De Belgische jazz-gitarist Philip Catherine; Nederland iste ver

De ingetogen, melodieuze muziek van de Belgische jazz-gitarist Philip Catherine is min of meer toevallig ontstaan. 'De muziek die je speelt wordt voor een belangrijk deel bepaald door welke mensen je toevallig tegenkomt. Ik ontmoette Chet Baker, met hem speel je geen funk.'

Volgende week speelt Catherine op het North Sea Jazz Festival en krijgt hij de Bird-prijs uitgereikt.

Wie aanbelt bij het huis van de Belgische gitarist Philip Catherine heeft grote kans hem de deur te zien openen met zijn instrument om de nek. Al loopjes en toonladders repeterend gebaart hij waar de koffie staat, die de bezoeker dan zelf mag inschenken. Catherine speelt al 25 jaar gitaar maar neemt het oefenen nog even serieus als toen hij net begon.

Muziek moet mooi klinken, vindt Catherine. Zijn melodieen liggen zo gemakkelijk in het gehoor dat ze na een keer horen al zijn mee te neurieen, iets waartoe de gitarist tijdens zijn optredens zelf ook neigt. Studenten op de bekendste jazz-opleiding ter wereld, het Berklee College of Music in Boston, buigen zich over zijn composities. Catherine: 'Ze zijn makkelijk om naar te luisteren, maar zeer moeilijk om te componeren en te spelen.'

Dus houdt hij zijn gitaar ook bij huishoudelijke handelingen zoveel mogelijk om de nek.

Catherine (47) neemt volgende week op het North Sea Jazz Festival in Den Haag de Bird-prijs in ontvangst. De prijs wordt op initiatief van de festival-organisatie sinds 1985 jaarlijks toegekend aan mensen die van groot belang worden geacht voor de jazz. 'Hij zingt met zijn gitaar op een zeer sensuele en zeer Franse wijze, daarbij schier moeiteloos overgaand van een lyrische klankkleur naar flitsende en swingende passages, altijd met een muzikanteske uitkomst', aldus het oordeel van de uit jazz-journalisten bestaande jury.

Catherine hoorde telefonisch van zijn vrouw dat hij de Nederlandse prijs, die hij nauwelijks kende, had gewonnen en dat hij daarom is uitgenodigd voor het North Sea Jazz Festival. Hij heeft het festival nooit bezocht. Catherine weet alleen dat jazz in Nederland 'schijnt te worden gesubsidieerd', en dat de werelden van geimproviseerde muziek en de meer traditionele jazz hier relatief ver uit elkaar liggen. De Nederlanders met wie Catherine langere tijd jazz heeft gespeeld, vroeger pianist Jasper van 't Hof en nu bassist Hein van de Geijn, zijn ook meer in het buitenland te vinden dan in de kleine vaderlandse scene. Brussel ligt slechts anderhalf uur van Rotterdam, maar Belgische muzikanten neigen naar het zuiden.

Samen met zijn grote voorbeeld wijlen Django Reinhardt en mondharmonica-speler Jean 'Toots' Thielemans is Philip Catherine een van die Belgische muzikanten die tot ver buiten de grenzen bekendheid genieten. De laatste jaren is Catherine vooral te horen met groepen die in kleine bezet ting ingetogen, melodieuze muziek maken. Halverwege de jaren tachtig reisde de gitarist met bassist en landgenoot Jean-Louis Rassinfosse Europa rond als begeleider van trompettist Chet Baker. Op North Sea speelt Catherine volgende week behalve het zogenoemde Bird-winners-concert met saxofonist Stan Getz ook met zijn eigen trio. Als duo met bassist Niels-Henning Orsted Pederson staat Catherine op het programma van het nieuwe International Jazz Festival in Amsterdam, maar dit optreden gaat volgens Catherine zelf niet door, een gevolg van de concurrentiestrijd tussen de twee festivals.

