Honderden nieuwe vluchtelingen in ambassades Tirana

ATHENE/ROME, 6 juli In Tirana zijn gisteren opnieuw honderden Albanezen ambassades binnengevlucht. Ze werden ditmaal niet door de politie tegengehouden. Het overleg over hun vertrek uit Albanie is gisteren vastgelopen.

Hoeveel vluchtelingen nu in ambassades in Tirana zitten is onduidelijk. De schattingen lopen uiteen van vierhonderd tot dertienhonderd en zelfs tweeduizend. Alleen al honderd mensen zochten gisteren hun toevlucht in de Franse vertegenwoordiging. Het overleg tussen de betrokken ambassadeurs en de Albanese autoriteiten werd gisteren voortgezet, maar daarbij werd geen voortgang geboekt. De ambassadeurs eisen dat Tirana harde garanties geeft dat de vluchtelingen niets in de weg wordt gelegd als ze onder diplomatieke bescherming het land verlaten. Ze hebben ook geklaagd dat de Albanese autoriteiten het de ambassades moeilijk maken de vluchtelingen van eten en geneesmiddelen te voorzien. De Westduitse ambassade, waar volgens sommige berichten achthonderd vluchtelingen zitten, heeft in twee dagen twee keer langdurig zonder water gezeten. De Albanese autoriteiten stellen zich ambivalent op tegenover de vluchtelingen. Gisteren bood Tirana de vluchtelingen paspoorten aan. Tevens werd gezegd dat sinds 2 juli, toen het parlement een nieuwe paspoortwet aannam, al 1.400 mensen een paspoort en een uitreisvisum hebben ontvangen. Later werd echter meegedeeld dat de uitgifte van paspoorten is gestaakt, en werd de bepaling dat Albanezen zich met hun pas persoonlijk bij ambassades moeten vervoegen voor een inreisvisum ingetrokken.

De onrust lijkt zich uit te breiden. Op straat is volgens diplomaten in Tirana alles rustig, maar ze meldden ook dat in de Stalin-textielfabriek in Tirana stakingen van vijf minuten per uur zijn gehouden. Ook doen berichten de ronde over plannen voor een demonstratie tegen het bewind.

De Albanese pers maakte gisteren melding van 'de gerechtvaardigde woede' van 'de publieke opinie' over de gebeurtenissen bij de ambassades. De twee grote dagbladen, Zeri i Popullit en Bashkimi, veroordeelden het optreden van 'luie oproerkraaiers' als een poging Albanie zwart te maken. Ze publiceerden brieven van lezers die meldden dat ze zich in 'een stalen eenheid' om de partij hebben geschaard, vastbesloten 'altijd voorwaarts te gaan op de weg van het socialisme'.

(Reuter, DPA, AP)Pag.7: Hoofdartikel