Ovaties ontbreken op 'geensceneerd recital' in Amsterdam; Galante Domingo imponeert vooral als hij zacht zingt

Nadat John Eliot Gardiner tijdens het Holland Festival het verschijnsel 'geregisseerde concertante opera' had geintroduceerd op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw, kwam de tenor Placido Domingo daar gisteravond met de primeur van een 'geensceneerd recital'. De lange trappen dienden nog nauwelijks om het podium te bereiken, maar werden vooral gebruikt als decorstukken. Halverwege de treden kweelde Domingo het Lamento di Federico uit Cilea's L'Arlesiana en E lucevan le stelle, de sterrenaria uit Tosca, hoog boven het orkest verheven.

Domingo stond daar op de trap ook als Alfredo tijdens het duet uit de eerste acte van La Traviata (vanaf Follie! Follie!). Domingo's vocale partner, de Engelse sopraan Judith Howarth, bevond zich hier als Violetta beneden naast de dirigent, en Domingo kwam halverwege binnen voor het zingen van zijn aandeel om meteen daarna weer te vertrekken en Howarth alleen te laten met haar bewonderenswaardig gezongen slotnoten. Op de 'regie' was alleen aan te merken dat Domingo als Alfredo eigenlijk geheel buiten zicht hoorbaar moet zijn. Maar alla, het Concertgebouw zat barstensvol voor Domingo en hij moest zich laten horen en zien.

Voor het overige was het een telkens weer verrassend komen en gaan langs de boventrappen en via het zijtrapje in de zaal. De galante Domingo escorteerde Howarth ook naar het podium voor haar solonummers om zich dan discreet terug te trekken. Vaak begon de muziek al terwijl de zangers nog door het orkest waadden. Domingo en Howarth maakten ook een charmant dansje. Als Don Juan en Zerlina deden zij zeer amoureus tijdens de toegift La cidarem la mano uit Mozarts Don Giovanni, om na afloop van het podium weg te rennen, alsof om de liefde te gaan bedrijven. En in het duet en de 'paso doble' uit de Spaanse zarzuela El gato montes van Penella zag men Domingo zich bewegen als een stierenvechter met een bijna denkbeeldige rode lap.

Aan vurig Spaans visueel spektakel ontbrak het dus niet, vocaal en muzikaal was het recital iets minder opzienbarend. Domingo was zeker bij stem, maar leek zich toch telkens te sparen voor zijn optreden zaterdag in Rome, aan de vooravond van de finale van het wereldkampioenschap voetbal. Daar zal hij zich voor het oog en het oor van de wereld meten met zijn collegae Luciano Pavarotti en Jose Carreras. Maar een grote stem als die van Domingo hoeft niet op maximale kracht te worden gebruikt om te imponeren. Een beetje jammer is wel dat Domingo's forte in de hoogte nogal hol, vlak en eenvormig klinkt. Het mezzoforte is gelukkig nog steeds fraai en expressief, maar zijn mooiste en bijzonderste momenten kent de tenor wanneer hij pianissimo zingt, hetgeen helaas slechts zelden het geval was. In de toegift Granada liet hij een wel heel effectvol en verleidelijk dolce horen. In het Italiaanse en Spaanse repertoire was Domingo stilistisch overtuigender dan in de Franse Meyerbeer-aria O, paradis, die mij veel te zwaar werd aangezet.

Hoogst vermakelijk was natuurlijk hoe Placido Domingo, de wereldberoemde tenor, daar in het duet uit L'Elisir d'amore bestudeerd nonchalant steeds maar Tralalalalalala etc. zong, alsof hij in de badkamer was. Domingo heeft een zeer ruime ervaring hoe je zoiets moet brengen en had aan Howarth een goede partner. Gounods Ah, je ris de me voir had bij haar virtuozer kunnen klinken, net als Donizetti's O luce di quest'anima uit Linda di Chamonix, maar dat is ook echt Sutherland-repertoire. In Verdi, Mascagni en in het Spaanse werk waren de bijdragen van Howarth aan Domingo's avond op ruim voldoende niveau.

Domingo begon natuurlijk met Verdi's Quando le sere al placido uit Luisa Miller alsof die aria speciaal voor hem geschreven was en zong zich voor het overige met geroutineerde verve door het uitvoerige programma van zeventien nummers, waarvan er terecht maar onaangekondigd twee werden geschrapt, zodat het publiek nu toch nog na elven buiten stond. Men kwam moe uit de hete zaal vol tv-lampen, maar ook niet geheel voldaan over Domingo, getuige de afgemeten reacties: ovaties ontbraken geheel, tijdens het klappen bleef men zitten, vaak moest Domingo na een nummertje de zaal nog verlaten terwijl het applaus al lang was verstomd en van enig bravo-geroep was voor het eerst sprake na de laatste toegift. Of zaten hier niet de echte operaliefhebbers? Met het Traviata-drinklied Libiamo wist de zaal na dringende aanmoedigingen van Domingo ook niet anders dan bedeesd mee te neurien. Nooit eerder zag ik echter zoveel officiele en officieuze bloemen aangedragen.

Het Radio Filharmonisch Orkest, dat zaterdagavond in het Holland Festival nog een heel Schonbergconcert had gegeven, was kennelijk onvoldoende voorbereid op deze stortvloed aan zeer veeleisende operamuziek. De door Domingo meegebrachte dirigent Eugene Kohn bleek bovendien geen stimulerende kracht: Verdi's ouverture I vespri Siciliani wist hij van spanning te ontdoen en Rossini's ouverture Il barbiere di Siviglia een van 's werelds meest plezierige muzieken kon hij moeiteloos doodslaan.

Desondanks spatte het er bij het orkest af en toe wel degelijk vanaf. Maar elders kraakte het te vaak en in de begeleiding van E lucevan le stelle faalden de cellisten wel erg hinderlijk. Dat zij daarna als enigen moesten opstaan en door Kohn werden gefeliciteerd, was zeker ook grensverleggend.

Concert: Placido Domingo, tenor. Met: Judith Howarth, sopraan, en het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Eugene Kohn. Programma: operamuziek van Verdi, Donizetti, Cilea, Rossini, Meyerbeer, Gounod, Puccini, Mascagni, Gimenez, Penella en Sorozabal. Gehoord: 4/7 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam. Tv-uitzendingen: 5/7 Avro Ned.2, 21.40 uur en later dit jaar.