Onderzoek hoogleraren naar waarde 'Aids-middel' Buck

EINDHOVEN, 5 juli De Technische Universiteit van Eindhoven heeft drie hoogleraren gevraagd de waarde te beoordelen van het onderzoek van de hoogleraar organische chemie prof. dr. H. M. Buck naar een nieuw middel tegen AIDS. Professor dr. ir. C. A. M. G. Cremers (instrumentele analyse), professor dr. P. J. Lemstra (kunststoftechnologie) van de Eindhovense universiteit en professor dr. E. Meijer (neurochirurgie) uit Nijmegen zijn belast met het onderzoek en moeten half augustus klaar zijn met hun rapport. Dat heeft de directeur-beheerder van de scheikundefaculteit, ir. A. van Mierlo, bekendgemaakt. Hij vindt dat AIDS-patienten er recht op hebben te weten wat het onderzoek van Buck voor hen kan betekenen.

Dat werd onduidelijk na tegenstrijdige berichten over het onderzoek, gepubliceerd in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science. Buck en de viroloog professor dr. J. Goudsmit van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam maakten in april bekend dat zij binnen twee jaar een via DNA-manipulatie verkregen middel beschikbaar konden hebben voor proeven bij AIDS-patienten.

Professor dr. C. van Boeckel (fijnchemie) nam direct daarna ontslag bij de Eindhovense faculteit, omdat hij de bekendmaking van Buck en Goudsmit onverantwoord vond. De stof in kwestie was naar zijn mening nooit zuiver te krijgen. Die opvatting werd gedeeld door zijn Leidse leermeester en tegenwoordige collega professor dr. J. van Boom. Een van Bucks naaste medewerkers en mede-auteur van het artikel in Science, dr. L. Koole, vertrok kort daarna naar het buitenland.

Op de zesde AIDS-conferentie in San Francisco vorige week werd hoegenaamd geen aandacht besteed aan de vondst. Onderhandelingen tussen de universiteit en het farmaceutische bedrijf Organon in Oss liggen stil.