Geen besluiten op Afrika-conferentie

MAASTRICHT, 5 juli Op naar Oeganda volgend jaar september! Oud-president van de Wereldbank R. McNamara had nog nooit zo'n openhartige internationale conferentie meegemaakt als de laatste dagen in Maastricht. Gastheer minister Pronk (ontwikkelinsgsamenwerking) toonde zich verheugd dat de Afrikaanse leiders besloten hadden om opnieuw bijeen te komen, nu in Afrika, om zaken te doen over lange-termijn plannen en aanpassingen in eigen land. President Q. Masire van Botswana, mede-voorzitter van de Afrika Conferentie, zei tot slot dat Afrika bereid was naar de dokter te gaan voor het goede recept.

Politieke beslissingen vielen niet. Volgens Pronk had de bijeenkomst in Maastricht alleen een katalysator-functie. Hij moest toegeven dat het meest klemmende vraagstuk van Afrika: hoe zich te ontdoen van de schuldenlast (150 miljard dollar) nauwelijks aan de orde was geweest. McNamara onthulde dat er zoveel onenigheid was over de oplossing van het vraagstuk dat hij over de schulden maar vaag was gebleven en aan het einde van de conferentie alleen dringend had verzocht om een extra inspanning van het Westen.

Pronk zelf had aan de vooravond van de conferentie gezegd dat hij persoonlijk voorstander was van het kwijtschelden van schulden. Minister Kok van Financien wil dat dat uit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking wordt gefinancierd. Pronk verzet zich daartegen: 'dan geef je Afrika een sigaar uit eigen doos.' Vaag bleef ook het antwoord op een vraag van de Afrikaanse journalist Adama Gaye hoe de bevolking van Afrika (450 miljoen) te betrekken bij het ontwikkelingsproces en democratisering als haar lot niet verbetert en zij volledig in beslag wordt genomen door de dagelijkse zorg te overleven. Pronk antwoordde geirriteerd: dan moeten we in het Westen de roep van Afrika om hun de tijd te geven ook beter verstaan. Verder moeten we Afrika een betere kans op de internationale markt geven en hogere prijzen voor hun produkten en grondstoffen.

De conferentie was besloten. Particuliere hulporganisaties, adviesbureaus en investeerders betreurden dat. In Maastricht werd er op gehamerd dat de consensus over de lange termijn ontwikkeling van Afrika moet groeien. Waarom mochten potentiele investeerders dan niet aan de dialoog meedoen, zo vroegen zij zich aan de verzorgde lunchtafels af. Maar die beslotenheid, aldus McNamara, had ertoe bijgedragen om thema's als corruptie, ondoordringbare bureaucratie en mensenrechten aan de orde te stellen en antwoorden te krijgen. Dat bracht de vertegenwoordiger van Lesotho ertoe om de persafdeling in Maastricht te bellen en te vragen alle interventies op te sturen, waarin over corruptie werd gesproken. Wie durfde het wel de kat de bel aan te binden? Premier Lubbers kwam, evenals de vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek, tot slot met iets concreets. Hij kondigde aan dat Nederland de hulp aan Afrika in de komende jaren met vijftig procent zal opvoeren tot 1,5 miljard gulden op een begroting van nu nog zes miljard gulden. Hij gaf niet aan waar die extra inspanning vandaan zou komen en op welke landen in ontwikkeling zal worden verhaald.

Vanuit de Tweede Kamer was er weinig belangstelling voor de Afrika conferentie. Wel viel het de aanwezige J. de Hoop Scheffer (CDA) op dat de ministers, diplomaten en ambtenaren in Maastricht vooral veel heil zagen in hun eigen plannen 'zo van overheden vinden wel het antwoord op alle ellende. Tientallen jaren van nieuwe plannen, nieuwe strategieen en grotere fondsen hebben toch duidelijk aangetoond dat het een illusie is dat regering en multinationale organisaties alleen het antwoord in pacht hebben', aldus De Hoop Scheffer.

De sterke nadruk die vertegenwoordigers van rijke landen legden op democratisering schoot sommige Afrikanen in het verkeerde keelgat. Vergeet niet, zei president Masire, dat wij onze eigen manier van betrokkenheid van het volk kennen. Zo maar een Westers model opleggen werkt niet. Een vertegenwoordiger van Mozambique wees op het feit dat juist het westen met grote hulpbedragen en weinig controle jarenlang die regimes in het zadel had gehouden die het volk onderdrukten. Nu om snelle aanpassingen vragen leek hem hypocriet. Maar toegegeven werd dat Afrikanen zelf een opdracht hadden. Of zoals de Ghanees Toni Kofi het verwoorde: 'Wij zelf zijn een deel van het probleem. Je kunt het paard naar de rivierbedding sleuren. Maar je kunt het beest niet dwingen om te drinken. Afrikanen zijn belust op de worsten, die het Westen hen voorhoudt, en maken misbaar over de zweep. We moeten in staat zijn om uit te maken of al die import-worst goed voor ons is.'