Pop

Catherine heeft niet altijd de nu van hem bekende lyrische muziek gespeeld. Die is meer de uitkomst van een muzikale zoektocht die nog altijd voortduurt. In 1958 begon hij op zestienjarige leeftijd in zijn eentje op te treden met een ritmesectie op een bandje in een recorder. In zijn eindexamenjaar toerde hij met de groep van de Amerikaanse organist Lou Bennet door Europa. Na zijn studies rechten en economie beide niet afgemaakt en zijn militaire dienst werd Catherine in 1971 opgenomen in de groep van de Franse violist Jean-Luc Ponty met wie hij jazz-rock speelde. De muziek van Catherine's eerste eigen plaat Stream werd de James Brown tune genoemd. De gitarist stapte in 1976 zelfs korte tijd helemaal over naar de popmuziek toen hij een jaar lang als vervanger van Jan Akkerman door Thijs van Leer werd opgenomen in de Nederlandse groep Focus die toen net op het hoogtepunt van zijn roem verkeerde.

Zoals zoveel jonge jazz-muzikanten luisterde Catherine in de jaren zeventig naar de popmuziek van groepen als Jimi Hendrix en Crosby, Stills, Nash and Young, en vond dat hun stijl moest worden toegevoegd aan de jazz. Met de Amerikaanse gitarist Larry Corryell speelde Catherine funk en jazz-rock, de muziek die dat decennium populair werd. Verschillende van zijn groepsleden spelen nu bij veelgevraagde artiesten die zich tussen pop en jazz bewegen, zoals Lionel Ritchie en George Benson. Catherine zou ooit zijn benaderd om in de band van Miles Davis te komen spelen, maar hij ontkent dat. Ook ging hij niet door in de richting van fusion, een mengeling van jazz, rock en Latijns-Amerikaanse stijlen. Catherine kwam begin jaren tachtig Chet Baker tegen, begon een eigen trio met bas en drums, en schakelde over naar wat rustiger muziek.

Catherine: 'De muziek die je speelt wordt voor een belangrijk deel bepaald door welke mensen je toevallig tegen komt. Ik ontmoette Chet, met hem speel je geen funk. Het was ook een kwestie van techniek: om fusion te spelen zijn goede apparatuur en goede technici nodig, anders wordt het een soep. Met trompet, bas en gitaar is het veel eenvoudiger. Maar meer dan welke muziek je speelt, gaat het erom dat je wat je speelt, goed speelt. Ik heb trouwens het gevoel dat ik altijd hetzelfde speel: melodisch en ritmisch.' De samenwerking met Chet Baker leverde bij vlagen prachtige muziek op en ook met zijn eigen bassist en drummer is de gitarist in staat het publiek aan zich te binden, hoe vol en benauwd de zaal ook is. Catherine is van plan een aantal onbekende opnamen met de trompettist, die twee jaar geleden bij een val uit het raam van een Amsterdams hotel om het leven kwam, binnenkort alsnog uit te geven. Dat betekent niet dat hij nu op zijn lauweren gaat rusten. 'Ik weet nog zo weinig. Elke keer ben ik weer verrast dat ik op het podium sta en daarvan kan leven. Ik ga nog een hoop leren de komende twintig jaar.' De serieuze benadering van Catherine is opvallend in de jazz-wereld, waar sommige muzikanten niet eens de moeite nemen om hun groepsleden duidelijk uit te leggen hoe laat en waar zij voor een concert worden verwacht, laat staan dat het vooraf tot repetities of een programma komt. Chet Baker maakte er aan het eind van zijn carriere een gewoonte van om op het podium zomaar een nummer in te zetten, waarna zijn begeleiders na het horen van de eerste noten maar moesten zorgen dat ze op het juiste moment invielen. Hij arriveerde vlak voor een concert en nam nauwelijks de moeite de hem soms onbekende muzikanten die de organisator voor hem had geregeld, de hand te schudden. Nadat Catherine, die relatief weinig standards kent en niet direct van papier kan spelen, de trompettist op een dergelijk moment eens in zijn eentje liet verder blazen, werd de organisatie in hun trio iets beter. 'Ik ben al nerveus voor een concert als drie maanden daarvoor het telefoontje komt voor de boeking', bekent Catherine. En dus repeteert hij nu al 25 jaar uren per dag. Tot en met die uren die hij reizend doorbrengt in de trein. 'In de eerste klas stoort niemand zich daaraan.'