Elke avond gaat de schaar in de bespanning van zijn rackets; Lendl jaagt bezeten op Holy Grail

LONDEN, 5 juli Ivan Lendl gebruikte gisteren in zijn gewonnen kwartfinale tegen de Amerikaan Brad Pearce vijf rackets. Niet dat de op Wimbledon als eerste geplaatste Lendl veelvuldig kampt met snaarbreuken, maar in zijn ontembare hang naar zekerheden wenst hij elk moment van een duel de condities gelijk te houden. Derhalve wisselt de Tsjechoslowaak steeds van racket wanneer hij voelt dat de bespanning ietwat minder wordt dan wel de snaren naar zijn zin te veel vezelpluizen vertonen.

Per wedstrijd draagt Lendl zes rackets in de tas en laat hij er in de kleedkamer nog eens minimaal vier achter voor wanneer het noodlot mocht toeslaan. Opmerkelijker is echter dat hij van alle rackets, zelfs de ongebruikte, op de avond voor een duel de snaren kapot laat knippen en volgens zijn strikte aanwijzingen een compleet nieuwe bespanning dient te worden aangebracht. Kennelijk laat Lendl niets aan het toeval over in zijn jacht op de Holy Grail bij de open Engelse tenniskampioenschappen in Londen, waar hij morgen in de halve finales aantreedt tegen de Zweed Stefan Edberg. De andere halve-eindstrijd gaat tussen Boris Becker en Goran Ivanisevic.

De 30-jarige Lendl won Roland Garros en de US-Open elk drie keer, terwijl hij zich op de open Australische titelstrijd twee keer als winnaar mocht laten kronen. Wimbledon ontbreekt nog altijd op zijn conduitestaat, hoewel hij er twee keer in de finale stond. Maar in 1986 was het Becker die hem bedwong en een jaar later liet Lendl zich overmeesteren door Pat Cash. Lendl noemt het uitblijven van de eindoverwinning in Londen het enige gebrek in zijn tennisloopbaan en gezien zijn overdadige inspanningen om hieraan een einde te maken, lijkt de gapende leegte behoorlijk op zijn gemoed te werken.

Mentaal

Vorig jaar verloor Lendl in de halve finale van Becker, maar de wijze waarop hij de Westduitser tegemoet trad gaf hem genoeg zelfvertrouwen om voor 1990 gedurende vier maanden op grasbivak te gaan. In Australie trainde hij met coach Tony Roche om zijn gebrekkige grasspel te verbeteren; hij liet zich ook door John Newcombe en Ken Rosewall adviseren. Niemand heeft voor de 104de editie van Wimbledon harder gewerkt in de voorbereiding, maar langzamerhand dringt zich de vraag op wat er mentaal van Ivan Lendl overblijft wanneer het heilige doel wederom niet wordt bereikt. 'Dan weet ik eindelijk zeker dat ik er niet goed genoeg voor ben', luidde het antwoord gisteren na zijn met 6-4, 6-4, 5-7, 6-4 gewonnen kwartfinale tegen Brad Pearce. Maar in dat antwoord liggen niettemin vele frustraties opgesloten. De ambitieuze Lendl kan nooit vrede hebben met een nieuwe tegenslag, hoewel hij het woord 'obsessie' niet in de mond wenst te nemen. Een mildere term wist hij in een gesprek vorige week niet zo snel uit het brein te krijgen en derhalve omschreef hij de dadendrang in zijn moedertaal. Zazrany, 'hardnekkig verlangen', komt volgens hem meer overeen met de werkelijkheid.

Naar eigen zeggen voelt Lendl zich thans natuurlijker op gras. Aan het voetenwerk is lang gewerkt en voorts heeft zijn nieuwe sponsor Mizuno een nieuw, krachtiger racket voor hem ontworpen dat vooral aan de bovenkant van het blad ruimer is bemeten. Daarmee serveert Lendl sterker en weet hij ook een slice-backhand return te slaan. Maar hoeveel er ook aan de techniek wordt gesleuteld, Lendl is geen originele speler. Nog altijd kan hij verbaasd opkijken bij een vreemde stuitering van de bal en inwendig in woede ontsteken wanneer hij een situatie niet heeft kunnen beredeneren.

Ook in de gisteren gespeelde partij tegen Brad Pearce deden zich dergelijke situaties voor. Elke improvisatie is Lendl vreemd en het voortdurend op peil houden van de racket-kwaliteit lijkt nauwelijks voldoende om Wimbledon te winnen. Het gras blijft zijn grootste tegenstander en daarom liet hij gisteravond in de vierde set hoofdscheidsrechter Alan Mills opdraven omdat naar zijn mening de ondergrond te glad was. De hele dag was de tent over het centre court gespannen wegens aanhoudende regen en pas om kwart voor zes kon met de vier kwartfinales worden begonnen. Lendl: 'Normaal droogt de zon dan het gras, maar daarvan was nu geen sprake. Door de hoge vochtigheid was het bij sommige spelsituaties zelfs gevaarlijk. Daarom heb ik om Mills gevraagd, maar hij liet kalm weten dat van staken geen sprake kon zijn. Bij een dergelijke beslissing heb ik me neer te leggen, maar ik vraag me af of de officials zich realiseren dat spelers ernstige blessures hadden kunnen oplopen.'

Zware test

Lendl was gisteren de enige kwartfinalist die klaagde over het gras. De nog altijd moeilijke aanpassing van de Tsjechoslowaak doet dan ook het ergste vrezen voor de komende dagen, zeker nu Lendl zelf aangeeft dat hij het niveau waarmee hij het toernooi van Queens won op Wimbledon nog altijd niet heeft bereikt. Morgen wacht Lendl opnieuw een zware test wanneer hij in de halve-eindstrijd aantreedt tegen de Zweed Stefan Edberg, die zich in glanzende vorm ontdeed van zijn landgenoot Bergstrom (6-3, 6-2, 6-4). In de andere wedstrijden deden zich nauwelijks verrassingen voor, of het moest de overwinning zijn van Goran Ivanisevic op Kevin Curren met 4-6, 6-4, 6-4, 6-7 (6-8), 6-3. De Joegoslaaf verbaasde opnieuw door in de winderige omstandigheden 27 aces te produceren. In zijn volgende partij treedt hij aan tegen Boris Becker, die via 6-4, 6-4, 6-1 de Amerikaan Brad Gilbert overmeesterde. Becker mocht kiezen waar en wanneer hij wilde spelen, na afloop van Lendl-Pearce op het centre court of op baan 2. De Westduitser koos voor het laatste, moest aanvankelijk wennen aan de vreemde atmosfeer, maar trok de zege simpel naar zich toe. Na afloop bleek dat zijn tegenstander Gilbert de beslissing op welke baan moest worden aangetreden op het laatste moment over de intercom had moeten vernemen. 'Nee, aan mij is niets gevraagd. Maar dat verbaast me niets. Zo gaat dat hier nu eenmaal op Wimbledon.'