Gatt mag landbouw niet alleen aan markt overleveren; 'Handhaaf garanties boeren'

DEN HAAG, 5 juli Een volledige liberalisering van de internationale agrarische handel, zoals door de Verenigde Staten wordt nagestreefd, vormt een geweldige bedreiging voor de Europese boeren. Als de Europese plattelandseconomie daardoor te maken zou krijgen met zeer forse prijsdalingen zou zij dat niet overleven. Dat is sociaal niet aanvaardbaar.

Dat zegt de Nederlandse Europarlementarier Eisso Woltjer (PvdA) met het oog op de harde GATT-onderhandelingen (Algemene overeenkomst over tarieven en handel) die op het ogenblik in Geneve worden gehouden en waarover vandaag in de Tweede Kamer wordt gesproken. De onderhandelingen in Geneve zijn de laatste fase in de zogenoemde Uruguay-ronde van handelsliberalisatie. Tot deze nieuwe handelsronde, waarin vermindering van de steun aan de landbouw een hoofdpunt is, werd in 1986 besloten tijdens een ministersconferentie van de GATT in de Uruguayaanse badplaats Punta del Este. Twee jaar later werd in Montreal een tussentijdse balans opgemaakt. Sindsdien zijn de onderhandelingen, vooral door de grote tegenstellingen tussen de VS en de EG over de liberalisatie van de landbouw volkomen vastgelopen. Niettemin wordt er nog steeds naar gestreefd om voor het einde van dit jaar de GATT-ronde in Brussel af te sluiten.

Hoewel alle betrokken partijen zich tot doel stellen de internationale agrarische handel opener en vrijer van karakter te maken staan de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten fel tegenover elkaar. In een poging die tegenstelling te overbruggen kwam de voorzitter van de landbouwcommissie van de GATT, de Nederlander A. de Zeeuw (oud-directeur-generaal van het ministerie van landbouw), deze week met een compromis.

Daarin wordt voorgesteld dat de Europese Gemeenschap haar exportsubsidies voor de landbouw drastisch vermindert en dat de VS en andere grote landbouwlanden dan (op basis van een door de EG voorgestelde formule) op hun beurt hun omvangrijke binnenlandse agrarische steunmaatregelen flink terugschroeven.

Volgens Europarlementarier Woltjer blijft er ook dan nog een gigantisch Europees-Amerikaans probleem over: de gezondheidsvoorschriften over het Europese hormoonverbod in vlees dat vooral onder druk van Europese consumenten- en milieuorganisaties tot stand is gekomen. De VS-onderhandelaars bij de GATT willen van zo'n verbod niets weten en zouden de veterinaire wetten aan het toezicht van de Wereldgezondheidsorganisatie willen onttrekken door die aan de controle van de GATT te onderwerpen. De Europarlementarier wijst er bovendien op dat de Europese deelname aan het GATT-overleg zich, in tegenstelling tot de VS-onderhandelaars die voortdurend contact met het Congres en de Amerikaanse boeren onderhouden, voor een groot deel aan het gezichtsveld van het Europese parlement en de Europese agrariers onttrekt. Zou het eindresultaat van de huidige onderhandelingsronde in Geneve of later dit jaar in Brussel te veel in het voordeel van de VS uitvallen, dan zal dat naar zijn mening binnen de EG 'onverkoopbaar' zijn. 'We zullen dan nog veel grotere en ernstigere conflicten zien dan Den Haag onlangs met de Nederlandse akkerbouwers heeft beleefd.' Volgens Woltjer heeft de EG op de liberalisering van de internationale agrarische handel nogal defensief gereageerd. Weliswaar zijn Europese landbouwpolitici het erover eens dat er snel een eind moet komen aan het dumpen van overtollige Europese landbouwprodukten op de wereldmarkt. Die dumping wordt nu nog door Brussel gestimuleerd door bijbetaling van het verschil tussen de EG- en de wereldmarktprijs. Toch moet het dubbele prijssysteem in stand blijven, meent Woltjer. 'Amerika wil terecht dat er een eind komt aan de exportsubsidies, maar we moeten de VS niet in alles tegemoetkomen. Dus zal het Europese prijssysteem op zichzelf wel gehandhaafd moeten blijven. Gebeurt dat niet, zouden we tot een honderd procents liberalisering van de internationale handel en dus tot scherpe prijsdalingen komen, dan zitten we in een politieke crisis van de eerste orde.'

Volgens Woltjer geldt ook voor Nederland met zijn grote agrarische export dat van een totale vrijmaking van de agrarische handel geen sprake kan zijn, ook al heeft Nederland zich in verband met zijn sterke exportpositie altijd een voorstander van verdergaande liberalisering getoond.

Woltjer vindt zoals hij en Tweede-Kamerlid J. van Zijl (PvdA) ook verkondigd hebben bij de discussie over de Nederlandse akkerbouw dat de agrarische prijsgaranties overeind moeten blijven. Dat kan alleen op voorwaarde dat de overschotprodukties, bijvoorbeeld in de graansector, flink worden ingekrompen. Met andere woorden: geen totale liberalisering zoals de VS voorstaan, maar een landbouwbeleid dat meer, maar niet alleen marktgericht van karakter is.