Dure aandelenhandel

Minister Kok is er net door de beurs van overtuigd dat het afschaffen van de beursbelasting nodig is om Amsterdam de kans te geven serieus te concurreren als financieel centrum. Per 1 juli was het zover en Amsterdam liep zowaar vooruit op Londen en Frankfurt, waar volgend jaar pas de beursbelasting wordt afgeschaft. Nu blijkt plotseling dat de Amerikaanse president, George Bush, overweegt om in de Verenigde Staten beursbelasting in te voeren.

Wall Street zal straks naar schatting vijf miljard dollar per jaar belasting op moeten brengen.

In Amsterdam heeft de nu afgeschafte beursbelasting (0,12 procent) overigens nooit een aantoonbare druk op de omvang van de aandelenhandel gelegd.

De omvang van de handel was vorig jaar in guldens uitgedrukt ongeveer tweederde van de totale beurswaarde van de genoteerde aandelen. Ervan uitgaande dat zeker de helft van de aandelen in vaste handen zit, wordt de resterende helft van de beursgenoteerde aandelen dus gemiddeld bijna twee maal per jaar verhandeld.

Stel de kosten om te handelen voor koper en verkoper op 1,5 procent een transactie kost dus drie procent dan hebben marktpartijen er jaarlijks zes procent van de waarde van hun aandelen voor over om te handelen. Die zes procent is ruim anderhalf maal zoveel als het gemiddelde dividendrendement van ongeveer vier procent. Dat maakt de beurs, al gebeurt alles giraal, tot een dure niet efficiente markt, waar handel voor beleggers alleen loont zolang de koersen stijgen.

Zouden op het Damrak goederen in plaats van papieren worden verkocht dan zouden handelende partijen misschien meer kostenbewust zijn. Maar beheerders van beleggingsfondsen verdienen zelf veelal hun brood aan de vele mutaties in hun portefeuilles. Dus transactiekosten die beleggers toch niet zien spelen geen doorslaggevende rol.

Beheerders

Waar beheerders van aandelenfondsen wel op moeten letten vooral omdat de koersen van aandelen al een half jaar stabiel blijven zijn de meer zichtbare kosten van hun apparaat. Nu de helft van de genoteerde fondsen op het Damrak inmiddels beleggingsfondsen zijn, is er een neiging te bespeuren tot concentratie in die sector om de apparaatkosten te drukken. De grootste fusie op dit gebied was de samenwerking tussen Robeco en de Rabobank, maar er gebeurt veel meer. Noro werkt nu samen met Kempen en Co, na al eerder met de Nutsspaarbank in zee te zijn gegaan en samen met deze bank in Intereffect. Robeco werkt ook samen met verzekeraar Stad Rotterdam en de Amro Bank neemt voor het Japanse verkeer deel in Pacific Investment Holdings.

Tokio

Om in Japanse aandelen geld te verdienen hebben beleggers tot dusverre overigens weinig deskundigheid nodig gehad. Wie in 1988 op de gemiddelde prijs van dat jaar een aandeel in Tokio had gekocht en dat het jaar daarop tegen de gemiddelde prijs had verkocht, had een winst van 22,4 procent gemaakt. (Dividend is daarin meegerekend maar de kosten om te handelen niet.) Dat heeft het Japanse instituut voor effectenonderzoek becijferd. Over de afgelopen tien jaar berekend is de gemiddelde opbrengst voor een belegger die in Japan alles (de index) koopt 22,8 procent per jaar geweest.