Indirect geheim contact VS, PLO

ROTTERDAM, 5 juli De Amerikaanse regering en de PLO voeren op het ogenblik geheime indirecte onderhandelingen, onder andere via Egypte, om tot een hervatting van hun dialoog te komen. Dit hebben Palestijnse en Amerikaanse bronnen onthuld. President Bush brak onlangs de dialoog af nadat voorzitter Arafat van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie had geweigerd een veroordeling uit te spreken over de mislukte terroristische actie tegen burgerdoelen in Israel door een van de PLO-groepen, het Palestijns Bevrijdingsfront (PLF) van Abul Abbas. Nog maar een paar dagen geleden deelde Arafat een bezoekende delegatie van de PvdA mee dat een openlijke veroordeling door de PLO een nieuwe Amerikaanse voorwaarde was, waaraan hij niet kan voldoen.

Bush heeft echter onlangs in een telefoongesprek met de Egyptische president Mubarak te kennen gegeven dat hij vasthoudt aan de eis dat de actie van het PLF door de PLO wordt veroordeeld en dat Abul Abbas op zijn minst uit het Uitvoerend Comite, het dagelijks bestuur van de PLO, wordt gezet. De dialoog werd immers geopend onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de PLO voor eens en altijd terrorisme zou afzweren.

De Egyptenaren hebben er, evenals vele Westeuropese gesprekspartners, bij de PLO op aangedrongen de actie van Abul Abbas te veroordelen. Zij vrezen dat de impasse in het 'vredesproces', onder andere door de afwezigheid van de Amerikaans-Palestijnse dialoog, tot verhoogde spanningen in het Midden-Oosten kan leiden. Bovendien heeft president Mubarak er op gewezen dat de PLO zich thans onnodig van het Westen zou isoleren, juist op het moment dat de relaties tussen de Amerikaanse en de Israelische regering ronduit slecht zijn.

Ook de PLO-leiding in Tunis zou een hervatting van de dialoog toejuichen, op voorwaarde echter dat de gesprekken in de toekomst niet meer uitsluitend op ambassadeursniveau plaatshebben, maar 'op een hoger niveau'. Palestijnse bronnen wijzen erop dat de dialoog tot dusver onvruchtbaar bleef omdat de Amerikaanse regering vasthield aan zeer straffe voorwaarden. Als president Bush die toezegging doet zal de PLO-leiding van haar kant maatregelen nemen tegen Abul Abbas. Dat zou al binnen enkele weken kunnen gebeuren als een commissie van de PLO haar rapport over de actie van Abul Abbas aan de Centrale Raad van de PLO heeft gepresenteerd.

De indirecte onderhandelingen die de PLO en de Amerikaanse regering thans voeren gaan ook over de tekst van dit rapport, dat in laatste instantie door Arafat zelf zal worden geredigeerd in de door hem gewenste terminologie. De PLO stelt voor om in het rapport te zetten dat de actie van Abul Abbas 'schadelijk' was voor de PLO, zonder verder in bijzonderheden te treden. Daarmee kunnen in theorie de Palestijnse tegenstanders van enige tegemoetkoming aan de VS tevreden worden gesteld, omdat de actie inderdaad op een totale mislukking uitliep met vier doden aan Palestijnse kant.

Het is echter zeer de vraag of president Bush met deze wel zeer bedekte formulering genoegen kan nemen. Nu Arafat zo lang heeft gewacht met de veroordeling van Abul Abbas, kan Bush een hervatting van de dialoog alleen maar aan het Amerikaanse Congres verkopen als de PLO buitengewoon ondubbelzinnig Abul Abbas en het terroristische karakter van diens actie veroordeelt. Anders kan Bush door zijn tegenstanders ervan worden beschuldigd dat hij de Amerikaanse wet overtreedt, die expliciet alle contact tussen Amerikaanse regeringsfunctionarissen en een terroristische organisatie verbiedt.

Ook een voortzetting van de dialoog 'op hoger niveau' is volgens Amerikaanse ingewijden voor Bush bijzonder moeilijk te verkopen. De PLO zou dan immers worden beloond voor een actie die zij krachtens de door haarzelf aangegane verplichtingen niet mocht plegen en voor een uitspraak die zij in een wel zeer verlaat stadium doet.

Zoals Bush eigenlijk geen enkele concessie aan de PLO kan doen, staat ook Arafat onder druk van zijn eigen achterban. Sinds enkele maanden heeft de PLO bewust afstand genomen tot haar voormalige beschermheer Egypte en nauwere betrekkingen aangeknoopt met Irak 'om de vredespolitiek van de PLO meer tanden te geven'. Als Arafat nu echter tot maatregelen tegen Abul Abbas besluit, zonder dat daar een herkenbare opwarming van de Amerikaans-Palestijnse betrekkingen tegenover staat, zal de PLO-voorzitter nog meer dan voorheen van 'een politiek van capitulatie' worden beschuldigd. Dat zou ernstige gevolgen hebben voor de eenheid in de Palestijnse gelederen, die Arafat boven alles gaat, en bovendien zijn mogelijkheden verminderen om in de toekomst de noodzakelijke politieke concesssies te doen die ook van hem zullen worden gevraagd om het 'vredesproces' te doen slagen. Op voorwaarde natuurlijk dat er dan nog een vredesproces is.