistro annex nachtclub annex theater La Grande Severine van Girodias gesloten. Aanleiding: de opvoering van La philosophie dans le boudoir, een toneelbewerking van het boek van De Sade. In Girodias eet- en theaterpaleis werkten tachtig man, in de uitgeverij die zich in hetzelfde pand bevond twintig. Het betekende Girodias laatste en definitieve faillisement in Frankrijk. Zijn gram haalt de geplaagde uitgever tijdens ons gesprek in Cafe Flore: 'Papon, die leeft nog en hij heeft een vervelend proces aan zijn broek. Want tijdens de oorlog heeft hij als prefect van Bordeaux joodse kinderen op transport laten zetten.' Geruineerd verliet Girodias Frankrijk om zijn geluk te beproeven in Amerika, het vaderland van veel van zijn auteurs. Wederom werd hij miljonair, maar ging ook tweemaal failliet en werd in 1970 het land uitgezet na vier jaar van processen over een boek tegen Kissinger. Girodias lijkt een soort kruising van Alexander Cohen, de Nederlandse anarchist en de zeer eigenwijze uitgever, Geert van Oorschot.

Roman

De uitgever ontpopt zich in zijn nadagen als een romancier. Girodias legt de laatste hand aan een roman, die speelt in de tijd van de Catharen en in september uitkomt. Ook heeft hij twee kleine romans onder handen. Schrijven is hem niet onbekend. In 1959 publiceerde Girodias een boek over Roger Casement, een Ierse held die in 1916 door de Engelsen opgehangen werd. Zijn scabreuze dagboek viel Girodias toevallig in handen, die smulde van het leven van deze pederast-avonturier. Het boek geldt als een parel en vraagt om een herdruk. Deel 1 van zijn memoires verscheen al in 1977 onder de titel J'arrive bij Stock. Het boek werd een flop. Girodias: 'Stock deed er alles aan om het te laten mislukken, het kwam in de maand juli uit wanneer er werkelijk niemand een boekhandel binnenloopt en ze maakten geen enkele reclame. Tja, natuurlijk wantrouwt iedere schrijver zijn uitgever. En daar hebben ze dikwijls voldoende redenen voor'.

Het eerste deel behandelt zijn jeugd, ouders, zijn eerste vriendinnen en eindigt in het begin van de oorlog. Girodias vertelt dat hij dit eerste deel in drieenhalve week geschreven heeft. Die snelheid is te merken, de schrijver springt heen en weer tussen de kleine gebeurtenissen van zijn jeugdjaren, die weinig opmerkelijk zijn, afgezien van de bezoeken van Henry Miller aan zijn vader. Zijn stijl is even warrig als het verhaal. Girodias geeft toe dat het eerste deel weinig geslaagd is. In de nieuwe uitgave van Edition de La Difference heeft hij twee hoofdstukken over de oorlogstijd toegevoegd, maar pas met het uitgeven, op 20-jarige leeftijd, begint het leven van Maurice Girodias en dus ook zijn autobiografie in deel twee interessant te worden. Het kostte twaalf jaar om deel twee, Les jardins d'eros te schrijven en het verscheen vorige maand. Girodias lacht, wat hij zelden zou doen tijdens ons gesprek. 'Na vijftig jaar van een leven 'comme ca' is men minder gemotiveerd dan aan het begin. Hoewel het nog niet is afgelopen'.

Deel 3 verschijnt in de december en zal zijn Amerikaanse tijd en zijn dood behandelen. 'Een datum geef ik niet, ik beschrijf het proces om me alvast te vermaken. Het zal de dood van een wijze man zijn, deel drie eindigt met een beetje wijsheid'.

De wijsheid van Girodias is simpel, hij zegt op een ander moment in ons gesprek: 'Als uitgever en in mijn prive-leven heb ik mijn intuitie gevolgd. Ik denk niet veel, ik doe, mijn instinct leidt me. Voor theoretische ideeen ben ik bevreesd. Die leiden tot marxisme, kapitalisme. Leven is je neus volgen. De sensatie is datgene wat telt. Het lezen van Lolita geeft een sensatie, net zoals verliefd worden. Ja, en als u me vraagt wat is het resultaat, dan zeg ik: veel activiteit, weinig resultaat. Een leven van endemische wanorde.'

Gevangenisstraf

Een uitgeversleven van twaalf faillissementen, ontelbare processen, negentig jaar lang werd Girodias de bevoegdheid tot uitgeven ontzegd en hij kreeg zes jaar gevangenisstraf, waarvan hij uiteindelijk maar twee dagen uitgezeten heeft wegens het abusievelijk invullen van formulieren. Voor een groot deel heeft hij zelf deze eindeloze reeks moeilijkheden gewild. 'Ik denk dat dat mijn destructieve kant was. Als mijn uitgeverij goed liep, wist ik me geen raad met de financien, boekhouding, het liep me allemaal te gesmeerd. De leukste tijd vond ik eigenlijk de jaren vijftig. Zeer deprimerende periode, maar ik moest voortdurend ergens geld vandaan toveren. Dat was spannend. Een groot bedrijf is niets voor mij, auto met chauffeur, een imperium. Nee, dat zou ik al voor de groei vernietigd hebben'. Behalve met zijn bedrijf en de maatschappij onderhield Girodias ook met zijn auteurs tumulteuze relaties. 'Ja, dat zeggen ze wel vaker. Maar noemt u eens voorbeelden?' Ik citeer uit zijn boek: Nabokov, Donleavy, Genet. 'Dat zijn ook stuk voor stuk etters. Ik heb Nabokov verdedigd, processen voor hem gevoerd en gewonnen toen hij nog onbekend was. Maanden en maanden werk heeft hij me gekost. Maar hij probeerde me mijn rechten te ontnemen, schreef gemene brieven, wilde me nooit ontmoeten. Walgelijke man, gek, beledigend, als ik aardig deed liet hij zijn broek zakken. Genet! We lagen elkaar niet. Dat is waar, maar hij heeft een keer gedreigd geld van mij te jatten. Donleavy is een formidabel type, geen slecht schrijver, hoewel de Gingerman gemaakt is als een kookboek. We hebben enorm moeten schaven aan dat boek en als dank heb ik twintig jaar lang processen over de rechten met hem gevoerd. Hij dreigde te verliezen, maar kocht mijn bedrijf, Olympia Press, zonder dat ik het in de gaten had. Met mijn bedrijf had hij ook mijn proces tegen hem gekocht. Slim als een advocaat. Maar menselijk gesproken was het tussen ons een catastrofe. Ik had slechte relaties met de slechteriken, maar met Burroughs, Beckett, Miller kon ik het heel goed vinden'.

Het is tekenend voor het leven van Girodias dat de rechten op de naam van zijn creatie en de bron van zijn faam, Olympia Press, in handen zijn van een van zijn bitterste vijanden. Girodias rest niets uit het verleden, alleen herinneringen en zijn tomeloze energie om opnieuw te beginnen. Maurice Girodias: Une Journee sur la terre. Deel 1: L'arrivee, deel 2: Les jardins d'eros. Editions de la Difference, Paris 1990.