Het toversteentje

- Komt het weleens voor dat je mensen tegenkomt die weten dat je een toversteentje hebt?- Een heel enkele keer, ja. Maar je weet nog wat we in de eerste les hebben behandeld: heb je een toversteentje, dan mag je dat eigenlijk tegen niemand zeggen! Ook al weet je diep in je hart wel dat je er niet altijd je mond over kunt houden.- Wat bedoel je met diep in je hart?- Dat is de plaats waar je alles het beste weet.- Maar gesteld: iemand is het dus te weten gekomen. Die wil natuurlijk dat je voor hem aan het toveren gaat.

Is jou dat weleens overkomen?- Ja. Nog niet zolang geleden. In het voorjaar was het. Winderig weer. Toen ben ik een verkouden olifant tegengekomen.- Wist die dat je een toversteentje had?- Ja. Dieren kunnen dat vaak beter aan je merken dan mensen.- Die olifant wist het dus. Die wilde dat je iets voor hem toverde. Wat was dat?- Een tafellaken.- Een tafellaken? Waarom een tafellaken?- Begrijp je dat niet? Dat vind ik niet slim van je.

Denk na!- O! Hoe kon ik zo stom zijn! Z'n slurf zat natuurlijk vol snot! Heb je dat tafellaken toen kunnen toveren?- Nee. Als ik het had gewild had ik het wel gekund. Maar ik heb hem op een ander idee gebracht. Ik heb hem de raad gegeven, z'n slurf op te halen.- Heel goed; want anders had je dat volle tafellaken weer moeten wegtoveren. Heeft dat ophalen geholpen?- Ja. Hij moest even oefenen want hij deed het voor het eerst van z'n leven maar na een paar keer ging het goed.- Hoe merkte die olifant eigenlijk dat je kunt toveren?- Dat was toen voor iemand die er ook maar een klein beetje verstand van had heel gemakkelijk. 't Was in de tijd dat ik gaten in de lucht sprong.- Daar ben je mee opgehouden, heb ik gemerkt. Waarom eigenlijk?- Het gaat vervelen, iedere dag zo'n gat in de lucht, en het gaat ook opvallen. Twee verkeerde dingen dus. Toveren is geheim en altijd iets anders.- Heb je de laatste tijd nog meer voor anderen getoverd?- Jawel. Nog vrij veel, maar dat kan ik niet zeggen.- Niet flauw doen! Half zeggen mag niet. Het is of niet, of helemaal!-

Nou goed. Ik ben bezig iemand om te toveren.- Mens of dier? En wat is dat? Omtoveren?- Dat zijn weer twee vragen tegelijk, maar goed. Om met de laatste te beginnen: betoveren is iets heel anders dan omtoveren. Wat betoverd is houdt dezelfde gedaante maar gaat andere dingen doen. Bij omtoveren is het precies andersom. Wie omgetoverd is, blijft dezelfde dingen doen maar krijgt een andere gedaante.- En met wie ben je dan nou bezig? Mens of dier?- Een mens. Ik ben bezig, een gewoon mens te veranderen in een reusachtige ezel.- Alle mensen! Is dat veel werk? Zal je dat lukken? Dat zou wel een behoorlijke opschudding geven.- Ja, hier en daar zouden ze ervan opkijken maar misschien niet zo erg als je nu denkt. Het is wel heel veel werk, dat heb je goed begrepen. Daarom blijf ik er de hele zomer mee bezig, en voor de rest komt er een toverstop.- He! Of nee. Ha! 't Zal mij benieuwen of het je lukt.- Als we in het najaar naar de ezeltentoonstelling gaan, zal ik 'em je aanwijzen. Dag!- Dag! Tot september.

    • H. J. A. Hofland