Markt voor walvisachtig vlees is lucratief

Terwijl grote walvissen tegenwoordig een behoorlijke bescherming genieten worden steeds meer kleine walvisachtigen gevangen. Omdat nauwelijks iets bekend is over hoeveel er van elke soort zijn tasten wetenschappers en politici in het duister over de gevolgen van de vangsten. Natuurbeschermingsorganisaties en enige lidstaten van de International Whaling Commission, waaronder Nederland, pleiten voor bemoeienis van de IWC met deze vogelvrije zeezoogdieren.

NOORDWIJK, 5 juli De Dalls bruinvis dreigt langs de Japanse kust in hoog tempo te worden uitgeroeid. Vissers uit het noorden van Japan hebben er de afgelopen twee jaar ten minste 70.000 gevangen. Japanse onderzoekers schatten de totale populatie van deze soort onder de kust op 105.000. De belangstelling bij de vissers voor Dalls bruinvissen (Phocoenoides dalli) hangt nauw samen met het verbod op commerciele walvisvangst. Door dit verbod steeg de prijs van walvisvlees in Japan aanzienlijk en werd de markt voor walvisachtig vlees buitengewoon lucratief. Langs de kust van Hokkaido en het noorden van Honsjoe wordt al ruim vijftig jaar op Dalls bruinvissen gejaagd, maar gewoonlijk werden hooguit zevenduizend dieren per jaar gevangen. Of de populatie hierdoor kleiner is geworden weet niemand. In het noordelijk deel van de Stille Oceaan komen overigens nog veel meer Dalls bruinvissen voor, maar die mengen zich voor zover bekend niet met de kustpopulaties.

De Japanse regering wil de vangsten wel terugbrengen, aldus K. Shima, de Japanse delegatieleider op de IWC-jaarvergadering die deze week in Noordwijk plaatsheeft. Hij noemde een aantal van tienduizend per jaar als streven. De vissers hechten echter geen geloof aan de schattingen over de omvang van de populatie. Zolang ze nog duizenden dieren zien, blijven ze harpoeneren. Eind vorig jaar bereikte de overheid een compromis met de vissers: in 1990 zouden ze vijftien procent minder vangen dan in 1989. Shima erkent dat een vangst van ongeveer 25.000 nog altijd veel te hoog is, maar men is bang dat er op grote schaal zal worden gestroopt als de regering een vangstverbod instelt.

Deze week deden 38 natuurbeschermingsorganisaties een beroep op de leden van de IWC om de vangst van Dalls bruinvissen terug te brenghen tot het nmiveau van 1986. aan banden te leggen. Nederland is mede-indiener van een Britse resolutie hierover.

De Dalls bruinvis is niet de enige kleine walvisachtige die in groten getale wordt gevangen en Japan is niet het enige vangstland. De Environmental Investigation Agency (EIA), een in Londen gevestigde organisatie die bekend is door haar onderzoeken naar milieuproblemen, heeft vlak voor de IWC-jaarvergadering een rapport gepubliceerd over de vangsten van kleine walvisachtigen. Het gaat om ten minste een half miljoen dieren per jaar, aldus voorzitter Allan Thornton: 'Dat is veel meer dan we dachten toen we aan het rapport begonnen.' In een aantal landen worden ze voor het vlees gevangen. In Japan vangt men behalve Dalls bruinvissen ook onder andere gestreepte dolfijnen (Stenella coeruleoalba), grienden (Globicephala macrohynchus) en en zwarte dolfijnen (Berardius beardii). Van alle drie worden volgens het EIA-rapport verscheidene populaties bedreigd. Berucht zijn de slachtingen onder grienden in de baaien van de Far Oer. Zo'n tweeduizend per jaar worden er grotendeels bij wijze van volksvermaak de baaien ingedreven en in water van enige tientallen centimeters diep met grote haken en messen gedood. Veel minder bekend is dat bijvoorbeeld in Peru jaarlijks tienduizenden dolfijnen en bruinvissen worden gevangen. In de Sovjet-Unie, Canada en de Verenigde Staten wordt onder andere op beluga's (Delphinapterus leucas) en narwallen (Monodon monoceros) gejaagd.

Grote aantallen kleine walvisachtigen worden niet met opzet gevangen, maar als bijvangst. De tonijnvisserij geniet in dit opzicht al geruime tijd een slechte reputatie. Dolfijnen hebben namelijk in een aantal tonijnrijke gebieden de gewoonte om boven een tonijnschool te zwemmen. Dat weten de vissers, dus die speuren de zee af naar dolfijnen, die in dezelfde netten terecht komen als de tonijn. In Mexico worden zo jaarlijks ten minste 40.000 dolfijnen gevangen, aldus het EIA-rapport, in Venezuela ten minste 34.000, in Panama 6.000, in de Verenigde Staten ten minste 20.000. In het begin van de jaren zeventig, voor de invoering van de Marine Mammals Protection Act, waren dat er nog enkele honderdduizenden per jaar. Ook de Franse tonijnvloot vangt per jaar duizenden dolfijnen, evenals de Spaanse. In Italiaanse zwaardvisnetten raken er jaarlijks tienduizenden verstrikt.

Een nieuwe bedreiging voor kleine walvisachtigen vormen de zogeheten driftnetten. Dit zijn soms wel tientallen kilometers lange en acht tot vijftien meter diepe netten waarmee vooral in de Stille Oceaan wordt gevist. Deze 'muren des doods' vangen jaarlijks zeker tienduizenden en wellicht honderdduizenden dolfijnen, bruinvissen en dergelijke. Met name Japanse, Taiwanese en Zuidkoreaanse vissers willen met deze netten pijlinktvis, zalm en enkele andere sorten vangen. De mazen van het net selecteren alleen op grootte, niet op soort, zodat ook talloze andere soorten worden gevangen. Omdat de netten niet goed strak hangen raken walvisachtigen erin verstrikt. Dan kunnen ze niet boven komen om adem te halen en verdrinken ze. Een Amerikaanse resolutie hierover, waarin de verontrusting over deze vistechniek wordt uitgesproken, is mede ingediend door Nederland.

De Japanse delegatie bestrijdt bij monde van haar PR-man Alan MacNow dat zoveel zoogdieren in driftnetten terechtkomen. Volgens hem zijn er geen betrouwbare schattingen beschikbaar.

Omdat er weinig gegevens voorhanden zijn over de omvang van de populaties kleine walvisachtigen waaruit wordt gevangen, wint het pleidooi voor een inventarisatie van relevant onderzoek door het wetenschappelijk comite van de IWC aan volume. Een Nieuwzeelandse/Nederlandse resolutie om zo'n onderzoek snel uit te voeren kan naar het zich laat aanzien op brede steun rekenen.

Onderzoek betekent echter nog geen bescherming. Dat is dan ook een veel gevoeliger onderwerp binnen de IWC. Enkele landen, waaronder Japan en Denemarken, vinden dat de commissie geen enkele zeggenschap heeft over kleine walvisachtigen. Andere, waaronder Nederland, vinden van wel. De discussie hierover is nog niet beslecht.