OV-jaarkaart voor student komt in 1991

ROTTERDAM, 5 juli De openbaar-vervoerkaart voor studenten wordt definitief op 1 januari 1991 ingevoerd. Het kabinet heeft dat gistermiddag besloten na overleg tussen premier Lubbers en de ministers Ritzen (onderwijs), Maij-Weggen (verkeer), Kok (financien) en De Vries (sociale zaken). De Nederlandse Spoorwegen hebben vanmorgen gezegd loyaal te zullen meewerken nu het kabinet dit besluit heeft genomen. Zij hebben het streekvervoer gevraagd een eerder voorstel voor de inzet van bussen in de ochtendspits verder uit te werken. NS-hoofddirecteur A. M. Messing zei vanochtend dat aanvullende informatie heeft geleid tot 'een door alle partijen gewonnen wedstrijd'.

De toegezegde verschuiving van de aanvangstijden is weliswaar nog niet voldoende om alle capaciteitsproblemen op te lossen, maar dit probleem kan mogelijk met behulp van aanvullend busvervoer worden geregeld.

De Spoorwegen hebben het streekvervoer verzocht daarvoor een nader voorstel te doen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het concept dat de busbedrijven al begin mei aan de NS hadden voorgelegd. Dat voorziet onder meer in directe busverbindingen naar concentraties van universiteitsgebouwen in Amsterdam, Delft, Leiden, Rotterdam en Utrecht. De kosten van dit extra busvervoer moeten de NS betalen.

De NS schreven vorige week donderdag nog aan Ritzen dat zij onder het contract voor de openbaar-vervoerkaart uit wilden. Volgens het bedrijf waren te weinig scholen, hogescholen en universiteiten bereid om de aanvangstijden van de lessen en colleges met een half uur te verschuiven. Daardoor zou het door de NS gevreesde capaciteitsprobleem in de 'topspits' tussen 07.45 en 08.15 uur niet kunnen worden opgelost. Verantwoorde invoering was niet mogelijk, aldus de NS, die zich beriepen op overmacht.

Ritzen heeft daarop het adviesbureau Coopers en Lybrand opdracht gegeven na te gaan welke instellingen nu wel bereid waren mee te werken en welke niet. Bij dit onderzoek, dat zich beperkte tot de 24 regio's waar de NS de grootste problemen verwachtten, werden alleen de schriftelijk vastgelegde toezeggingen van scholen geteld.

Het onderzoek leverde een veel positiever beeld op dan dat van de Spoorwegen. Volgens de NS zouden slechts voor 32 procent van de scholieren en studenten de aanvangstijden worden verschoven. Het adviesbureau komt tot 69 procent. Scholen met nog eens 15 procent van de leerlingen zijn bereid verder te praten over andere aanvangstijden.

Pag.3: Reacties Tweede Kamer

Ritzen vroeg de scholen, hogescholen en universiteiten enkele weken geleden mee te werken om invoering van de kaart mogelijk te maken. Afblazen van de kaart zou in 1991 een gat van 160 miljoen gulden in de begroting opleveren. Dat bedrag zou dan mogelijk moeten worden opgebracht door bezuinigingen in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs.

De Tweede Kamer voert vandaag op verzoek van de oppositie een debat over de OV-kaart. Een meerderheid vindt het kabinetsbesluit juist. Vermeend (PvdA) zegt dat de invoering van de OV-jaarkaart wat zijn fractie betreft door kan gaan. 'Wij hebben altijd een voorwaarde gesteld en dat is dat de OV-jaarkaart op verantwoorde wijze moet kunnen worden ingevoerd.' CDA-woordvoerder Lansink verwijt de NS wel 'een zigzagbeleid' te hebben gevoerd. 'Toen ik vannacht de brief van 28 juni las waarin ze hun bezwaren uitspreken, heb ik mijn wenkbrauwen gefronst. Maar nu ligt het blijkbaar alweer anders. Ik vind dat van de NS een twijfelachtige manier van werken', aldus Lansink.

Korthals (VVD) legt zich neer bij het besluit nu de NS alsnog mee willen werken. Hij waarschuwt echter voor de risico's van overvolle treinen en chaos in het openbaar vervoer. Korthals vindt dat de invoering van de kaart 'een rommelige, geforceerde indruk' heeft gemaakt. Kamerlid Nuis (D66) vindt het de taak van de Kamer om te blijven waarschuwen voor chaos. 'Het eindoordeel over invoering is de verantwoordelijkheid van het kabinet. Ik vind het niet verstandig om nu als Kamer te gaan roepen: goed, hoor, ga je gang maar.'