Legerleiding in Moskou in open brief gehekeld

MOSKOU, 5 juli Het Sovjet-leger begint een gevaar te worden voor de samenleving. Dat is de strekking van een open brief van tientallen Sovjet-parlementariers, gisteren afgedrukt in de Komsomolskaja Pravda. In een poging zijn positie veilig te stellen stuurt de militaire top aan op een confrontatie tussen het leger en de bevolking en verzet hij zich agressief tegen elke poging om zijn daden onder parlementaire controle te brengen. De bezuinigingen op het militaire budget en de terugtrekking van troepen uit Oost-Europa brengen grote sociale problemen met zich mee die volgens de briefschrijvers worden afgewenteld op de armlastige gemeenten. Volgens de briefschrijvers, onder wie de politicoloog Georgi Arbatov, de sociologe Tatiana Zaslavskaja en Joeri Ryzjov, lid van het presidium van de Opperste Sovjet, is dit een 'bewuste poging om de ontevredenheid in het leger over de hervormingen aan te wakkeren'.

Het militair-industrieel complex onttrekt zich aan alle controle. Er bestaat onduidelijkheid over de hoogte van de militaire uitgaven, de schattingen lopen van 70 tot 200 miljard roebel. De legertop weigert ook openheid van zaken te geven over de wantoestanden in het leger. In vier jaar zijn 15.000 militairen omgekomen door ongevallen, vechtpartijen en ontgroeningspraktijken, evenveel als in tien jaar oorlog in Afghanistan. Een vijfde van hen kwam door zelfmoord om het leven.

Het militaire establishment, zo wordt gesteld, verspreidt 'met opzet en met bedenkelijke bedoelingen' mythes over een campagne tegen het leger die in de pers zou worden gevoerd. Verontrust zijn de parlementsleden over de alliantie tussen de militaire bureaucratie en de politieke conservatieven, zoals die tot uiting kwam op het congres van de Russische Communistische Partij; de rede van luitenant-generaal Makasjov 'liet bij het progressieve deel van de samenleving maar een gevoel achter: dat de dictatuur voor de deur staat'. In dit verband wijzen de briefschrijvers op 'bedenkelijke ideeen', die in de conservatieve pers worden geventileerd over de 'exclusieve aard' van het officierskorps en de noodzaak een militaire partij op te richten. De briefschrijvers eisen dat een begin wordt gemaakt met de overgang naar een beroepsleger van geringere omvang. Het leger moet worden onttrokken aan de partijcontrole, het militaire budget moet in een hand en onder parlementaire controle komen, de top van het ministerie van defensie moet worden vervangen en het leger mag niet langer gebruikt worden voor oneigenlijke taken.