OV-kaart vooral zaak van trekken en duwen

ROTTERDAM, 5 juli De openbaar-vervoerskaart voor studenten heeft een korte maar stormachtige voorgeschiedenis. De kaart werd twee jaar geleden gelanceerd door Onderwijs om de ingewikkelde reiskostenregeling voor studenten te vervangen. Dat zou budgettair neutraal kunnen. Pas later werd de kaart een middel om te bezuinigen op de studiefinanciering: in 1991 moet hij 160 miljoen gulden opleveren. De student op kamers krijgt dan 62,50 gulden per maand minder aan basisbeurs, de thuiswonende student 41,65 gulden.

Maart 1988. Onderwijs sluit een voorlopig vijfjarig akkoord met de vervoerbedrijven over invoering van de kaart. De vervoerders zouden daarvoor 340 miljoen per jaar krijgen. Drie maanden later volgt het definitieve akkoord, in november tekenen de partijen een contract. De vergoeding voor de NS en het streekvervoer wordt verhoogd tot 360 miljoen per jaar, de datum van invoering bepaald op 1 september 1989. Februari 1989. Een 'BV OV-Studentenkaart', belast met de uitgifte van de kaart, wordt opgericht door de vervoerbedrijven en de Informatiseringsbank in Groningen, die de studiebeurzen uitbetaalt. In april stemt de Tweede Kamer in met de wetswijziginging die invoering van de kaart mogelijk maakt.

Mei 1989. Na de val van het kabinet verklaart de Eerste Kamer een wetswijziging voor de kaart 'controversieel'. Die bevat namelijk tevens een omstreden maatregel om de beurs voor uitwonenden in het middelbaar beroepsonderwijs af te schaffen.

Juni 1989. De NS willen het contract opzeggen omdat de in het contract opgenomen invoeringsdatum niet wordt gehaald. Demissionair minister Deetman wil de NS aan het contract houden. In september leggen de partijen hun geschil voor aan het Nederlands Arbitrage Instituut. Dat oordeelt in januari 1990 dat de NS gebonden zijn aan het contract.

Februari 1990. Na nieuwe onderhandelingen wordt een aanvullend contract gesloten tussen minister Ritzen en de vervoerbedrijven. De invoeringsdatum van de kaart wordt verschoven naar 1 januari 1991. De vervoerbedrijven krijgen er 35 miljoen gulden per jaar bij en een bonus van 18,5 miljoen als de kaart goed en op tijd wordt ingevoerd. In maart blijken de NS echter grote capaciteitsproblemen te voorzien in de ochtendspits.

Mei 1990. De Eerste Kamer keurt de wetswijziging goed. Met de scholen vindt overleg plaats om hun aanvangstijden te verschuiven, om de ochtendspits te ontzien. Het streekvervoer biedt de NS een uitgewerkt voorstel aan om op de belangrijkste knelpunten met bussen het capaciteitsprobleem te verminderen. Ritzen belooft uiterlijk 1 juli een definitief besluit over invoering van de kaart te nemen.26 Juni. De coordinatiegroep die de invoering van de kaart gaat begeleiden voorziet geen onoverkomelijke obstakels meer voor invoering, maar de NS willen van het contract af. Zij vinden dat onvoldoende scholen bereid zijn de aanvangstijden van de lessen te veranderen.4 juli. Het adviesbureau Coopers en Lybrand rapporteert dat veel meer scholen zich hebben vastgelegd mee te werken aan verschuiving van de lessen dan de NS veronderstellen. Het kabinet besluit dat invoering per 1 januari 1991 verantwoord is.