VN-vrouwenverdrag 'uniek en vergaand'

DEN HAAG, 5 juli Het maken van onderscheid in dames- en herentoiletten zal de rechter waarschijnlijk wel blijven billijken. Toch heeft een ruime meerderheid in de Tweede Kamer gisteren ingestemd met ratificatie van 'een uniek en vergaand verdrag', juicht de Maastrichtse universitair docente mr. L. Brunott. Een overeenkomst die de overheid voorschrijft de ultieme gelijkberechting tussen de beide sexen te verwezenlijken.

Ruim tien jaar na ondertekening schaart Nederland zich als 101e lid bij de groep landen die het verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, heeft geratificeerd. Dat de goedkeuringsprocedure zo uitzonderlijk veel tijd in beslag nam, komt volgens staatssecretaris Ter Veld (emancipatiezaken) omdat Nederland voor de verandering eens 'uitermate grondig heeft nagedacht' over de gevolgen van het aangaan van internationale juridische verplichtingen.

Weliswaar kent Nederland na een jarenlange emancipatiestrijd vele wettelijke bepalingen en verdragen die sexe-discriminatie verbieden en na de ministerraad van morgen mogelijk ook eindelijk een voorstel Algemene Wet Gelijke behandeling, het VN-vrouwenverdrag gaat verder. De overeenkomst verplicht partijen 'met alle ter beschikking staande middelen een beleid te voeren' dat het benadelen van vrouwen onmogelijk maakt. Met andere woorden: alleen vastleggen dat je vrouwen niet mag achterstellen is onvoldoende.

Het verdrag schrijft voor dat op politiek, sociaal-economisch, civiel- en familierechtelijk terrein de overheid gelijkstelling moet zien te bereiken. 'Je zou je zelfs kunnen voorstellen dat een rechter op grond van dit verdrag de overheid verplicht er voor te zorgen dat mannen ook net als vrouwen vaker halve dagen gaan werken. Zo doorbreek je immers een stereotype rolverdeling', zegt de Rotterdamse hoogleraar staatsrecht mr. H. Th. J. F. van Maarseveen. Moeten wij van dit verdrag 'narigheid vrezen', wilde het Tweede Kamerlid M. Soutendijk- van Appeldoorn (CDA) en met haar bijna alle andere fracties tijdens de behandeling vooral weten. Geen onbegrijpelijke vraag gezien de veelomvattende gevolgen die eerdere verdragen voor de Nederlandse rechtsorde bleken te hebben. Het VN-verdrag inzake burger- en politieke rechten (Bupo-verdrag) noopte de overheid tot een financieel kostbare aanpassing van grote delen van het sociale zekerheidsstelsel. En ook het Vrouwenverdrag is immers om met Kamerlid L. Groenman (D66) te spreken 'een ingewikkelde toestand'. Financiele gevolgen hoeven niet te worden gevreesd al moeten er wel wetten worden gewijzigd. Afgezien van enkele exotische regelingen die nu definitief in de motteballen moeten zoals de Paardenwet die enkele discriminatoire voorschriften bevat over de rol van on- en gehuwden bij het laten dekken van paarden heeft het verdrag betekenis voor bepalingen op pensioengebied.

Ook de regeling dat kinderen in een huwelijk de achternaam van de man krijgen, zal dit najaar nog worden aangepast. De ministeries van justitie en sociale zaken hebben over deze kwestie een compromis bereikt. De nieuwe regeling schrijft voor dat man en vrouw samen moeten bepalen welke achternaam hun kind krijgt.

Brandende vraag tijdens de Kamerbehandeling van het verdrag was ook in hoeverre het verdrag rechtstreekse werking heeft: kan een burger zich tegenover de rechter beroepen op het verdrag? Volgens parlementarier Weisglas (VVD) biedt het Vrouwenverdrag de Kamer slechts de mogelijkheid 'de regering achter de broek aan te zitten' om emancipatiebeleid af te dwingen.

Ter Veld is van mening dat in ieder geval een aantal bepalingen van het verdrag wel rechtstreeks werken. Het zal van de creativiteit van rechters, advocaten en vrouwenorganisaties afhangen in hoeverre in de praktijk burgers aan het Vrouwenverdrag rechten kunnen ontlenen.

Het verdrag biedt overigens een ontsnappingsclausule omdat het de ruim interpreteerbare term 'passende maatregelen' bevat om discriminatie uit te bannen. Dat betekent ook dat het de regering is toegestaan 'geleidelijke verwezenlijking van de verdragsverplichtingen' te realiseren, aldus de Memorie van Toelichting bij de Goedkeuringswet.

Door ratificatie van het verdrag kan de rechter voortaan alle wetten toetsen aan het beginsel van gelijke behandeling. Weliswaar verbiedt artikel 1 van de Grondwet discriminatie op grond van geslacht, het is in Nederland niet toegestaan wetten aan de Grondwet te toetsen. Toetsing aan verdragen mag de rechter wel.

Op naleving van het verdrag ziet overigens ook een onafhankelijke commissie toe die volgens Brunott 'niet mis te verstane vragen' stelt en al menig land tot de orde heeft geroepen. In tegenstelling tot Nederland hebben veel landen echter voorbehouden gemaakt waardoor ze aan bepaalde verplichtingen weten te ontsnappen.

Alleen de kleine christelijke partijen hebben laten weten het Vrouwenverdrag af te wijzen. Voor de SGP was in het bijzonder een pijnlijk punt dat het verdrag het ontoelaatbaar acht dat vrouwen en mannen niet gelijkwaardig worden behandeld in een politieke organisatie. De SGP kent vrouwen niet het passieve kiesrecht toe. De mededeling van Ter Veld dat de wetgever ingrijpen op dit punt 'thans niet' nodig acht, kon fractievoorzitter B. J. van der Vlies niet geruststellen. Zijn geestverwant G. J. Schutte (GPV) gaf nog een praktische reden om duidelijk te maken dat de SGP ongemoeid zou moeten worden gelaten. Is het immers niet uitgerekend de SGP die meer vrouwelijke dan mannelijke kiezers trekt? 'Dat kan ik mij wel voorstellen want de lijsttrekker is een schatje', grapte Ter Veld waarmee ze Schutte en Van der Vlies verbouwereerd achterliet. Vervolgens riep ze zichzelf tot de orde na deze naar eigen zeggen 'seksistische opmerking'.

'Dit mag dus niet, he! Het is eigenlijk beledigend voor vrouwen om dit soort grappen terug te maken'.