Shamir volgt een voorzichtige koers

JERUZALEM, 5 juli De vorming van een extreem-rechtse regering in Jeruzalem heeft Israels imago in de wereld sterk ondermijnd maar in de praktijk is er (nog) weinig veranderd in het joodse land. Ondanks het nu duidelijkere en ideologisch dieper gemotiveerde standpunt tegen vredesoverleg met de PLO zijn de anti-Palestijnse excessen van de zijde van de meest militante regering in Israels geschiedenis die in Palestijnse kringen in Jeruzalem werden voorspeld en gevreesd, voorlopig uitgebleven. De kantoren van Palestijnse organisaties in Oost-Jeruzalem, die zo vaak door in dit kabinet toonaangevende ministers als 'PLO-hoofdkwartieren' zijn bestempeld, functioneren normaal. Over mijn fax krijg ik nog dagelijks van deze organisaties uitvoerige informatie over de toestand in de bezette gebieden. Nog geen enkele Palestijn is uitgewezen sedert Yitzhak Shamir begin vorige maand zijn rechtse regering vormde, en evenmin heeft Jeruzalem als pro-PLO bekendstaande Palestijnse persoonlijkheden verhinderd internationale bijeenkomsten bij te wonen.

Voorzichtige koers

In de eerste maand van zijn premierschap heeft Shamir, getuige de feiten, achter een rookgordijn van anti-PLO retoriek een voorzichtige koers ten aanzien van de Palestijnse problematiek uitgezet.

Minister van defensie Moshe Arens heeft daaraan zelfs bij de bestrijding van de intifadah, de Palestijnse volksopstand, een steentje bijgedragen. De schietorders zijn herzien. 'Vorige maand zijn slechts acht Palestijnen (in de bezette gebieden) gedood', zei deze week Hanna Siniora, de hoofdredacteur van Al-Fajr, in zijn Jeruzalemse kantoor. 'Dat is minder dan in de voorafgaande maanden het geval was.'

Als oud-minister van buitenlandse zaken begrijpt Arens volgens Siniora beter dan de afgetreden socialistische minister van defensie Yitzhak Rabin dat Israel zich moet inspannen om 'zijn aangetaste internationale imago te verbeteren. Daarom zal Arens zoveel mogelijk het gebruik van vuurwapens door de soldaten (tegen de Palestijnen) beperken.' De vrijlating van ongeveer 500 Palestijnen deze week ter gelegenheid van een islamitische feestdag en een eerdere belangrijke verklaring van minister van bouwnijverheid Ariel Sharon dat Russische immigranten niet naar de bezette gebieden zullen worden gedirigeerd, passen in de politiek van een rechtse regering die van zijn imago is geschrokken.

Maar evenmin als professor Shimon Shamir, die twee dagen geleden het ambassadeurschap in Kairo heeft neergelegd omdat hij zich niet met de regeringspolitiek kan en wil identificeren, laten de Palestijnen zich door de Israelische politiek om de tuin leiden. 'Premier Shamir is meer geinteresseerd in vrede met de Arabische landen dan met de Palestijnen', meent Siniora. Dat verklaart volgens deze Palestijnse persoonlijkheid de Israelische poging om de Palestijnen in de bezette gebieden van de PLO en de Arabische landen te isoleren. Die sterk ideologisch gemotiveerde politiek overschaduwt voor de Palestijnen toch de eerste voorzichtige schreden die de regering-Shamir op het Palestijnse vlak heeft gezet. Zij maken een duidelijk onderscheid tussen de tactische en strategische aspecten van Shamirs diplomatie inzake de Palestijnse kwestie en maken zich geen illusies dat hun nationale aspiraties onder deze Israelische regering tot hun recht zouden kunnen komen.

Kruitvat

De Palestijnse nationalist Hanna Siniora en de Israelische socialist Yitzhak Rabin zijn het roerend met elkaar eens dat de ideologische benadering van de Palestijnse kwestie door de regering-Shamir de weg naar vrede heeft geblokkeerd en het Midden-Oosten tot een gevaarlijk kruitvat maakt. Siniora vreest dat bij het wegebben van de hoop op vrede de extremisten in het Israelische en Palestijnse kamp de toon zullen gaan aangeven. 'De vredesvleugel in de PLO verliest hoogte', zegt hij. Ook de vorming, vorige maand, van een gewapende Israelische burgerwacht in de bezette gebieden is een teken des tijds. Dat minister Arens daar zijn goedkeuring aan heeft gehecht roept bij Siniora twijfel op over de betekenis van de terughoudendheid die door deze minister in de eerste maand bij de bestrijding van de intifadah is getoond.

Daarnaast heeft het demonstratieve bezoek dat de minister voor wetenschappen Yuval Ne'eman van de ultra-rechtse Tehiya-partij deze week aan de tot vijf maanden gevangenisstraf veroordeelde rabbijn Moshe Levinger heeft gebracht, bij Siniora een gevoelige zenuw geraakt. Ne'eman verklaarde zich voor de volle honderd procent solidair met de rabbijn uit Kiryat Arba, nabij Hebron, die wegens het doodschieten van een Palestijn is veroordeeld. 'Ik zou in zijn geval hetzelfde hebben gedaan', zei Ne'eman lachend in een tv-vraaggesprek.